Opening Maartje Dekker-Leijen brug

Gepubliceerd op

De toegangsbrug naar de werf Krabbendam is recent vernieuwd. Hier zijn de staal- en timmerfabriek gevestigd en is tevens de uitvalsbasis voor onze vaklieden. Na ruim 50 jaar in gebruik te zijn was deze brug wel aan vernieuwing toe, want veel verkeer (veelal zware voertuigen) rijden af en aan naar de werf. De brug is vernoemd naar de echtgenote van de oprichter van K_Dekker bouw & infra b.v. Klaas Dekker. Afgelopen week is de brug toepasselijk geopend door de volgende generatie echtgenotes, van de huidige aandeelhouders.

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

K_Dekker schittert over de weg met zes nieuwe bedrijfsbussen

Gepubliceerd op

Goed materieel is het halve werk en ze mogen er zijn, de nieuwe bedrijfsbussen van K_Dekker bouw & infra. Veilig onderweg van en naar projecten en ook nog eens genoeg ruimte voor al het benodigde gereedschap, dat lukt zeker met deze nieuwe bussen!

 

Nico: “Ik ben zeer blij met deze prachtige bus, waarin ik veilig kan rijden. K_Dekker bedankt!”

Wij wensen Nico, Moos, Erik, Roy, Gerard en Dennis veel veilige kilometers toe!

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Liftvoorzieningen voor station Den Helder Zuid

Den Helder

Gepubliceerd op

Op Station Den Helder-Zuid worden momenteel door K_Dekker bouw & infra liftvoorzieningen aangebracht. Dit in het kader van de ambitie van ProRail om in 2030 alle stations in Nederland toegankelijk te hebben voor mensen met een functionele beperking (visueel, auditief en motorisch).

Iedereen in Nederland moet zelfstandig met de trein kunnen reizen vindt ProRail, ook mensen met een functiebeperking. In 2030 moet het zover zijn. Om deze ambitie te verwezenlijken, heeft ProRail middels een vierde Tranche twee contracten op de markt gezet (hellingbanen en liften), waarvan K_Dekker het liftencontract heeft aangenomen. “We realiseren de liftvoorzieningen van negen kleinere treinstations”, aldus Rob van ‘t Hoff. “Station Bloemendaal is inmiddels opgeleverd, Tilburg is bijna gereed en Den Helder-Zuid loopt op schema.”

Werkzaamheden in Den Helder

Waaruit bestaat het werk in Den Helder voor K_Dekker? Er loopt daar een bestaande voetgangers- en fietstunnel onder het spoor door die twee wijken met elkaar verbindt. Pal daarnaast heeft de aannemer aan beide zijden van het spoor een liftschacht gerealiseerd, zodat de perrons niet alleen per trap maar voortaan ook per lift bereikbaar zijn. Uitvoerder Dick Hendrikse: “De bouwkuipen met daarin het betonwerk, het civiele gedeelte, is inmiddels gereed. We hebben deze ruwbouwconstructie gerealiseerd door damwanden, onderwaterbeton, een verticale injectie en een kleine bemaling toe te passen. Verder is de bouwkuip gegraven, drooggemaakt en zijn de wapening en het betonwerk aangebracht. Al het beton is in het werk gestort, alleen op het te monteren stalen loopbordes komen prefab betonplaten.” De staalconstructies, bestaand uit loopbordessen, hekwerken, liftschachten (voorzien van glas) worden tot medio maart 2019 gemonteerd, waarna de liftinstallatie door een derde partij wordt aangebracht.

Uitdagend project

Een bijzonder project noemt Van ‘t Hoff het. “Een UAV-Gc contract in de meest zuivere vorm. Aan de hand van de eisen van ProRail hebben we zelf oplossingen aangedragen voor de stations. We hebben samen met de architect en het ingenieursbureau een ontwerp en de bijbehorende ramingen gemaakt. De ontwerpen zijn middels de BIM-filosofie uitgewerkt. Een uitdaging!” Hetzelfde geldt voor de buitendienststelling van het spoor. Om de bouwkuipen te kunnen aanbrengen, moest het treinverkeer 52 uur stilgelegd worden tijdens een TVP. In die tijd moesten ook alle kabels omgelegd worden om de damwanden aan te brengen. Daarna moest het nieuwe installatiesysteem draaien op het station. Van ‘t Hoff: “Snelheid was geboden, maar het is, zoals altijd, weer gelukt.” 

BRON: GWW-BOUW februari 2019

Klik hier voor de PDF Versie uit het magazine: Station Den Helder Zuid in de Lift- GWW-BOUW feb 2019

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Ongewenste verrassingen bij tunnelrenovatie voorkomen (COB)

Warmenhuizen

Gepubliceerd op

Als je weet waar je op moet letten, wordt het resultaat van inspecties betrouwbaarder en is de scope van een tunnelrenovatie nauwkeuriger te bepalen. Dat is een belangrijk uitgangspunt van het project ‘Risico’s in kaart’. Aan de hand van gesprekken met tunnelbeheerders, aannemers en tunnelexperts inventariseren de leden van de projectgroep alle mogelijke risico’s. Projectgroepvoorzitter Alex Kirstein vertelt over de eerste resultaten.

“De komende tien jaar moeten circa twintig tunnels in ons land worden gerenoveerd. Om ervoor te zorgen dat elk renovatieproject straks een duidelijke scope heeft en soepel verloopt, en te voorkomen dat er tijdens de renovatie lijken uit de kast komen, proberen we alle potentiële risico’s in kaart te brengen. Dat doen we door van een aantal tunnels de tunnelbeheerders en renovatieaannemers te interviewen. Daarnaast praten we met ervaren tunnelexperts”, vertelt Kirstein. “We gaan met elkaar om de tafel en bespreken onder meer welke risico’s zij zijn tegengekomen, wat voor gedoe ze eventueel hebben gehad, welke problemen ze in de toekomst verwachten, wat ze wel en niet monitoren en waarnaar ze wellicht onderzoek doen. Daarbij informeren we zowel naar risico’s en problemen die met de tunnelconstructie te maken hebben, als met de tunneltechnische installaties.”

“In dit project gaan we ervan uit dat een risico dat zich bij een specifieke tunnel voordoet, ook bij andere tunnels kan optreden. Verschillende tunnels hebben tenslotte vaak wel een aantal vergelijkbare constructiekenmerken.”

Trekpalen

Kirstein noemt een aantal ‘universele risico’s’ die uit de interviews naar voren zijn gekomen. “Een goed voorbeeld is het opdrijven van een deel van een toerit van de Vlaketunnel in 2010. Na hevige regenval kwam een deel van de U-vormige betonnen bak hier over de gehele breedte zo’n vijftien centimeter omhoog. Onderzoek naar de oorzaak toonde aan dat de verbinding tussen de trekpalen en de betonnen bak op allerlei punten was bezweken en dat ook diverse stangen van de trekpalen uit hun groutlichaam waren losgekomen. Met extra ballast op het wegdek lukte het om de bak weer op zijn plaats te krijgen. Uiteindelijk heeft Rijkswaterstaat als definitieve oplossing ruim 1.250 nieuwe Gewi-ankers laten aanbrengen die met de vloer van de opritten zijn verbonden.”

Aangezien bij de Heinenoordtunnel vrijwel dezelfde constructie is toegepast als bij de Vlaketunnel, hield de tunnelbeheerder er serieus rekening mee dat hier ook problemen waren ontstaan met de trekpalen. Tijdens het onderzoek voorafgaand aan de renovatie besloot hij daarom de kwaliteit van de verbindingen tussen de palen en de bak van de toeritten in kaart te brengen. Hiervoor legde hij een aantal verbindingen bloot, gebruikte hij sonarapparatuur om de stalen wapening op breuken te controleren en voerde hij trekproeven uit. Dit onderzoek toonde aan dat de verbindingen bij deze tunnel nog voldoende sterk zijn.”

Kirstein vervolgt: “Bij de Eerste Coentunnel was eerder al geconstateerd dat een deel van de verbindingen tussen de trekpalen en de moten van de toeritten was losgeraakt. Hier is in het midden van de toeritten een ballastwand aangebracht om opdrijven te voorkomen. Als oorzaak voor het falen van de verbindingen wordt hier gedacht aan de bewegingen die in de constructie optreden door het uitzetten en krimpen van het beton in respectievelijk de zomer en winter. Een vergelijkbaar falen werd vastgesteld bij de Velsertunnel. Hier viel aan de noordzijde op dat de toeritten – die als ondersteuning dienen voor een viaduct – ruim tien centimeter waren opgeschoven. Bij de renovatie is hier eveneens extra ballast aangebracht aan de bovenzijde van de buitenwanden.”

Lekke zinkvoegen

“De renovatie van de Eerste Coentunnel heeft een ander risico op de kaart gezet. Bij deze tunnel bleek een aantal zinkvoegen – de verbindingen tussen de verschillende afgezonken tunnelmoten die met speciale rubberen profielen waterdicht worden gemaakt – te lekken. In eerste instantie werd gedacht dat deze voegen vervangen moesten worden, wat een ingrijpende en kostbare klus is. Nadat een grondige analyse uitwees dat de hoeveelheid lekwater meeviel en de verwachte levensduur van de zinkvoegen acceptabel was, is besloten om een drainagesysteem aan te leggen en de hoeveelheid binnentredend water te monitoren. Rijkswaterstaat is blij met deze oplossing, maar beseft tegelijkertijd dat het probleem van lekke zinkvoegen ook bij de vele andere zinktunnels kan optreden.”

“Een andere risico dat bij deze tunnel aan het licht kwam, is aantasting van het beton door chloride-indringing. Opspattend regenwater met strooizouten en brak grondwater bleken behoorlijk diep in het beton te zijn doorgedrongen, soms tot aan de wapening toe. Om de betonconstructie te herstellen moesten op diverse plekken dikke schollen beton worden afgebikt en worden vervangen. Bij de Maastunnel is chloride-indringing eveneens een serieus probleem. In deze tunnel lopen de ventilatiekanalen oorspronkelijk onder het wegdek. Zouten die de afgelopen zeventig jaar zijn gebruikt voor gladheidsbestrijding, zijn in deze kanalen terechtgekomen. Daar hebben ze de betonnen constructievloer en de wapening fors beschadigd. Het herstellen van deze schade is een belangrijk onderdeel van de renovatie van deze Rotterdamse tunnel.”

Database

“Inmiddels hebben we bij vier tunnels interviews gehouden. Als we in de loop van 2019 circa vijftien tunnels hebben gehad, maken we een database en rubriceren we alle geïnventariseerde risico’s. Het plan is om per risico de bijbehorende faalmechanismen te vermelden, evenals de inspectietechnieken waarmee je de risico’s kunt identificeren. Het idee is dat deze database een handig hulpmiddel wordt voor de onderhoudsprogrammering en de scopebepaling van renovaties. Zo wordt het met de database hopelijk mogelijk om onderhoud beter te voorspellen en vaker regulier onderhoud uit te voeren, zodat grote renovaties minder noodzakelijk zijn en de overlast voor weggebruikers afneemt.”

BRON: www.COB.nl  (klik hier voor het volledige artikel

 

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Veiligheidsfilm – We werken veilig, of we werken niet!

Gepubliceerd op

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

K_Dekker bouw & infra wil ‘toekomst-proof’ zijn

Bouw steeds kennisintensiever

Gepubliceerd op

De bouw wordt meer en meer een kennisintensieve bedrijfs-tak, waarin steeds vaker van aannemingsbedrijven wordt verwacht dat zij complexe projecten van begin tot einde zelf regisseren en realiseren. Voor het MKB is het zaak aan te haken bij die ontwikkeling, zegt algemeen directeur Ron Oudeman van K_Dekker bouw & infra in Warmenhuizen. “We zijn naast ambachtelijk vakman steeds meer organisator.”

Het mag dan gonzen van de geluiden over een overspannen bouwmarkt, in de infra en de civiele betonbouw is de situatie “voor­lopig matig”, zegt Ron Oudeman op de dag van het interview in juni. Hij heeft Insights uitgenodigd plaats te nemen aan een van de hoge tafels in de kantine. Koffie, water en een gevulde fruitmand zijn onder handbereik. Naast de fruitmand waarschuwt een bordje dat het ‘Morgen gehaktdag’ is. “Een belangrijk ding hier, gezamenlijkheid”, zegt hij. “We willen steeds professioneler worden, maar niet ten koste van de cultuur. We zijn en blijven een familiebedrijf. Dus lunchen we bijvoorbeeld samen.”

Oudeman (28 jaar Volker Wessels) trad in 2015 aan bij K_Dekker. Zijn opdracht: het bedrijf helpen op de weg naar verdere professionalisering. “Wat ik aantrof was een bedrijf dat best goed was, het best goed deed, maar niet toekomst-proof was”, zegt hij. Een van zijn eerste maatregelen was het aanjagen van de samenwerking en kennisuitwisseling binnen het bedrijf door de afdelingen GWW en Utiliteit met elkaar te mixen. “We hadden ze nog niet bij elkaar gezet of de samenwerking kwam op gang. Die kennisuitwisseling, het praten over elkaars werelden: het is cruciaal. We noemen onszelf niet voor niets “veelzijdige bouwers.” We schakelen op verschillende panelen: civiele betonbouw, infra, utiliteits­bouw en woningbouw, met de focus op multifunctionele projecten in een inte­grale aanpak. Daar nemen we mensen op aan en leiden we in op. Dan is het mooi als het er ook uitkomt.”

Investeren

De afgelopen jaren is K_Dekker “voortdurend bezig de ‘HR-kant’ verder vorm te geven”, zegt Oudeman. “We investeren in onze mensen, in hun ontwikkeling, in hun veelzijdigheid. Want we geloven dat dat straks het verschil gaat maken. Nu al zijn we door de opkomst van contractvormen als ‘Design & Construct’ en ‘Design & Build’ veel meer organisator van het bouwproces dan ambachtelijk vakman. We hebben 190 medewerkers, waarvan 70 vaklieden. Op onze bouwplaatsen lopen veel onder­aannemers, leveranciers en inleenkrachten onder onze leiding. Die ontwikkeling gaat verder. Daar willen we onze mensen op prepareren.” Dat gebeurt vakinhoudelijk, maar ook door het aanscherpen van vaardig­heden en door medewerkers bewust te maken van hun talenten. K_Dekker bouw & infra gebruikt daarvoor onder meer de Insights Discovery-methode voor organisatieontwikkeling (niet te verwarren met de titel van dit magazine, red.), die mensen op basis van hun (karakter)eigenschappen onderverdeelt in (vier) kleurgroepen. Oudeman: “Die eerste uitkomst zegt veel over het persoonlijke profiel van mensen: waar liggen van nature hun sterke kanten, waar niet? Het is een ideale nulmeting voor de persoonlijke ontwikkelplannen van mensen.”

Bovendien zijn vanuit de kleurgeoriënteerde aanpak bij uitstek complementaire teams samen te stellen, zegt hij. “Stel je voor dat er een groot werk is waar we vijf van onze leidinggevenden op moeten zetten. Dan kunnen we dat team zo formeren, dat we collega’s met uiteenlopende kleurprofielen bij elkaar plaatsen. Dan heb je de grootste kans op een sterk team, waarin karakters niet snel botsen en elkaar aanvullen. De impact daarvan kan heel behoorlijk zijn. Want je kunt de klant begrijpen en in staat zijn om de tech­nologie te leveren, maar op een bouw­plaats gebeurt elke dag wel wat. Dan komt het niet op bouwen aan, of op rekenen, maar op communicatie. En dan is de vraag: hoe staan jouw mensen daarin? Hoe komt jouw team daarin voor de dag?”

Benaderbaar

Dat is in toenemende mate van belang, stelt hij vast, zeker in dat deel van de markt – infra en civiele betonbouw – waar de overheid de opdrachtgever is. Oudeman: “Want daar heeft – helemaal op lokaal niveau – de politiek veel te maken met de kiezer. Inwoners hebben nog nooit zo dicht bij hun gemeentebestuur gestaan, bestuur­ders en volksvertegenwoordigers waren letterlijk nooit zo benaderbaar als nu. En als projecten in de soep lopen, dan weten mensen de verantwoordelijke politici te vinden. Is het niet goed, dan gaat hun kop eraf. Politici weten dat als de beste.”

In die dynamiek weegt onderscheidend vermogen in toenemende mate mee, benadrukt Oudeman. “Wat we zien, zeker in de grote steden, is dat de selectie op prijs minder wordt. Het is nog steeds een factor van belang, maar wel een element binnen een groter geheel. Andere zaken – presentatie, communicatie, samenwerking – doen mee in die selectie. Voor ons is het de bevestiging dat het leveren van kwali­teit veel meer omvat dan alleen het product. Zaken als aantoonbaar­heid en hoe je een bouwproduct realiseert in de omge­ving tellen steeds zwaarder mee. En daar anticiperen we op. Wij kunnen het prijs­gevecht heus aan, maar het heeft niet onze eerste aandacht. We willen een in alle opzichten competitieve bouwer zijn.”

In dat proces gaat het om talent binden, boeien en behouden. Oudeman profiteert in die zin direct van de goede contacten die hij heeft met opleiders en commerciële recruiters. Daarnaast zit hij zelf op de eerste rang. “In dit bedrijf gaat de directie over de instroom, ondersteund door HR. Is er een nieuwe kandidaat, dan praat die eerst met mij en daarna met collega-directeur en medeeigenaar Klaas Jan Dekker. Dit zijn geen standaard sollicitatie­gesprekken, maar ontdekkingsreizen naar ontwikkelpotentieel, drive en karakter. Personeels­zaken komt pas in tweede instantie kijken. Ik vind dat belangrijk. Stel dat we een toekomstig projectleider zoeken, dan wil ik weten of hij in zijn vrije tijd een potje schaakt of dat hij jeugdkampen organiseert. Het één niet ten nadele van het ander, maar zo kom je er wel achter wat voor vlees je in de kuip hebt.”

Doorgroeipotentieel

In de werving – dat begint al bij de beoor­deling van stagiaires – kijkt Oudeman vooral naar wat hij “doorgroeivermogen” noemt. “Ik doe aan scouting en aan doorselecteren. Ik kijk kritisch naar het potentieel bij mensen. Dat geldt voor zowel aanstormend talent als voor de collega’s die hier al rondlopen. Sluiten hun eigenschappen en vaardig­heden aan op onze behoefte en vice versa? Iedereen heeft talenten, maar soms past het niet. Dan kun je beter niet met elkaar in zee gaan. In een klein aantal gevallen heb ik mensen die hier werkten de afge­lopen jaren gevraagd naar iets anders uit te zien. Dat klinkt hard, is het aan één kant misschien ook, maar vaak is het beter voor beiden. Sowieso ligt de tijd van lifetime employment achter ons, in mijn opinie is dat voor de werknemer ook niet wenselijk.”

Het is een weerbarstige route, erkent hij, maar noodzakelijk om K_Dekker uiteindelijk het ‘DNA’ mee te geven dat hij voor ogen heeft: een plat georganiseerd bedrijf, met een sterk en autonoom middenkader dat een eigen verantwoordelijk draagt. “De afge­lopen jaren heeft veel in het teken gestaan van het delegeren van taken. Dit bedrijf was altijd: met elkaar en voor elkaar. Dat is goed, maar het was ook vooral een doe-bedrijf: u levert aan, wij voeren uit. Dat is niet meer genoeg. De markt verandert, we moeten steeds beter in staat zijn ook complexe werken volledig zelfstandig op te pakken en uit te voeren – in verschillende contractvormen. Dat lukt alleen als de organisatie daarop qua kennis, expertise en competenties is toegerust. Dat krijgt nu gestaag steeds meer vorm.”

Over de ontwikkeling van de markt is hij relatief optimistisch. Met name op lokaal niveau is veel werk in de infra en de civiele beton­bouw in de crisis vooruitgeschoven. Daar wordt een inhaalslag verwacht. Tegelijkertijd groeit de markt mee met de economische opleving. Dat de markt nu hapert, is vooral het gevolg van de lokale verkiezingen eerder dit jaar. “Overal zijn nieuwe stads­besturen gesmeed. In die periode gebeurt er traditioneel niets. Dit najaar verwacht ik een opleving, zeker in de ‘overheidsdomeinen’. Per saldo zien we de toekomst zonnig in.”

De Werf, hout- en staalwerkplaats

K_Dekker bouw & infra was tot de ingebruikname van het huidige pand in 2012 gevestigd in het nabij Warmenhuizen gelegen buurtschap Krabbendam. Bij het vroegere pand – nog in gebruik voor de eigen architecten/constructeurs – staat de Werf. Een tikje nostalgische naam voor de goed geoutilleerde eigen materieeldienst en de eigentijdse, modern ingerichte timmerfabriek en staalconstructie-werkplaats die er zijn gevestigd. De Werf maakt het K_Dekker bouw & infra mogelijk direct in te spelen op de wensen en behoeften van opdrachtgevers. Daarnaast worden de medewerkers vanuit de Werf ondersteund en geadviseerd.

Klik op de afbeelding hieronder voor het online magazine van Insights met het volledige artikel van K_Dekker

 

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.