Veiligheid, innovatie en duurzaamheid: bouwen richting 2030

Warmenhuizen

Gepubliceerd op

Bij K_Dekker komen veiligheid, duurzaamheid en innovatie steeds nadrukkelijker samen. Niet als losse thema’s, maar als één samenhangende koers richting 2030. Hoofd KAM Timo Blind en bedrijfsleider Rick Bleeker vertellen hoe die ambitie op de bouwplaats vorm krijgt. Van elektrische kranen en slimme laadstrategieën tot AI en een veiligheidscultuur die tot in de haarvaten van de organisatie voelbaar is.

Wie met Timo Blind en Rick Bleeker spreekt, merkt al snel dat veiligheid geen afvinklijstje is, maar een overtuiging. K_Dekker behoort tot de eerste bouw- en infrabedrijven met Trede 5 op de Veiligheidsladder, en dat is volgens beiden geen eindpunt, maar een vertrekpunt.

“Veiligheid begint bij het management,” zegt Rick. “Als iets niet veilig kan, doen we het gewoon niet.” Die houding vertaalt zich naar de werkvloer, waar medewerkers elkaar actief aanspreken op gedrag en situaties. Volgens Timo is juist die cultuur het grootste verschil. “Mensen durven meldingen te maken, zonder dat ze bang zijn dat een collega daar last van krijgt. En ze komen met innovatieve ideeën om het steeds beter en slimmer te doen.” Opvallend is dat die benadering ook door partners wordt gewaardeerd. In plaats van meer regels ervaren onderaannemers juist meer overleg en samenwerking. Timo wijst erop dat die ontwikkeling geen vanzelfsprekendheid is, maar het resultaat van gericht sturen en blijven leren. “Voor mijn gevoel zijn we in het afgelopen jaar echt in de breedte sterker geworden,” zegt hij. “Waar het eerder op sommige plekken al goed zat, zie je nu dat het overal in de organisatie beter en consistenter wordt.”

Emissieloos bouwen als nieuwe norm

Parallel aan veiligheid werkt K_Dekker toe naar een emissieloze bedrijfsvoering in 2030. Vooral het materieelpark speelt daarin een sleutelrol, met Rick als aanjager. De keuze om te investeren in elektrische graafmachines was daarbij geen vanzelfsprekende. “De businesscase is nog niet rendabel,” erkent hij. “Maar je moet soms gewoon beginnen. Het tekent ook het ondernemerschap dat we bij K_Dekker hebben en uitdragen: risico’s nemen hoort daar ook bij.” Die keuze pakte verrassend goed uit. Machinisten bleken direct enthousiast. “Het draait stil, soepel en gecontroleerd. Eigenlijk wil niemand meer terug naar fossiel.” Wat begon als een voorzichtig scenario, groeit inmiddels sneller dan verwacht. Waar eerder werd gerekend op 20 procent emissieloos werken in 2026, ligt dat aandeel nu al richting de 25 tot 30 procent. Sterker nog: er zijn al klanten die K_Dekker speciaal benaderen omdat de aannemer uit Warmenhuizen emissieloos kán werken.

Slim omgaan met netcongestie

De grootste uitdaging zit niet in de machines, maar in de energievoorziening. Netcongestie dwingt tot creatieve oplossingen. “We plannen onze kranen zoveel mogelijk op locaties waar stroom beschikbaar is,” legt Rick uit. “En als dat niet kan, gebruiken we – als echte uitzondering – in sommige gevallen nog aggregaten op HVO100. De draaizekerheid op de volgende dag is namelijk essentieel voor het werk, want stilstaan is geen optie. En daarmee reduceren we alsnog zo’n 95 procent van de uitstoot. Overigens is dat een tijdelijke tussenoplossing omdat mobiele batterijen nog in ontwikkeling zijn. De verwachting is dat we vanaf komende zomer gebruik kunnen maken van deze mobiele batterij waardoor dit probleem ook weer verholpen is en we echt overal emmissieloos kunnen draaien. Ook op projecten zonder stroomaansluiting.” Binnen de organisatie wordt zelfs het laadgedrag van medewerkers meegenomen. “We stimuleren thuisladen door een hogere vergoeding te geven,” zegt Rick. “Zo benut je het netwerk ’s nachts en ontlast je de piek.”

Klantvraag als versneller

Opvallend is dat de markt de ontwikkeling inmiddels versnelt. Waar duurzaamheid eerder vooral intern werd gedreven, komt de vraag nu nadrukkelijk van opdrachtgevers. “Gemeenten, provincies en waterschappen vragen steeds vaker om emissieloos werken,” zegt Rick. “En ze zijn ook bereid om daarvoor te betalen of zelfs laadinfrastructuur te faciliteren.” Tegelijkertijd blijft het speelveld ongelijk. Niet elke opdrachtgever maakt dezelfde afweging. “Soms kiest men nog voor prijs boven kwaliteit, veiligheid en duurzaamheid,” constateert Timo. “Dat is de realiteit. Maar je ziet wel dat het langzaam kantelt.”

AI als stille revolutie

Naast materieel en energie speelt digitalisering een steeds grotere rol. Binnen K_Dekker wordt volop geëxperimenteerd met kunstmatige intelligentie. Timo ziet vooral kansen in de voorbereiding. “We kijken of we VGM-plannen en projectdocumentatie automatisch kunnen laten genereren. Waar je eerst vier of vijf uur mee bezig was, hoef je straks alleen nog te controleren.” Dat heeft direct impact op de werkdruk. “De administratieve last voor uitvoerders is enorm toegenomen,” zegt hij. “Als je dat kunt verminderen, krijgen ze weer tijd voor waar het echt om draait: het werk buiten.” Ook inkoopprocessen worden slimmer ingericht, bijvoorbeeld door offertes automatisch te vergelijken op basis van bestaande contracten.

Cultuur als fundament

Wat al deze ontwikkelingen verbindt, is de cultuur binnen het bedrijf. K_Dekker combineert volgens Rick “de professionaliteit en investeringskracht van het grootbedrijf met het ondernemerschap van het mkb”. Die combinatie werpt zijn vruchten af. Medewerkerstevredenheid ligt aantoonbaar boven de benchmark, en het bedrijf trekt relatief eenvoudig nieuw talent aan. “Mensgericht werken en investeren in veiligheid en duurzaamheid versterken elkaar,” zegt hij. “Dat zie je terug in hoe mensen hier werken en samenwerken.”

Richting 2030, en verder

De ambitie richting 2030 is helder, maar volgens Timo en Rick stopt het daar niet. Binnen de organisatie wordt al gekeken naar volgende stappen, bijvoorbeeld op het gebied van ketensamenwerking en circulaire materiaaltoepassingen. “Op sommige vlakken lopen we voorop, op andere nog niet,” zegt Timo nuchter. “Maar we blijven ontwikkelen.” Wat blijft, is de overtuiging dat veiligheid, duurzaamheid en innovatie geen losse thema’s zijn. Het zijn de pijlers onder een manier van werken die steeds meer de norm wordt. Rick sluit af: “Er zijn nog genoeg stappen die we kunnen maken en ook gáán maken.”

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Beweegbare fiets- en voetgangersbrug Willemsoord Den Helder

Bouw beweegbare fiets- en voetgangersbrug Willemsoord

Gepubliceerd op

De nieuwe fiets- en voetgangersbrug tussen het stadshart van Den Helder en Willemsoord is meer dan een functionele verbinding. Het is een zorgvuldig ontworpen schakel in de stedelijke ontwikkeling, waarin techniek, esthetiek en samenwerking samenkomen. Aannemer K_Dekker realiseerde de beweegbare brug in bouwteamverband met opdrachtgever Zeestad.

Foto's: Sollid

Projectleider Emile Kuijn kijkt met zichtbaar plezier en trots terug op het resultaat. “Als alles samenkomt – techniek, ontwerp en uitvoering – dan ontstaat er iets waar je trots op kunt zijn. Dit is zo’n project.”

Verbinding tussen twee werelden

De brug vormt een directe route tussen het winkelhart en de voormalige Rijkswerf Willemsoord, die zich steeds nadrukkelijker ontwikkelt tot tweede centrumgebied van de stad.
Volgens Jan Sicco Abma, projectleider realisatie bij Zeestad, was die verbinding al jarenlang gewenst. “Willemsoord is voor Den Helder echt een tweede hart geworden. Met het stadhuis, horeca, cultuur en evenementen. Dan moet je die plek ook logisch en aantrekkelijk verbinden met de binnenstad.” De brug is nadrukkelijk ontworpen voor langzaam verkeer. Daarmee vervangt hij een minder comfortabele oversteek en biedt hij een brede, veilige route voor fietsers en voetgangers. “Waar je vroeger een beetje moest manoeuvreren, heb je nu een ruime en vanzelfsprekende entree naar Willemsoord,” zegt Abma. “Dat maakt echt verschil in hoe mensen de stad ervaren.”

Ontwerp dat ‘altijd al klopte’

Het ontwerp van landschapsarchitect West 8 speelt daarin een belangrijke rol. De brug moest niet alleen functioneel zijn, maar ook passen in het maritieme karakter van de omgeving. Dat is terug te zien in de materialisatie en detaillering: slank ontworpen staal, een warme dekafwerking en een leuning met koperachtige uitstraling en bijzondere details. Het bewegingswerk en contragewicht zijn grotendeels uit het zicht weggewerkt, waardoor een rustig en strak beeld ontstaat.

Kuijn: “Je wilt dat zo’n brug er niet uitziet als een technisch object, maar als iets dat vanzelfsprekend onderdeel is van de plek. Dat zit in de grote lijnen, maar juist ook in de details.” Abma herkent dat: “Sommige keuzes van de architect waren best stevig verdedigd. Maar als het er dan ligt, zie je: het klopt gewoon. Alsof die brug er al jaren ligt.”

Bouwteam als sleutel tot balans

De brug kwam tot stand in een bouwteamconstructie, waarin ontwerp, techniek en budget continu tegen elkaar zijn afgewogen. Dat proces vergde volgens beide partijen een lange adem. Het project kende momenten waarop budget en ambitie niet vanzelf samenkwamen. “Dan moet je met elkaar zoeken,” zegt Abma. “Wat is essentieel, waar kun je vereenvoudigen en waar juist niet? Dat vraagt vertrouwen. ”Kuijn vult aan: “Je hebt altijd een bepaald ‘wisselgeld’. Dingen die je anders doet om ruimte te maken voor wat echt belangrijk is. Uiteindelijk draait het om keuzes maken die het project als geheel beter maken.” Die gezamenlijke zoektocht resulteerde in een ontwerp dat zowel uitvoerbaar als karaktervol bleef.

Techniek uit het zicht

Technisch gezien is de brug uitgevoerd als stalen basculebrug van circa vijf meter breed, opgebouwd uit meerdere vaste en beweegbare delen. Een belangrijk uitgangspunt was dat de techniek ondergeschikt moest zijn aan het beeld. Het bewegingsmechanisme is daarom grotendeels weggewerkt onder het brugdek. Kuijn: “Dat vraagt extra aandacht in engineering en uitvoering. Alles moet kloppen, terwijl je het uiteindelijk niet meer ziet. Maar juist dat maakt het verschil.” Ook in de uitvoering is gekozen voor efficiëntie. Grote delen van de stalen constructie zijn geprefabriceerd en vervolgens op locatie gemonteerd, om de hinder voor de omgeving te beperken.

Werken in een levende omgeving

De bouw vond plaats midden in een gebied dat volop in gebruik bleef. Dat betekende intensief afstemmen met stakeholders zoals de museumhaven en omliggende voorzieningen. “Je hebt daar boten, evenementen, bezoekers,” zegt Abma. “Dan moet je continu schakelen. Wanneer kan iets wel, wanneer niet?” Volgens Kuijn zit daar ook de kracht van de samenwerking. “We kijken niet alleen naar het contract, maar ook naar de omgeving. Soms is het een kleine moeite om iets mogelijk te maken. Dat helpt enorm in de relatie.” Die houding werd volgens de opdrachtgever duidelijk zichtbaar in de praktijk. “Het zijn vaak de kleine dingen,” aldus Abma. “Bereidheid om mee te denken, om iets te faciliteren. Dat maakt het verschil.”

Vakmanschap en nieuwe generatie

Op het werk kwamen ervaring en nieuwe aanwas samen. Naast ervaren krachten speelde ook een trainee een zichtbare rol in het project. “Je ziet iemand groeien tijdens zo’n project,” zegt Abma. “Dat is mooi om mee te maken. Het laat ook zien dat vakmanschap wordt doorgegeven. ”Voor Kuijn is dat vanzelfsprekend. “We willen een organisatie zijn waar mensen zich ontwikkelen. Daar zijn dit prachtige projecten voor.”

Direct onderdeel van de stad

Sinds de oplevering is de brug direct intensief in gebruik genomen. Volgens Abma werd dat al zichtbaar bij de eerste evenementen. “De dag na de opening zat de brug al vol met mensen. Alsof het er altijd al was. Dan weet je dat het klopt.” De brug draagt daarmee niet alleen bij aan bereikbaarheid, maar ook aan de beleving van het gebied. Het uitzicht over de museumhaven en de flaneerkade maken het tot een plek waar mensen blijven hangen. Kuijn: “Dat is misschien wel het mooiste. Dat het niet alleen een verbinding is, maar ook een plek op zichzelf en echt wel een icoon waar we trots op zijn.”

Resultaat van gedeelde verantwoordelijkheid

Terugkijkend benadrukken zowel opdrachtgever als aannemer het belang van samenwerking. “Het gaat om begrip voor elkaars rol en verantwoordelijkheid,” zegt Kuijn. “Als je dat hebt, kom je verder.” Abma sluit zich daarbij aan: “Uiteindelijk bouw je dit samen. En dan is het mooi als er iets staat waar iedereen trots op kan zijn.” Met de nieuwe brug heeft Den Helder er niet alleen een infrastructuurproject bij, maar ook een zichtbaar stuk stedelijke kwaliteit – een verbinding die letterlijk en figuurlijk werkt.

PROJECTINFORMATIE

Bouw beweegbare fiets- en voetgangersbrug Willemsoord

Den Helder

In Den Helder heeft K_Dekker in opdracht van Zeestad CV/BV de bouw van een iconische beweegbare fiets- en voetgangersbrug tussen het winkelhart en Willemsoord in Den Helder gerealiseerd. Deze brug vormt een essentiële verbinding tussen het winkelhart en Willemsoord, waardoor de historische Rijkswerf nog meer onderdeel wordt van het stadscentrum.

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.