Bouwen op continuïteit, sturen op ontwikkeling

Warmenhuizen

Gepubliceerd op

De wisseling van de wacht bij K_Dekker markeerde begin dit jaar een logisch moment in een langer lopend proces. Met het vertrek van Ron Oudeman en het doorschuiven van Arjen Bos naar algemeen directeur, en de toevoeging van Tim Koopman in de directie, heeft het bedrijf deels een nieuw gezicht naar buiten. Ruim honderd dagen later blijkt vooral één ding: de koers staat vast en de manier waarop die wordt ingevuld krijgt steeds scherper vorm.

V.l.n.r. Maurice Oudejans, Alex Kirstein, Arjen Bos & Tim Koopman

De directiewissel is intern en extern nauwelijks als schok ervaren. Dat is geen toeval, maar het resultaat van gedegen voorbereiding. Arjen Bos, die al vijf jaar deel uitmaakt van de directie, benadrukt dat continuïteit het uitgangspunt is. “Mijn ambitie was ook dat het geen schokgolf teweeg zou brengen, maar dat het een relatief rimpelloze stap zou zijn. Dat iedereen denkt: prima, we gaan weer door,” zegt hij. “De eerste honderd dagen laten zien dat dat ook zo werkt.” Die geleidelijke overgang sluit aan bij de ontwikkeling die de afgelopen vijf jaar is ingezet. De laatste drie jaren stonden in het teken van professionalisering, standaardisatie en het versterken van de organisatie. En ook de komende jaren zal de directie deze koers blijven varen.

Nieuwe dynamiek, dezelfde koers

Met de toetreding van Tim Koopman – die overigens al 11 jaar bij K_Dekker werkzaam is – veranderde wel de dynamiek aan de top. Waar Bos al jaren meedraait, brengt Koopman een ander perspectief mee. “Je bent samen weer een nieuw team. Dat doet iets met de dynamiek,” aldus Bos. Toch is er geen sprake van een koerswijziging. Integendeel. De strategie die de afgelopen jaren is ingezet, blijft leidend. “Dat meerjarenplan is er al,” zegt Koopman. “Dat zetten we gewoon door en actualiseren we in principe elk jaar. Dat is de lijn waar we op blijven sturen.” Die continuïteit vertaalt zich in de dagelijkse praktijk in een duidelijke focus: geen improvisatie, maar structuur. Het huidige jaarplan vat dat samen als ‘organiseren in plaats van improviseren’, een ontwikkeling die volgens beide directeuren in de hele organisatie inmiddels zichtbaar is.

Tussen MKB en grootbedrijf

K_Dekker positioneert zich nadrukkelijk tussen het traditionele familiebedrijf en het grotere bouwbedrijf. Die balans wordt door de nieuwe directie gekoesterd. Koopman: “We blijven dat familiebedrijf met een pragmatische en praktische instelling. Dat onderscheidt ons van het grootbedrijf, dat vaak decentraler georganiseerd is.” Die combinatie blijkt ook aantrekkelijk voor medewerkers. Lange dienstverbanden zijn eerder regel dan uitzondering, mede doordat projecten inhoudelijk uitdagend blijven. De hoge scores uit recente medewerkerstevredenheidsonderzoeken bevestigen dat beeld. Tegelijkertijd ziet Bos daarin ook een opdracht: “Het goede nieuws is dat de scores heel goed zijn. Het slechte nieuws is dat het vanaf hier eigenlijk alleen maar slechter kan worden. Dus we moeten ons blijven ontwikkelen. Die uitdaging gaan we graag aan.”

Selectief groeien en positie kiezen

De afgelopen jaren groeide K_Dekker niet alleen in omvang, maar ook in positionering. Het bedrijf kiest steeds nadrukkelijker voor projecten waarin kwaliteit, samenwerking en toegevoegde waarde centraal staan. Bos: “We kijken heel duidelijk waar we wel en niet voor gaan. Aanbestedingen die alleen op laagste prijs gaan, leggen we sneller naast ons neer. Een scherp prijsniveau is evident, maar we onderscheiden ons liever op kwaliteit.” Die keuze hangt samen met de bredere ontwikkeling in de markt. Veiligheid, duurzaamheid en maatschappelijke waarde spelen een steeds grotere rol in selectiecriteria. K_Dekker profileert zich juist op die punten en merkt dat opdrachtgevers hen daar ook op waarderen. “Je ziet dat klanten ons steeds vaker uitnodigen en dat partners graag met ons samenwerken,” zegt Bos. “Dan word je herkend als partij waarmee je samen grotere en complexere projecten kunt realiseren.”

Transparantie als fundament

Een van de belangrijkste kenmerken van de organisatie is de manier van communiceren. Openheid en duidelijkheid zijn volgens de directie geen abstracte waarden, maar dagelijkse praktijk. “Wij staan voor maximaal transparant en duidelijk,” zegt Bos. “Heldere doelstellingen, duidelijke verwachtingen en een overlegstructuur waarin iedereen zijn punten kwijt kan én maximaal efficient is.” Koopman vult aan dat die houding ook richting opdrachtgevers essentieel is. “In langdurige samenwerkingen kun je maar beter open en eerlijk zijn. Als het tegenzit, maak je dat bespreekbaar. Dat is uiteindelijk productiever.”

Familiebedrijf zonder familienaam

Opvallend is dat K_Dekker zich nog altijd als familiebedrijf profileert, terwijl er geen Dekker meer in de dagelijkse directie zit. Volgens Bos ligt de essentie van dat familiegevoel niet in de naam, maar in de cultuur en de kernwaarden. “Onze kernwaarden zijn de definitie van ons familiebedrijf: samen, trots, vooruitstrevend, inspirerend en succes,” zegt hij. Koopman ziet dat terug in de dagelijkse omgang. “Je bent hier geen nummer. Je stapt makkelijk op elkaar af. Dat gemoedelijke, dat hoort bij een familiebedrijf.” Die cultuur wordt bovendien versterkt doordat medewerkers zich kunnen ontwikkelen binnen het bedrijf. Koopman is daar zelf het voorbeeld van, met een loopbaan van werkvoorbereider tot directielid. “Als je het laat zien, krijg je hier de kansen om door te groeien,” zegt hij.

Continuïteit als vertrekpunt voor vernieuwing

Na honderd dagen lijkt de conclusie helder: de nieuwe directie brengt geen schok teweeg, maar staat voor een verdieping. De basis is gelegd in de afgelopen jaren, de opdracht ligt nu in het verder organiseren, versterken en uitbouwen van die koers.

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

De man van de cijfers én inzicht: controller Maurice Oudejans

Warmenhuizen

Gepubliceerd op

Waar de nieuwe directie van K_Dekker zich zichtbaar positioneert richting markt en organisatie, is controller Maurice Oudejans meer zichtbaar in de cijfermatige vertaling van strategie naar operatie. Hij verbindt projectteams en directie met heldere stuurinformatie en spreekt de taal van projecten én van de boardroom. Zo bewaakt hij de financiële gezondheid én de samenhang in de organisatie.

“Het is weer even een nieuwe situatie, je moet er even aan wennen,” zegt Oudejans over de directiewissel. “Je merkt wel duidelijk: er is een andere dynamiek in het directieteam. Daar moet je elkaar weer even in vinden. Dat is ook weer verfrissend.” Die relativerende blik typeert zijn rol. Niet door op de achtergrond te blijven, maar door actief te duiden wat cijfers betekenen in de praktijk: hij vertaalt financiële data continu naar heldere stuurinformatie, bespreekt die met operationeel management en directie en maakt consequenties van keuzes expliciet, zodat de organisatie financieel stabiel én organisatorisch voorspelbaar blijft draaien.

Toenemende complexiteit vraagt om structuur

In de afgelopen tien jaar veranderde het werk van K_Dekker ingrijpend. Projecten werden groter, contracten complexer en risico’s nadrukkelijker onderdeel van de bedrijfsvoering. “De bouwopgaven zijn steeds omvangrijker geworden,” zegt Oudejans. “Het contract is een stuk complexer en de contractopvolging is ook steeds nauwgezetter geworden.” Die ontwikkeling vraagt meer van projectteams én van de financiële functie. Het is niet langer voldoende om achteraf te sturen; financiële beheersing zit tegenwoordig midden in het proces. “We hebben daar structuur voor aangelegd, processen ingericht en onze mensen daarop getraind,” aldus Oudejans.

Projecten als ‘mini-bedrijven’

Kenmerkend voor de bouwsector is dat elk project zijn eigen dynamiek kent. Oudejans ziet projecten dan ook als zelfstandige eenheden binnen het grotere geheel. “Projecten zijn eigenlijk kleine mini-bedrijfjes,” zegt hij. “Maar op dat andere mini-bedrijfje is misschien iets soortgelijks aan de gang en daar hebben ze het al opgelost. Hoe mooi is het als je dat met elkaar weet te verbinden?” Juist daar ligt een belangrijke rol van toegevoegde waarde. Hij fungeert als schakel tussen projecten, brengt ervaringen samen en helpt teams om sneller tot oplossingen te komen. “Best veel vragen komen bij mij. Dan weet ik: dat hebben we eerder meegemaakt. Dan neem ik je zelf mee in die casus of verwijs ik je door naar de collega die het al heeft opgelost.”

Investeren met het oog op continuïteit

Als financieel verantwoordelijke kijkt Oudejans nadrukkelijk verder dan alleen kosten. Investeringen in duurzaamheid, veiligheid en innovatie beoordeelt hij in het licht van de lange termijn. “Duurzaamheid is onderdeel van continuïteit. Daar kun je gewoon niet omheen,” stelt hij. Dat betekent dat keuzes, zoals de aanschaf van elektrisch materieel, niet puur als kostenpost worden gezien, maar als strategische investering. “Dan kijk je naar de return on investment. Als je weet dat je die machines kunt inzetten en dat opdrachtgevers dat waarderen, dan is het geen last maar een verstandige investering.” Volgens Oudejans ligt de kracht juist in het maken van weloverwogen keuzes die passen binnen de koers van het bedrijf. “Het is altijd in lijn met de strategie: waar willen we naartoe en hoe komen we daar?”

Familiebedrijf met een andere balans

Hoewel K_Dekker inmiddels een professionele organisatie is met omvangrijke projecten, blijft het familiekarakter volgens Oudejans duidelijk voelbaar. “Wij gaan alleen voor gezonde, kwalitatieve omzet met oog voor continuïteit,” zegt hij. “De mensfactor is daarbij geen bijzaak, maar randvoorwaarde.” “Een mooi werk realiseer je alleen met goed gemotiveerde mensen”. Dat onderscheidt het bedrijf volgens hem van organisaties die primair op rendement sturen. “Bij veel profitorganisaties moet alles wijken voor rendement. Hier ligt dat genuanceerder. Natuurlijk hebben we ambities, maar we willen het werk wel realiseren onder de juiste omstandigheden: met voldoende mensen, tijd en aandacht voor veiligheid en kwaliteit.” Die balans tussen ambitie en menselijke maat vormt volgens hem een belangrijke pijler onder het succes van de organisatie.

Tegengas, perspectief en stabiliteit

Binnen de directie vervult Oudejans een rol die iets minder zichtbaar is, maar wel belangrijk. Hij brengt een ander perspectief in en zorgt voor evenwichtige besluitvorming. “Ik heb een andere achtergrond, maar ik kan snel de vertaalslag maken naar de bouwpraktijk,” zegt hij. “Ik vind het leuk om vanuit dat perspectief te ondersteunen, tegengas te geven of juist bijval te geven waar nodig.” Zo blijven we samen scherp op waardepropositie en groei.”

Zichtbaar in impact

De rol van de controller bij K_Dekker laat zien dat financiële sturing veel verder gaat dan cijfers alleen. Het gaat om het verbinden van kennis, het structureren van processen en het bewaken van continuïteit in een steeds complexere omgeving met steeds verdergaande en overgereguleerde wet- en regelgeving.  Processen moeten aantoonbaar ‘in control’ zijn, terwijl de business wendbaar wil blijven. Met deze uitdagingen staat Oudejans niet per se vóóraan in de spotlight, maar wel vóóraan in het gesprek over sturing: Daarmee vormt Oudejans de kracht achter de organisatie: niet altijd op de voorgrond, maar wel bepalend voor de stabiliteit waarop de rest kan bouwen.

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Techniek als ruggengraat: de rol van technisch directeur Alex Kirstein

Warmenhuizen

Gepubliceerd op

Waar Arjen Bos en Tim Koopman het gezicht naar buiten vormen en sturen op koers, financiën en organisatie, ligt bij technisch directeur Alex Kirstein het zwaartepunt nadrukkelijk aan de inhoudelijke kant van het werk. Zijn rol speelt zich af op het snijvlak van ontwerp, techniek en projectbeheersing, en vormt daarmee een cruciale schakel binnen de directie.

“Als technisch directeur ben ik verantwoordelijk voor alles wat met ontwerp te maken heeft,” zegt Kirstein. “Dus het begeleiden en organiseren van onze ontwerpleiders en het onderhouden van de contacten met ingenieursbureaus. Dat is echt mijn wereld.” Die verantwoordelijkheid strekt zich uit over zowel de interne organisatie als het eigen ingenieursbureau Sophia Engineering en externe partners. Waar K_Dekker zelf geen uitgebreide reken- en tekenafdelingen in huis heeft, ligt de kracht volgens Kirstein juist in het organiseren van die capaciteit en het bewaken van de inhoudelijke kwaliteit. “Wij faciliteren de ontwerpleider zelf. We laten dat niet volledig over aan een ingenieursbureau dat zijn eigen vlees keurt.”

Tussen euro’s en kilonewtons

Binnen de directie is de rolverdeling helder. Bos en Koopman sturen meer op de grote lijn en het financiële perspectief, terwijl Kirstein juist inzoomt op de technische inhoud. “Zij zijn goed in euro’s en ik ben goed in kilonewtons, al moet ik ook ontwerpen in euro’s” zegt hij met een knipoog. Dat betekent dat hij vaak wordt betrokken wanneer projecten complexer worden of wanneer discussies verschuiven van proces naar inhoud. “Als het echt technisch wordt, of als iets analyse of verdieping nodig heeft, dan kom ik erbij,” aldus Kirstein. Die inhoudelijke betrokkenheid maakt hem ook zichtbaar in tendertrajecten en bij complexe projecten, waar ontwerpkeuzes, maakbaarheid en risico’s nauw samenhangen.

Meegroeien met de organisatie

De afgelopen jaren groeide K_Dekker sterk, zowel in omvang als in type projecten. Volgens Kirstein is de ontwikkeling van de ontwerpcomponent daarin logisch meegegaan. Die groei hangt samen met bewuste strategische keuzes uit het verleden. Onder leiding van de vorige directie werd sterker ingezet op projecten in onder meer water, energie en industrie, vaak met een stevige ontwerpcomponent. “Bij dat soort projecten heb je gewoon meer behoefte aan ontwerp en dat moeten wij organiseren.”

Van improviseren naar structureren

Kirstein ziet de professionaliseringsslag van de afgelopen jaren ook duidelijk terug in de manier van werken. “Het denken in structuren en organiseren is echt toegenomen,” zegt hij. “We hebben meer uniformiteit in onze werkwijze en dat komt zowel het project als het bedrijf ten goede.” Instrumenten als succespijlers en waardestromen helpen daarbij om projecten minder afhankelijk te maken van individuele aanpak en meer te sturen op een vaste, reproduceerbare werkwijze. Voor iemand met een technische achtergrond, zoals Kirstein zelf aangeeft, sluit dat goed aan bij zijn manier van denken.

Directie zichtbaar op de bouwplaats

Naast zijn inhoudelijke rol speelt Kirstein ook een belangrijke rol in het uitdragen van de ambities van het bedrijf op het gebied van veiligheid, duurzaamheid en innovatie. “Wij staan hoog op de veiligheidsladder, en dat wil je ook blijven,” zegt hij. “Zie het als een schommel: die moet je ook steeds een zetje geven.” Daarom is de directie nadrukkelijk aanwezig op projecten. Maandelijks trekt het management (directie, afdelingshoofden en bedrijfsleiders) gezamenlijk het land in om zichtbaar te zijn en betrokkenheid te tonen. “Die uitstraling moet je als management ook echt laten zien. Anders werkt het niet.” Volgens Kirstein vraagt dat geen grote gebaren, maar juist continue aandacht in kleine momenten. “Het vergt continue aandacht. Niet de hele dag, maar wel steeds weer even.”

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Veiligheid, innovatie en duurzaamheid: bouwen richting 2030

Warmenhuizen

Gepubliceerd op

Bij K_Dekker komen veiligheid, duurzaamheid en innovatie steeds nadrukkelijker samen. Niet als losse thema’s, maar als één samenhangende koers richting 2030. Hoofd KAM Timo Blind en bedrijfsleider Rick Bleeker vertellen hoe die ambitie op de bouwplaats vorm krijgt. Van elektrische kranen en slimme laadstrategieën tot AI en een veiligheidscultuur die tot in de haarvaten van de organisatie voelbaar is.

Wie met Timo Blind en Rick Bleeker spreekt, merkt al snel dat veiligheid geen afvinklijstje is, maar een overtuiging. K_Dekker behoort tot de eerste bouw- en infrabedrijven met Trede 5 op de Veiligheidsladder, en dat is volgens beiden geen eindpunt, maar een vertrekpunt.

“Veiligheid begint bij het management,” zegt Rick. “Als iets niet veilig kan, doen we het gewoon niet.” Die houding vertaalt zich naar de werkvloer, waar medewerkers elkaar actief aanspreken op gedrag en situaties. Volgens Timo is juist die cultuur het grootste verschil. “Mensen durven meldingen te maken, zonder dat ze bang zijn dat een collega daar last van krijgt. En ze komen met innovatieve ideeën om het steeds beter en slimmer te doen.” Opvallend is dat die benadering ook door partners wordt gewaardeerd. In plaats van meer regels ervaren onderaannemers juist meer overleg en samenwerking. Timo wijst erop dat die ontwikkeling geen vanzelfsprekendheid is, maar het resultaat van gericht sturen en blijven leren. “Voor mijn gevoel zijn we in het afgelopen jaar echt in de breedte sterker geworden,” zegt hij. “Waar het eerder op sommige plekken al goed zat, zie je nu dat het overal in de organisatie beter en consistenter wordt.”

Emissieloos bouwen als nieuwe norm

Parallel aan veiligheid werkt K_Dekker toe naar een emissieloze bedrijfsvoering in 2030. Vooral het materieelpark speelt daarin een sleutelrol, met Rick als aanjager. De keuze om te investeren in elektrische graafmachines was daarbij geen vanzelfsprekende. “De businesscase is nog niet rendabel,” erkent hij. “Maar je moet soms gewoon beginnen. Het tekent ook het ondernemerschap dat we bij K_Dekker hebben en uitdragen: risico’s nemen hoort daar ook bij.” Die keuze pakte verrassend goed uit. Machinisten bleken direct enthousiast. “Het draait stil, soepel en gecontroleerd. Eigenlijk wil niemand meer terug naar fossiel.” Wat begon als een voorzichtig scenario, groeit inmiddels sneller dan verwacht. Waar eerder werd gerekend op 20 procent emissieloos werken in 2026, ligt dat aandeel nu al richting de 25 tot 30 procent. Sterker nog: er zijn al klanten die K_Dekker speciaal benaderen omdat de aannemer uit Warmenhuizen emissieloos kán werken.

Slim omgaan met netcongestie

De grootste uitdaging zit niet in de machines, maar in de energievoorziening. Netcongestie dwingt tot creatieve oplossingen. “We plannen onze kranen zoveel mogelijk op locaties waar stroom beschikbaar is,” legt Rick uit. “En als dat niet kan, gebruiken we – als echte uitzondering – in sommige gevallen nog aggregaten op HVO100. De draaizekerheid op de volgende dag is namelijk essentieel voor het werk, want stilstaan is geen optie. En daarmee reduceren we alsnog zo’n 95 procent van de uitstoot. Overigens is dat een tijdelijke tussenoplossing omdat mobiele batterijen nog in ontwikkeling zijn. De verwachting is dat we vanaf komende zomer gebruik kunnen maken van deze mobiele batterij waardoor dit probleem ook weer verholpen is en we echt overal emmissieloos kunnen draaien. Ook op projecten zonder stroomaansluiting.” Binnen de organisatie wordt zelfs het laadgedrag van medewerkers meegenomen. “We stimuleren thuisladen door een hogere vergoeding te geven,” zegt Rick. “Zo benut je het netwerk ’s nachts en ontlast je de piek.”

Klantvraag als versneller

Opvallend is dat de markt de ontwikkeling inmiddels versnelt. Waar duurzaamheid eerder vooral intern werd gedreven, komt de vraag nu nadrukkelijk van opdrachtgevers. “Gemeenten, provincies en waterschappen vragen steeds vaker om emissieloos werken,” zegt Rick. “En ze zijn ook bereid om daarvoor te betalen of zelfs laadinfrastructuur te faciliteren.” Tegelijkertijd blijft het speelveld ongelijk. Niet elke opdrachtgever maakt dezelfde afweging. “Soms kiest men nog voor prijs boven kwaliteit, veiligheid en duurzaamheid,” constateert Timo. “Dat is de realiteit. Maar je ziet wel dat het langzaam kantelt.”

AI als stille revolutie

Naast materieel en energie speelt digitalisering een steeds grotere rol. Binnen K_Dekker wordt volop geëxperimenteerd met kunstmatige intelligentie. Timo ziet vooral kansen in de voorbereiding. “We kijken of we VGM-plannen en projectdocumentatie automatisch kunnen laten genereren. Waar je eerst vier of vijf uur mee bezig was, hoef je straks alleen nog te controleren.” Dat heeft direct impact op de werkdruk. “De administratieve last voor uitvoerders is enorm toegenomen,” zegt hij. “Als je dat kunt verminderen, krijgen ze weer tijd voor waar het echt om draait: het werk buiten.” Ook inkoopprocessen worden slimmer ingericht, bijvoorbeeld door offertes automatisch te vergelijken op basis van bestaande contracten.

Cultuur als fundament

Wat al deze ontwikkelingen verbindt, is de cultuur binnen het bedrijf. K_Dekker combineert volgens Rick “de professionaliteit en investeringskracht van het grootbedrijf met het ondernemerschap van het mkb”. Die combinatie werpt zijn vruchten af. Medewerkerstevredenheid ligt aantoonbaar boven de benchmark, en het bedrijf trekt relatief eenvoudig nieuw talent aan. “Mensgericht werken en investeren in veiligheid en duurzaamheid versterken elkaar,” zegt hij. “Dat zie je terug in hoe mensen hier werken en samenwerken.”

Richting 2030, en verder

De ambitie richting 2030 is helder, maar volgens Timo en Rick stopt het daar niet. Binnen de organisatie wordt al gekeken naar volgende stappen, bijvoorbeeld op het gebied van ketensamenwerking en circulaire materiaaltoepassingen. “Op sommige vlakken lopen we voorop, op andere nog niet,” zegt Timo nuchter. “Maar we blijven ontwikkelen.” Wat blijft, is de overtuiging dat veiligheid, duurzaamheid en innovatie geen losse thema’s zijn. Het zijn de pijlers onder een manier van werken die steeds meer de norm wordt. Rick sluit af: “Er zijn nog genoeg stappen die we kunnen maken en ook gáán maken.”

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

‘Samen bouwen aan vertrouwen’

Warmenhuizen

Gepubliceerd op

In de bouw verschuift de rol van de aannemer steeds vaker van uitvoerder naar partner. Zeker bij complexe binnenstedelijke projecten of werkzaamheden die moeten plaatsvinden terwijl een organisatie gewoon blijft doordraaien, is een traditionele opdrachtgever-opdrachtnemerrelatie niet langer voldoende. Succes ontstaat door samen te ontwerpen, risico’s vroegtijdig te bespreken en gezamenlijk keuzes te maken. Bij K_Dekker vormt die manier van werken de basis van vrijwel ieder bouwteam. “Maar we zijn natuurlijk wel een bouwbedrijf en geen bouwteambedrijf”, zeggen bouwteammanagers Bas Pronk en Robert Boender. “Een bouwteam is voor ons geen doel op zich, maar een middel om samen met opdrachtgevers, gebruikers en partners tot een beter eindresultaat te komen.”

Dat bouwen gebeurt steeds vaker in een omgeving waarin opdrachtgevers, gebruikers, bewoners, ingenieursbureaus en aannemers intensief met elkaar moeten samenwerken. Zeker bij complexe binnenstedelijke projecten of werken die doorgaan terwijl de dagelijkse bedrijfsvoering in stand moet blijven, groeit de behoefte aan een bouwteam. Niet omdat het makkelijker is, maar juist omdat de opgave ingewikkelder wordt. Boender ziet die ontwikkeling al jaren. “Je zou sommige projecten eigenlijk helemaal niet meer traditioneel op de markt moeten gooien met halve informatie”, zegt hij. “Dan duw je alle risico’s uiteindelijk toch richting aannemer. In een bouwteam kun je samen het ontwerp en de uitvoering veel beter uitwerken.”

Dichtbij

Juist dat gezamenlijke proces ziet K_Dekker als de grote kracht van bouwteams. Pronk: “Je zit veel dichter op je klant. Je bespreekt veel beter wat iemand precies wil, of het ontwerp klopt met de eisen en of de planning haalbaar is. Daardoor weet je op het moment van aanbieden eigenlijk al zeker dat het voorstel één op één aansluit op wat de opdrachtgever wil.” Dat voorkomt verrassingen tijdens de uitvoering. Volgens Boender ontstaat er bovendien veel meer transparantie. “Bij bouwteams worden offertes gedeeld, winstmarges besproken en risico’s inzichtelijk gemaakt. Je haalt de extremen eruit. Geen bizarre winsten, maar ook geen verliesgevende projecten. Het wordt voorspelbaarder voor iedereen.” Toch is het volgens beide mannen een misverstand dat een bouwteam automatisch betekent dat alle risico’s bij de aannemer liggen. Juist daar ontstaan soms spanningen. Pronk haalt een project aan waarbij tijdens het graven een ontwerpfout aan het licht kwam. “Dan krijg je te horen: ‘Ja, maar jullie zaten toch in een bouwteam?’ Alsof daarmee ineens alle verantwoordelijkheid verschuift. Natuurlijk proberen wij fouten vroegtijdig te signaleren. Maar als een architect of adviseur een fout maakt die niemand eerder heeft gezien, dan blijft dat wel degelijk hun verantwoordelijkheid.”

Schuren

Volgens Pronk hoort die duidelijkheid juist óók bij samenwerken. “Soms mag het best even schuren. Liever nu een lastig gesprek, dan straks ruzie tijdens de uitvoering.” Die openheid past volgens hem bij de cultuur van K_Dekker. Grote opdrachtgevers als ProRail, Waternet en GVB waarderen dat juist, merken de twee. Zeker omdat veiligheid en kwaliteit binnen het bedrijf zwaar wegen. “We zijn soms best een eigenwijze aannemer”, zegt Pronk lachend. “Maar we willen het wel goed doen. Niet met de goedkoopste partij die toevallig beschikbaar is.” Dat betekent ook dat K_Dekker kritisch kijkt naar aanbestedingen waarin prijs nog steeds te dominant is. Boender: “Als zeventig procent van de beoordeling op prijs zit, dan investeren wij daar niet zomaar meer tienduizenden euro’s in.” Volgens hem zie je gelukkig steeds vaker dat opdrachtgevers kiezen voor andere contractvormen, zoals tweefasecontracten of bouwteams, waarin kwaliteit, samenwerking en uitvoerbaarheid zwaarder meewegen.

Complexiteit

De projecten waar K_Dekker momenteel aan werkt laten zien waarom die aanpak steeds belangrijker wordt. Zo werkt Boender met Waternet aan een bijzonder project onder het Amsterdamse Rokin, waar een oude bergbezinkkelder opnieuw in gebruik wordt genomen. De bouwplaats is nauwelijks groter dan tien bij tien meter en bevindt zich onder een fietsstalling, vlak naast metro-infrastructuur. “Dan ben je ineens met beheerders, verkeersstromen, rioleringen en waterafvoer bezig. Je ontdekt continu nieuwe dingen. Dat maakt het uitdagend.” Pronk noemt juist de langdurige samenwerking met opdrachtgevers een van de mooiste kanten van bouwteams. “Je leert echt het bedrijf achter het project kennen. Hoe processen lopen, wat belangrijk is voor de klant en waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Dat gaat veel verder dan alleen bouwen.” Dat zie je bijvoorbeeld ook terug bij projecten voor GVB, waar K_Dekker meedenkt over het vervangen van een overkapping boven een metrostation terwijl de metro’s blijven rijden. Of bij de Eurostar-terminal onder Amsterdam Centraal, waar na een lang traject onlangs ook de opdracht voor de nieuwe lounge definitief werd verstrekt. Projecten waarin techniek, logistiek, veiligheid en gebruikerservaring continu samenkomen.

Volhouden

Tegelijkertijd erkennen beide mannen dat bouwteams veel tijd en energie vragen. Soms zelfs jarenlang, zonder garantie dat een project uiteindelijk wordt uitgevoerd. Pronk vertelt over een driejarig bouwteamtraject voor een dakrenovatie bij NRG PALLAS in Petten. Er werd intensief ontworpen, gerekend en onderzocht hoe de werkzaamheden konden plaatsvinden terwijl de medische processen in het gebouw doorgingen. Uiteindelijk besloot de opdrachtgever het plan toch niet uit te voeren. “Dan ben je drie jaar bezig geweest met planmakerij”, zegt Pronk. “En uiteindelijk wil je natuurlijk gewoon bouwen.” Toch overheerst geen cynisme. Integendeel. Zowel Pronk als Boender geloven dat de bouwsector juist meer behoefte krijgt aan dit soort samenwerkingen. Vooral bij complexe projecten waar techniek, omgeving en bedrijfsvoering steeds sterker met elkaar verweven raken. Het vraagt wel iets van alle partijen: duidelijke keuzes, wederzijds begrip en het besef dat samenwerken niet betekent dat verantwoordelijkheden verdwijnen. Of zoals Pronk het samenvat: “Een bouwteam werkt alleen als iedereen eerlijk blijft over wat hij wil, wat hij verwacht en waar de risico’s liggen. Dan kun je samen echt betere projecten maken.”

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Renovatie Theater De Vest: bouwen aan zekerheid in een kwetsbare omgeving

Renovatie Theater De Vest

Gepubliceerd op

Een lekkende gevel, een versleten foyer en een strakke deadline: de renovatie van Theater De Vest in Alkmaar vroeg om meer dan alleen technisch vakmanschap. Door te kiezen voor een bouwteam-aanpak en een intensieve samenwerking tussen opdrachtgever en aannemer, werd het project niet alleen tijdig opgeleverd, maar ook beter aangepakt dan in eerste instantie voorzien.

De aanleiding voor de renovatie lag in een combinatie van technische en functionele tekortkomingen. De bestaande gevel van het theater, opgebouwd uit grote glasvlakken, kampte al geruime tijd met lekkages. Water drong tot meters diep de foyer in en tastte de onderliggende constructie aan. Tegelijkertijd voldeed de entree niet meer aan de eisen van deze tijd: smalle draaideuren beperkten de doorstroming en vormden een risico in noodsituaties. Voor directeur Naud van Geffen was het duidelijk dat uitstel geen optie meer was. “Dit was al jaren een wens. De eerste plannen dateren van vóór corona, maar door allerlei omstandigheden bleef het liggen. Op een gegeven moment moet je doorpakken.” De renovatie bood bovendien de kans om het gebouw toekomstbestendig te maken, zonder vooruit te lopen op een grotere verbouwing die op termijn wordt voorzien.

Bouwteam als fundament

Voor de uitvoering werd gekozen voor een bouwteamconstructie, waarbij K_Dekker al in een vroeg stadium werd betrokken. Volgens projectleider Pascal van der Geest lag daar de sleutel tot het succes. “In april 2024 zijn we gestart met een grondige opname van het gebouw. We hebben letterlijk tegels gelicht om te zien hoe ver de schade doorliep. Op basis daarvan hebben we een advies opgesteld en meteen aangegeven: dit moet je niet overhaast doen.” Waar aanvankelijk werd gedacht aan uitvoering binnen enkele maanden, adviseerde K_Dekker om het project een jaar op te schuiven. Die extra voorbereidingstijd maakte het mogelijk om ontwerp, techniek en planning zorgvuldig op elkaar af te stemmen. “Je hebt invloed op hoe details worden uitgewerkt. Niet achteraf corrigeren, maar vooraf zorgen dat het klopt en uitvoerbaar is,” aldus Van der Geest.

Werken onder tijdsdruk, zonder concessies

De uitvoering vond plaats in drie fasen, waarbij de nadruk lag op de gevel en foyer (fase A) en de sanitaire voorzieningen (fase B). De werkzaamheden startten in mei 2025 en moesten vóór de start van het nieuwe theaterseizoen zijn afgerond. Dat betekende bouwen in een omgeving die deels in gebruik bleef. Tijdens voorstellingen moesten noodroutes beschikbaar blijven en werd het werk tijdelijk stilgelegd of aangepast. “Die deadline was keihard,” zegt Van Geffen. “Voorstellingen liggen jaren van tevoren vast. Uitlopen was simpelweg geen optie.” Toch werd de planning gehaald, vrijwel op de week nauwkeurig. Volgens Van der Geest is dat geen toeval: “Als je in het voortraject alles goed organiseert, kun je in de uitvoering strak sturen. Dat is precies wat een bouwteam mogelijk maakt.”

Technische ingrepen met zichtbaar effect

De renovatie omvatte meer dan alleen het vervangen van de gevel. De bestaande constructie werd volledig verwijderd en vervangen door een nieuwe, beter geïsoleerde gevel met kleinere glasvlakken en drievoudige beglazing. Daarnaast werd de volledige foyervloer vernieuwd. Tijdens de uitvoering kwam een extra probleem aan het licht: de bestaande zandcementvloer bleek grotendeels te zijn vergaan. In plaats van herstel werd gekozen voor volledige vervanging, inclusief vloerverwarming. “In zo’n geval kun je het maar beter direct goed doen” zegt Van der Geest. “Half werk betekent dat je over een paar jaar opnieuw bezig bent. Nu ligt er een vloer die weer jarenlang mee kan.” Ook op het gebied van comfort en energieprestatie zijn stappen gezet. De foyer is minder gevoelig voor opwarming en tocht, en biedt meer gebruiksmogelijkheden voor het theater.

Lokale samenwerking en korte lijnen

Opvallend in het project is de inzet van lokale partners. Voor staal, interieurbouw, afbouw en installaties werd grotendeels gewerkt met vaste partijen uit de regio. Volgens Van der Geest is dat een bewuste keuze: “Je werkt met partijen die je kent en vertrouwt. Dat zorgt voor snelheid en duidelijkheid. Zeker in een project met zo’n strakke planning is dat essentieel.”

Resultaat: een opener en toekomstbestendig theater

Voor het theater zelf is het resultaat direct merkbaar. De entree is ruimer en gastvrijer, de foyer functioneert beter en biedt nieuwe mogelijkheden voor programmering. Van Geffen: “We horen het publiek letterlijk binnenkomen: ‘wauw’. Dat zegt genoeg. We hebben geen voorstellingen hoeven schrappen en nul klachten gehad. Dat is misschien wel het grootste compliment.”

Les voor de praktijk

De renovatie van Theater De Vest laat zien dat juist bij middelgrote, technisch complexe projecten de keuze voor een bouwteam het verschil kan maken. Door aannemer en opdrachtgever vroegtijdig te laten samenwerken, ontstaat ruimte voor betere oplossingen en een realistischer planning. Of zoals Van der Geest het samenvat: “Het mooiste werk is werk zonder verrassingen. En die voorkom je niet achteraf, maar aan de voorkant.”

PROJECTINFORMATIE

Renovatie Theater De Vest

Alkmaar

Theater De Vest aan het Canadaplein in Alkmaar heeft een ingrijpende vernieuwing ondergaan. De gevel, entree en foyer zijn door K_Dekker volledig gemoderniseerd om het theater klaar te maken voor de toekomst, met aandacht voor duurzaamheid, comfort en toegankelijkheid.

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Cultuur en mensen: de kracht van een familiebedrijf

Uitbreiding en modernisering kantoor K_Dekker

Gepubliceerd op

Wie K_Dekker van dichtbij bekijkt, ziet meer dan een bouwbedrijf. Achter de projecten, de groei en de professionalisering zit een organisatie waarin mensen en onderlinge betrokkenheid een centrale rol spelen. Die cultuur is niet ontstaan uit beleid alleen, maar uit een lange familiegeschiedenis, waarin waarden als samen doen en verantwoordelijkheid nemen van generatie op generatie zijn doorgegeven.

“K_Dekker wordt sinds 5 jaar geleid door een volledige externe directie en aan ons als 3e generatie wordt wel eens gevraagd naar onze rol” zegt Lydia Groot-Jonker, die als STAK-bestuurder en certificaathouder betrokken is bij het bedrijf.  “Het STAK-bestuur houdt toezicht op en is een klankbord voor de directie. Hierbij is er aandacht voor de cijfers maar ook voor de cultuur en de continuïteit op lange termijn. Als groep certificaathouders voelen we vooral de verantwoordelijkheid. Niet alleen voor het bedrijf, maar ook voor alle mensen die hier werken en hun gezinnen. We zijn actief betrokken en vinden het belangrijk dat we de organisatie en de mensen echt kennen. Ook de volgende generatie betrekken we hierbij.”

Samen doen, samen vooruit

Die betrokkenheid sluit goed aan bij de cultuur waar één van de kernwaarden samen is. Niet als woord op de muur, maar als dragende pijler binnen onze organisatie. “Dat zit echt in het DNA van het bedrijf,” zegt Marieke Wisse (HR-manager). “We zijn gegroeid en professioneler geworden, maar we willen die menselijke maat vasthouden. Dat betekent dat je elkaar kent, dat je elkaar ziet en dat je er bent op belangrijke momenten.” De betrokkenheid is ook zichtbaar bij bijeenkomsten, ongeacht welke, waar de opkomst steevast hoog is, maar ook in de manier waarop collega’s met elkaar omgaan. Of het nu gaat om een huwelijk, een geboorte of een overlijden, er is aandacht voor elkaar. Ook initiatieven als de jaarlijkse pensionadodag onderstrepen die verbondenheid. Oud-medewerkers blijven zo onderdeel van ons bedrijf. Hetzelfde geldt voor families van medewerkers, die regelmatig betrokken worden bij sociale activiteiten. Het bedrijf strekt zich daarmee uit voorbij de werkvloer alleen.

Groeien zonder het karakter te verliezen

De afgelopen jaren is K_Dekker stevig gegroeid. Met meer dan tweehonderd medewerkers en een steeds bredere portefeuille aan projecten, neemt ook de complexiteit toe. Juist in die groei ligt volgens Marieke een belangrijke uitdaging. “Hoe zorg je dat je professioneel blijft ontwikkelen, zonder dat je afstandelijk wordt? Dat is iets waar we continu mee bezig zijn. We investeren veel in opleiding en ontwikkeling, bijvoorbeeld via het traineeprogramma. Daarmee geven we jonge mensen de kans om zich breed te oriënteren en echt onderdeel te worden van de organisatie.” Die aandacht voor ontwikkeling sluit aan bij de veelzijdigheid binnen het bedrijf. Van timmerlieden tot projectleiders, van jonge instromers tot ervaren krachten, en steeds vaker ook vrouwen in de bouw. “We willen een afspiegeling zijn van de samenleving,” zegt Marieke. “En vooral een plek waar iedereen zich kan ontwikkelen en zich thuis voelt en gehoord wordt.”

Een nieuw thuishonk

De cultuur van K_Dekker krijgt ook fysiek vorm in het vernieuwde kantoor in Warmenhuizen. Wat begon als een noodzakelijke uitbreiding, groeide uit tot een plek waar ontmoeting en samenwerking centraal staan. Het gebouw is meer dan een werkplek. Het is een thuishonk, waar collega’s elkaar treffen, overleggen en samenkomen. De traditionele receptie maakt plaats voor een centrale ontmoetingsruimte, met ruimte voor informele gesprekken en spontane interactie. “Het moet een plek zijn die recht doet aan onze mensen,” klinkt het vanuit de organisatie. “Niet alleen functioneel, maar ook warm.” Die gedachte sluit naadloos aan bij de visie van K_Dekker als familiebedrijf. De certificaathouders investeren bewust in de uitbreiding en vernieuwing van het kantoor, met oog voor werkplezier, goede werkomstandigheden en de mensen die het bedrijf maken. Zo wordt gebouwd aan een toekomstbestendige organisatie waarin continuïteit en verbondenheid centraal staan.

Trots als verbindende factor

Wat uiteindelijk het meest opvalt, is de trots die binnen K_Dekker voelbaar is. Trots op het werk, op de projecten, maar vooral op elkaar. Die trots wordt niet uitbundig geëtaleerd, maar zit in kleine dingen: in de manier waarop collega’s elkaar aanspreken, in de bereidheid om samen een stap extra te zetten en in de betrokkenheid die verder gaat dan het werk alleen. Of, zoals Lydia het samenvat: “We zijn hier niet alleen voor onszelf. We doen het samen.” En precies daarin schuilt de kracht van het familiebedrijf. Niet alleen in de structuur, maar in de mensen die het iedere dag vormgeven.

PROJECTINFORMATIE

Uitbreiding en modernisering kantoor K_Dekker

Warmenhuizen

Na ruim tien jaar in ons huidige pand groeit K_Dekker verder en dat vraagt ​​om uitbreiding en modernisering van ons hoofdkantoor in Warmenhuizen. We hebben de eerste voorbereidingen voor deze verbouwing al getroffen.

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Wim Noordzij: “Techniek had van jongs af aan al mijn interesse.”

Gepubliceerd op

Vanaf september 2024 is Wim Noordzij als bedrijfsleider Civiel gestart bij K_Dekker bouw & infra. In 2000 na een geslaagde stageperiode gestart als werkvoorbereider bij de HBG op de A5 (tegenwoordig BAM) in Gouda, in 2015 naar Dura Vermeer Regio Noord West en dan nu in het centrum van Noord-Holland bij K_Dekker. De STOHA was benieuwd naar zijn verhaal. In dit interview zijn leerweg en wat het werken bij een familiebedrijf voor hem zo leuk maakt.

STOHA: Hoe kwam je in de civiele techniek terecht.
Na een verhuizing van Hoogezand naar Texel was het al snel duidelijk dat daar de HAVO/VWO scholing niet de meest passende opleiding was voor mij. Na het 3e jaar met een overgangsbewijs naar het 4e jaar kon ik elke dag met de boot naar “de overkant” om daar op de MTS het vak van werktuigbouwkunde te leren. Een hele overstap voor een 15- jarige tussen al die volwassen jonge mannen. Tijdens de stages kwam ik erachter dat het hele nauwkeurige werken veelal op vaste plekken niet passend was voor mij. Nadat ik alle studies had overwogen kwam het werken met grote onderdelen, minder op de mm en vooral variatie in werken naar voren als de passende uitdaging.
De studie Civiele techniek in Alkmaar sloot goed bij mijn wensen en bracht een verbreding van kennis naast de werktuigbouwkunde. Vanuit een stage bij de HBG op station Muiderpoort was het al snel duidelijk. Dit is een passende werkomgeving en op dat moment kreeg ik op papier de afspraak mee dat ik na het afstuderen bij de HBG kon starten in de civiele techniek.

STOHA: Hoe waren de eerste jaren
Direct na mijn afstuderen in 2000 mocht ik starten in Gouda, vanuit Alkmaar een hele reis met de trein, maar ik mocht na 3 maanden aan het werk bij de combinatie A5. Met een combinatie van de grote aannemers bouwen aan een nieuwe snelweg met onderdoorgang, viaducten en een gemaal. Veel jonge mensen met een ongekende drive om de verschillende werken te maken was een fantastische tijd waar ik na 25 jaar werken nog met plezier op kan terugkijken. Met de komst van mijn oudste dochter was het uitzicht op lange reisafstanden niet meer gewenst. De overname van de HBG door BAM NBM gaf de mogelijkheid om aansluitend op de A5, na drie jaar, aan de slag te gaan op het regiokantoor in Amsterdam. Daarin is de voorkeur voor de kortlopende werken gegroeid in de beton- en industriebouw waarin je alles kan overzien van begin tot einde. Wat begon met een groep van 20 collega’s, waren we na een aantal jaar gegroeid naar ruim 85 collega’s. Naast de kleinere werken mocht ik ook meedraaien op de grote werken. Met als hoogtepunt toch wel de mooie uitdaging de realisatie in twee fasen van Het Nieuwe Rijksmuseum.

STOHA: van Gouda naar Warmenhuizen
Na de reorganisatie in 2015 met opnieuw een standplaats in Gouda in het vooruitzicht was het tijd voor nieuwe werkgever. In de Cruquius mocht ik aansluiten bij de regio Noord-West van Dura Vermeer beton- en waterbouw. Met Jan Jorna als directeur is dit later opgegaan in Dura Vermeer Infra Regio Noord West. In de 9 jaar die daarop volgde vanuit de werkvoorbereiding mijzelf mogen ontwikkelen tot projectmanager. Een groeiende organisatie met ook daar uitdagende kleine en grote werken. Groei betekent ook verandering en wanneer de kans voorbijkomt om naar een écht familiebedrijf over te stappen in een “hands-on” rol van bedrijfsleider Civiel met een kwartier reistijd maak je weer een overstap. Nu een jaar verder kan ik stellen dat dit heel goed past bij mij. Met een grote diversiteit aan werken, een mix van bouw en infra, eenzelfde variatie in omvang van werken, een zeer betrokken familie Dekker en familie Jonker en vele net zo betrokken collega’s is het een hele fijne werkplek in Warmenhuizen waar ik mij thuis voel.

“Allrounder in de bouw en infra”

STOHA: Je hebt je niet specifiek in een richting gespecialiseerd is dat niet nodig?
Met de twee richtingen, werktuigbouwkunde en civiele techniek, als opleidingen in mijn rugtas en vanuit de combinatie werken ook de nodige bouwkundige kennis te hebben opgedaan zou ik mijzelf niet meer willen specialiseren. Het “allround” zijn geeft mij de mogelijkheid om zo breed als mogelijk kennis op te halen of in te zetten op de vele werken. Dat wordt nog leuker als de verschillende disciplines bij elkaar komen zoals bij een beweegbare brug zoals wij recent hebben gemaakt nabij Willemsoord in Den Helder of het vernieuwen van de stations in Den Helder en Heiloo. Werken waar de verschillende bouwdisciplines bij elkaar komen en zelfs één groot stuk werktuigbouwkunde. Dat daarin de specialisten nodig zijn om tot in detail alles uit te werken en realisatie mogelijk te maken moet je niet aan voorbij gaan. Het overal wat van weten, dat bij elkaar brengen, op het juiste moment die specialist uitnodigen en vooraan zetten maakt het “allround zijn” elke dag weer een uitdaging.

“Het familiebedrijf wat brengt dat”

STOHA: Nu een jaar onderweg als bedrijfsleider bij K_Dekker wat heeft het gebracht en wat gaat het nog brengen?
Het familiebedrijf heeft een duidelijk doel: gecontroleerd groeien met de juiste aandacht voor de werknemers van K_Dekker. Dat is voor mij een passende uitdaging met name de jongvolwassenen die binnenkomen in het bedrijf. Met herkenning van de kinderen in ons gezin is de zoektocht herkenbaar. Ik vind het leuk om uit te vinden wat ze bezighoudt, hoe te stimuleren, wat hebben ze wel of juist niet nodig en hoe we als bedrijf aan kunnen sluiten bij die behoeften. De projecten die we realiseren staan voorop maar daaromheen de mens laten ontwikkelen en behouden is vooral een leuke zoektocht.
Het afgelopen jaar heeft mij leren herkennen hoe je jezelf nog steeds, na al die jaren, verder kan ontwikkelen en je kwaliteiten leert herkennen in een nieuwe rol. Het belangrijkste voor mij is het echt samen doen zoals dat bij K_Dekker gebeurt. Met een grote groep eigen vaklieden, betrokken collega’s, veel mogelijkheden om te ontwikkelen, eigen elektrische kranen en een werf waar we laswerk en houtconstructies in eigen beheer kunnen maken. Dit maakt dat er een materieeldienst is waar innovatieve ideeën ruimte krijgen om en in korte tijd uitgewerkt kunnen worden. Daarnaast heel veel secundaire voorwaarden die gericht zijn op een goede werk/privé balans. Het is voor mij een hele plezierige plek om elke werkdag weer gezamenlijk projecten te realiseren zowel klein als groot. Voor mij betekent dat nog heel veel mooie jaren bij K_Dekker in het vooruitzicht.

“Wat mee te geven aan studenten en starters in de civiele techniek”

STOHA: Wat zou je studenten of jonge ingenieurs adviseren die hun carrière nog moeten beginnen.
Met een bijna 50 jaar oud zijn en 25 jaar werkervaring zou ik ze mee willen geven:
Volg je gevoel en probeer jezelf uit te dagen in je werk en jouw persoonlijke ontwikkeling. Dat gaat je op de lange termijn heel veel brengen. Het ongemak dat je voelt is maar van korte duur en voelt daarna als vertrouwd zodat je weer op zoek kan naar nieuwe zaken. Het is met alle mogelijkheden die er nu zijn misschien wel een lastige zoektocht voor net afgestudeerden. Wat past je goed, waar zal ik starten, wat vind ik leuk, wat…. Wees niet te terughoudend, zeg ik nu na al die leerjaren, om gewoon te starten bij het bedrijf wat nu goed voelt. Met name de trainee trajecten die je binnen veel bedrijven zoals K_Dekker kan volgen geeft starters de mogelijkheid om aan diverse rollen te proeven net als verschillende type werken. Dit geeft je naast het leren kennen van het bedrijf de kans om ervaring op te doen wat de zoektocht naar jezelf in een werkende omgeving makkelijker maakt.

Daarnaast heb je dan ook de mogelijkheid om de persoonlijke ontwikkelingsprogramma’s die daar onderdeel van uitmaken te doorlopen. Dit is uniek om jezelf te leren kennen en die mogelijkheden waren er 25 jaar geleden niet. Geef jezelf dus de tijd om in een voor jou passend tempo te groeien dan komt er zoveel moois voorbij om van te genieten. En dat laatste is misschien wel het belangrijkste naast hard werken, jezelf uitdagen vooral genieten van alles wat ons vak Civiele techniek brengt.

Bron: Stoha (Stichting oud-HTS studenten Alkmaar)

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Twee nieuwe 100% elektrische graafmachines

Gepubliceerd op

𝗪𝗲 𝗱𝘂𝗿𝘃𝗲𝗻. 𝗪𝗲 𝗱𝗼𝗲𝗻.
Want daar zijn ze dan: 𝗼𝗻𝘇𝗲 𝘁𝘄𝗲𝗲 𝗻𝗶𝗲𝘂𝘄𝗲 𝗸𝗿𝗮𝗰𝗵𝘁𝗽𝗮𝘁𝘀𝗲𝗿𝘀 𝗺𝗲𝘁 𝗻𝘂𝗹 𝗲𝗺𝗶𝘀𝘀𝗶𝗲!
Vrijdag was het eindelijk zover: onze twee gloednieuwe 23 tons elektrische graafmachines van Sany zijn gearriveerd op de werf in Krabbendam. Dit is niet een stap vooruit in verduurzaming, maar een sprong!

De officiële ‘sleuteloverdracht’ was geen sleutel, maar een kabel: Roelof Crevecoeur en Angela van Kippersluis van Alliander gaven letterlijk energie aan onze toekomst door samen met onze machinisten de accu aan te sluiten op de graafmachines. Geen toeval, want in onze samenwerking met Alliander maken we onze gezamenlijke ambities op het gebied van duurzaamheid werkelijkheid. En dit is een moment dat laat zien waar we samen naartoe gaan: emissieloos bouwen, zonder concessies.

Met deze investering kiezen we niet voor de makkelijke weg, maar voor de juiste. Stil, krachtig en 100% elektrisch. Bijna de helft van ons materieelpark is nu emissievrij en we zijn onderweg naar 100% in 2030. Ja, dat vraagt lef. Maar bij K_Dekker geloven we: wie durft, die bouwt.

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

GMB en K_Dekker: bouwen aan water én verbinding

Heemskerk

Gepubliceerd op

In Heemskerk realiseren GMB en K_Dekker de capaciteitsuitbreiding van het drinkwaterproductiebedrijf, voor opdrachtgever PWN. In de Combinatie Zuiver Bouwen (CZB) versterken de beide familiebedrijven zo de toekomstige drinkwatervoorziening in Noord-Holland.

Bert Post (teamleider techniek bij GMB) en Wim Noordzij (bedrijfsleider K_Dekker) werken nauw samen op dit complexe meerjarige project. Bert: “Door onze expertises, disciplines en capaciteit te bundelen, kunnen wij ook projecten met deze brede scope aan. Samen hebben we immers alles in huis; van betonbouw, civiele techniek en infrastructuur tot installatie- en leidingtechnieken.”

De bedrijven werkten al vaker samen, maar in Heemskerk voor het eerst in een gelijkwaardige combinatie. “Voor opdrachtgever PWN zijn geen aparte bedrijven,” vertelt Wim. “We opereren als één partij. Dat geeft vertrouwen en maakt het proces overzichtelijk.”

 

Uitdagende markt

De samenwerking is een uitkomst in een markt waarin weinig partijen dergelijke opdrachten zelfstandig kunnen uitvoeren. Bert: “Door samen te werken, maken we dingen mogelijk die voor één bedrijf te groot zijn. Terwijl we wendbaar en betrokken blijven.” Wim knikt bevestigend: “De platte organisaties en de langetermijnfocus, geeft ons ook de slagkracht om te investeren in goede ideeën.”

Zachte factoren, harde resultaten

Het succes van de samenwerking? “We zijn beide familiebedrijven,” vertelt Wim. “Dat voel je, de lijnen zijn kort en mensen kennen elkaar. Iedereen voelt zich ook verantwoordelijk, niet alleen voor het werk, maar ook voor elkaar. En we delen een bepaalde nuchterheid en openheid.” Hij lacht, “Dus als er iets schuurt dan spreken we dat uit en gaan weer door.” Bert knikt: “Iedereen voelt zich vrij om zich uit te spreken. Daar selecteren we de teamleden ook op. Alleen dan kun je echt samenwerken.”

Lerende teams, gedeelde trots

De intensieve samenwerking levert niet alleen resultaat voor de opdrachtgever, maar ook groei voor beide bedrijven. “We leren veel van elkaar,” zegt Wim. “Soms praktische dingen, zoals slimme oplossingen op de bouwplaats. En soms zit het in hoe je samenwerkt met een klant of hoe je een team opbouwt.” Bert knikt: “Een samenwerking is veel meer dan het verdelen van werk. Als je het echt samen doet, krijgen je dingen voor elkaar die anders onmogelijk blijven. Dat is zowel voor het project als voor je bedrijf een groot voordeel.”

De gezamenlijkheid wordt ook echt gevoeld door de betrokkenen. Die wordt namelijk niet alleen uitgedrukt in een gezamenlijk logo of hesje, maar ook door samen successen te vieren. Bert: “Toen de bedrijven allebei 60 jaar bestonden hebben we dat samen gevierd. Dan zie je dat er echt een gedeelde trots ontstaat.”

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.