Auteur: Leonie Dekker
Bouwen op continuïteit, sturen op ontwikkeling
Warmenhuizen
Gepubliceerd op 14 september 2026
De wisseling van de wacht bij K_Dekker markeerde begin dit jaar een logisch moment in een langer lopend proces. Met het vertrek van Ron Oudeman en het doorschuiven van Arjen Bos naar algemeen directeur, en de toevoeging van Tim Koopman in de directie, heeft het bedrijf deels een nieuw gezicht naar buiten. Ruim honderd dagen later blijkt vooral één ding: de koers staat vast en de manier waarop die wordt ingevuld krijgt steeds scherper vorm.






De directiewissel is intern en extern nauwelijks als schok ervaren. Dat is geen toeval, maar het resultaat van gedegen voorbereiding. Arjen Bos, die al vijf jaar deel uitmaakt van de directie, benadrukt dat continuïteit het uitgangspunt is. “Mijn ambitie was ook dat het geen schokgolf teweeg zou brengen, maar dat het een relatief rimpelloze stap zou zijn. Dat iedereen denkt: prima, we gaan weer door,” zegt hij. “De eerste honderd dagen laten zien dat dat ook zo werkt.” Die geleidelijke overgang sluit aan bij de ontwikkeling die de afgelopen vijf jaar is ingezet. De laatste drie jaren stonden in het teken van professionalisering, standaardisatie en het versterken van de organisatie. En ook de komende jaren zal de directie deze koers blijven varen.
Nieuwe dynamiek, dezelfde koers
Met de toetreding van Tim Koopman – die overigens al 11 jaar bij K_Dekker werkzaam is – veranderde wel de dynamiek aan de top. Waar Bos al jaren meedraait, brengt Koopman een ander perspectief mee. “Je bent samen weer een nieuw team. Dat doet iets met de dynamiek,” aldus Bos. Toch is er geen sprake van een koerswijziging. Integendeel. De strategie die de afgelopen jaren is ingezet, blijft leidend. “Dat meerjarenplan is er al,” zegt Koopman. “Dat zetten we gewoon door en actualiseren we in principe elk jaar. Dat is de lijn waar we op blijven sturen.” Die continuïteit vertaalt zich in de dagelijkse praktijk in een duidelijke focus: geen improvisatie, maar structuur. Het huidige jaarplan vat dat samen als ‘organiseren in plaats van improviseren’, een ontwikkeling die volgens beide directeuren in de hele organisatie inmiddels zichtbaar is.
Tussen MKB en grootbedrijf
K_Dekker positioneert zich nadrukkelijk tussen het traditionele familiebedrijf en het grotere bouwbedrijf. Die balans wordt door de nieuwe directie gekoesterd. Koopman: “We blijven dat familiebedrijf met een pragmatische en praktische instelling. Dat onderscheidt ons van het grootbedrijf, dat vaak decentraler georganiseerd is.” Die combinatie blijkt ook aantrekkelijk voor medewerkers. Lange dienstverbanden zijn eerder regel dan uitzondering, mede doordat projecten inhoudelijk uitdagend blijven. De hoge scores uit recente medewerkerstevredenheidsonderzoeken bevestigen dat beeld. Tegelijkertijd ziet Bos daarin ook een opdracht: “Het goede nieuws is dat de scores heel goed zijn. Het slechte nieuws is dat het vanaf hier eigenlijk alleen maar slechter kan worden. Dus we moeten ons blijven ontwikkelen. Die uitdaging gaan we graag aan.”
Selectief groeien en positie kiezen
De afgelopen jaren groeide K_Dekker niet alleen in omvang, maar ook in positionering. Het bedrijf kiest steeds nadrukkelijker voor projecten waarin kwaliteit, samenwerking en toegevoegde waarde centraal staan. Bos: “We kijken heel duidelijk waar we wel en niet voor gaan. Aanbestedingen die alleen op laagste prijs gaan, leggen we sneller naast ons neer. Een scherp prijsniveau is evident, maar we onderscheiden ons liever op kwaliteit.” Die keuze hangt samen met de bredere ontwikkeling in de markt. Veiligheid, duurzaamheid en maatschappelijke waarde spelen een steeds grotere rol in selectiecriteria. K_Dekker profileert zich juist op die punten en merkt dat opdrachtgevers hen daar ook op waarderen. “Je ziet dat klanten ons steeds vaker uitnodigen en dat partners graag met ons samenwerken,” zegt Bos. “Dan word je herkend als partij waarmee je samen grotere en complexere projecten kunt realiseren.”
Transparantie als fundament
Een van de belangrijkste kenmerken van de organisatie is de manier van communiceren. Openheid en duidelijkheid zijn volgens de directie geen abstracte waarden, maar dagelijkse praktijk. “Wij staan voor maximaal transparant en duidelijk,” zegt Bos. “Heldere doelstellingen, duidelijke verwachtingen en een overlegstructuur waarin iedereen zijn punten kwijt kan én maximaal efficient is.” Koopman vult aan dat die houding ook richting opdrachtgevers essentieel is. “In langdurige samenwerkingen kun je maar beter open en eerlijk zijn. Als het tegenzit, maak je dat bespreekbaar. Dat is uiteindelijk productiever.”
Familiebedrijf zonder familienaam
Opvallend is dat K_Dekker zich nog altijd als familiebedrijf profileert, terwijl er geen Dekker meer in de dagelijkse directie zit. Volgens Bos ligt de essentie van dat familiegevoel niet in de naam, maar in de cultuur en de kernwaarden. “Onze kernwaarden zijn de definitie van ons familiebedrijf: samen, trots, vooruitstrevend, inspirerend en succes,” zegt hij. Koopman ziet dat terug in de dagelijkse omgang. “Je bent hier geen nummer. Je stapt makkelijk op elkaar af. Dat gemoedelijke, dat hoort bij een familiebedrijf.” Die cultuur wordt bovendien versterkt doordat medewerkers zich kunnen ontwikkelen binnen het bedrijf. Koopman is daar zelf het voorbeeld van, met een loopbaan van werkvoorbereider tot directielid. “Als je het laat zien, krijg je hier de kansen om door te groeien,” zegt hij.
Continuïteit als vertrekpunt voor vernieuwing
Na honderd dagen lijkt de conclusie helder: de nieuwe directie brengt geen schok teweeg, maar staat voor een verdieping. De basis is gelegd in de afgelopen jaren, de opdracht ligt nu in het verder organiseren, versterken en uitbouwen van die koers.
NIEUWSBRIEF
De man van de cijfers én inzicht: controller Maurice Oudejans
Warmenhuizen
Gepubliceerd op 14 september 2026
Waar de nieuwe directie van K_Dekker zich zichtbaar positioneert richting markt en organisatie, is controller Maurice Oudejans meer zichtbaar in de cijfermatige vertaling van strategie naar operatie. Hij verbindt projectteams en directie met heldere stuurinformatie en spreekt de taal van projecten én van de boardroom. Zo bewaakt hij de financiële gezondheid én de samenhang in de organisatie.


“Het is weer even een nieuwe situatie, je moet er even aan wennen,” zegt Oudejans over de directiewissel. “Je merkt wel duidelijk: er is een andere dynamiek in het directieteam. Daar moet je elkaar weer even in vinden. Dat is ook weer verfrissend.” Die relativerende blik typeert zijn rol. Niet door op de achtergrond te blijven, maar door actief te duiden wat cijfers betekenen in de praktijk: hij vertaalt financiële data continu naar heldere stuurinformatie, bespreekt die met operationeel management en directie en maakt consequenties van keuzes expliciet, zodat de organisatie financieel stabiel én organisatorisch voorspelbaar blijft draaien.
Toenemende complexiteit vraagt om structuur
In de afgelopen tien jaar veranderde het werk van K_Dekker ingrijpend. Projecten werden groter, contracten complexer en risico’s nadrukkelijker onderdeel van de bedrijfsvoering. “De bouwopgaven zijn steeds omvangrijker geworden,” zegt Oudejans. “Het contract is een stuk complexer en de contractopvolging is ook steeds nauwgezetter geworden.” Die ontwikkeling vraagt meer van projectteams én van de financiële functie. Het is niet langer voldoende om achteraf te sturen; financiële beheersing zit tegenwoordig midden in het proces. “We hebben daar structuur voor aangelegd, processen ingericht en onze mensen daarop getraind,” aldus Oudejans.
Projecten als ‘mini-bedrijven’
Kenmerkend voor de bouwsector is dat elk project zijn eigen dynamiek kent. Oudejans ziet projecten dan ook als zelfstandige eenheden binnen het grotere geheel. “Projecten zijn eigenlijk kleine mini-bedrijfjes,” zegt hij. “Maar op dat andere mini-bedrijfje is misschien iets soortgelijks aan de gang en daar hebben ze het al opgelost. Hoe mooi is het als je dat met elkaar weet te verbinden?” Juist daar ligt een belangrijke rol van toegevoegde waarde. Hij fungeert als schakel tussen projecten, brengt ervaringen samen en helpt teams om sneller tot oplossingen te komen. “Best veel vragen komen bij mij. Dan weet ik: dat hebben we eerder meegemaakt. Dan neem ik je zelf mee in die casus of verwijs ik je door naar de collega die het al heeft opgelost.”
Investeren met het oog op continuïteit
Als financieel verantwoordelijke kijkt Oudejans nadrukkelijk verder dan alleen kosten. Investeringen in duurzaamheid, veiligheid en innovatie beoordeelt hij in het licht van de lange termijn. “Duurzaamheid is onderdeel van continuïteit. Daar kun je gewoon niet omheen,” stelt hij. Dat betekent dat keuzes, zoals de aanschaf van elektrisch materieel, niet puur als kostenpost worden gezien, maar als strategische investering. “Dan kijk je naar de return on investment. Als je weet dat je die machines kunt inzetten en dat opdrachtgevers dat waarderen, dan is het geen last maar een verstandige investering.” Volgens Oudejans ligt de kracht juist in het maken van weloverwogen keuzes die passen binnen de koers van het bedrijf. “Het is altijd in lijn met de strategie: waar willen we naartoe en hoe komen we daar?”
Familiebedrijf met een andere balans
Hoewel K_Dekker inmiddels een professionele organisatie is met omvangrijke projecten, blijft het familiekarakter volgens Oudejans duidelijk voelbaar. “Wij gaan alleen voor gezonde, kwalitatieve omzet met oog voor continuïteit,” zegt hij. “De mensfactor is daarbij geen bijzaak, maar randvoorwaarde.” “Een mooi werk realiseer je alleen met goed gemotiveerde mensen”. Dat onderscheidt het bedrijf volgens hem van organisaties die primair op rendement sturen. “Bij veel profitorganisaties moet alles wijken voor rendement. Hier ligt dat genuanceerder. Natuurlijk hebben we ambities, maar we willen het werk wel realiseren onder de juiste omstandigheden: met voldoende mensen, tijd en aandacht voor veiligheid en kwaliteit.” Die balans tussen ambitie en menselijke maat vormt volgens hem een belangrijke pijler onder het succes van de organisatie.
Tegengas, perspectief en stabiliteit
Binnen de directie vervult Oudejans een rol die iets minder zichtbaar is, maar wel belangrijk. Hij brengt een ander perspectief in en zorgt voor evenwichtige besluitvorming. “Ik heb een andere achtergrond, maar ik kan snel de vertaalslag maken naar de bouwpraktijk,” zegt hij. “Ik vind het leuk om vanuit dat perspectief te ondersteunen, tegengas te geven of juist bijval te geven waar nodig.” Zo blijven we samen scherp op waardepropositie en groei.”
Zichtbaar in impact
De rol van de controller bij K_Dekker laat zien dat financiële sturing veel verder gaat dan cijfers alleen. Het gaat om het verbinden van kennis, het structureren van processen en het bewaken van continuïteit in een steeds complexere omgeving met steeds verdergaande en overgereguleerde wet- en regelgeving. Processen moeten aantoonbaar ‘in control’ zijn, terwijl de business wendbaar wil blijven. Met deze uitdagingen staat Oudejans niet per se vóóraan in de spotlight, maar wel vóóraan in het gesprek over sturing: Daarmee vormt Oudejans de kracht achter de organisatie: niet altijd op de voorgrond, maar wel bepalend voor de stabiliteit waarop de rest kan bouwen.
NIEUWSBRIEF
Techniek als ruggengraat: de rol van technisch directeur Alex Kirstein
Warmenhuizen
Gepubliceerd op 14 september 2026
Waar Arjen Bos en Tim Koopman het gezicht naar buiten vormen en sturen op koers, financiën en organisatie, ligt bij technisch directeur Alex Kirstein het zwaartepunt nadrukkelijk aan de inhoudelijke kant van het werk. Zijn rol speelt zich af op het snijvlak van ontwerp, techniek en projectbeheersing, en vormt daarmee een cruciale schakel binnen de directie.


“Als technisch directeur ben ik verantwoordelijk voor alles wat met ontwerp te maken heeft,” zegt Kirstein. “Dus het begeleiden en organiseren van onze ontwerpleiders en het onderhouden van de contacten met ingenieursbureaus. Dat is echt mijn wereld.” Die verantwoordelijkheid strekt zich uit over zowel de interne organisatie als het eigen ingenieursbureau Sophia Engineering en externe partners. Waar K_Dekker zelf geen uitgebreide reken- en tekenafdelingen in huis heeft, ligt de kracht volgens Kirstein juist in het organiseren van die capaciteit en het bewaken van de inhoudelijke kwaliteit. “Wij faciliteren de ontwerpleider zelf. We laten dat niet volledig over aan een ingenieursbureau dat zijn eigen vlees keurt.”
Tussen euro’s en kilonewtons
Binnen de directie is de rolverdeling helder. Bos en Koopman sturen meer op de grote lijn en het financiële perspectief, terwijl Kirstein juist inzoomt op de technische inhoud. “Zij zijn goed in euro’s en ik ben goed in kilonewtons, al moet ik ook ontwerpen in euro’s” zegt hij met een knipoog. Dat betekent dat hij vaak wordt betrokken wanneer projecten complexer worden of wanneer discussies verschuiven van proces naar inhoud. “Als het echt technisch wordt, of als iets analyse of verdieping nodig heeft, dan kom ik erbij,” aldus Kirstein. Die inhoudelijke betrokkenheid maakt hem ook zichtbaar in tendertrajecten en bij complexe projecten, waar ontwerpkeuzes, maakbaarheid en risico’s nauw samenhangen.
Meegroeien met de organisatie
De afgelopen jaren groeide K_Dekker sterk, zowel in omvang als in type projecten. Volgens Kirstein is de ontwikkeling van de ontwerpcomponent daarin logisch meegegaan. Die groei hangt samen met bewuste strategische keuzes uit het verleden. Onder leiding van de vorige directie werd sterker ingezet op projecten in onder meer water, energie en industrie, vaak met een stevige ontwerpcomponent. “Bij dat soort projecten heb je gewoon meer behoefte aan ontwerp en dat moeten wij organiseren.”
Van improviseren naar structureren
Kirstein ziet de professionaliseringsslag van de afgelopen jaren ook duidelijk terug in de manier van werken. “Het denken in structuren en organiseren is echt toegenomen,” zegt hij. “We hebben meer uniformiteit in onze werkwijze en dat komt zowel het project als het bedrijf ten goede.” Instrumenten als succespijlers en waardestromen helpen daarbij om projecten minder afhankelijk te maken van individuele aanpak en meer te sturen op een vaste, reproduceerbare werkwijze. Voor iemand met een technische achtergrond, zoals Kirstein zelf aangeeft, sluit dat goed aan bij zijn manier van denken.
Directie zichtbaar op de bouwplaats
Naast zijn inhoudelijke rol speelt Kirstein ook een belangrijke rol in het uitdragen van de ambities van het bedrijf op het gebied van veiligheid, duurzaamheid en innovatie. “Wij staan hoog op de veiligheidsladder, en dat wil je ook blijven,” zegt hij. “Zie het als een schommel: die moet je ook steeds een zetje geven.” Daarom is de directie nadrukkelijk aanwezig op projecten. Maandelijks trekt het management (directie, afdelingshoofden en bedrijfsleiders) gezamenlijk het land in om zichtbaar te zijn en betrokkenheid te tonen. “Die uitstraling moet je als management ook echt laten zien. Anders werkt het niet.” Volgens Kirstein vraagt dat geen grote gebaren, maar juist continue aandacht in kleine momenten. “Het vergt continue aandacht. Niet de hele dag, maar wel steeds weer even.”
NIEUWSBRIEF
Veiligheid, innovatie en duurzaamheid: bouwen richting 2030
Warmenhuizen
Gepubliceerd op 14 september 2026
Bij K_Dekker komen veiligheid, duurzaamheid en innovatie steeds nadrukkelijker samen. Niet als losse thema’s, maar als één samenhangende koers richting 2030. Hoofd KAM Timo Blind en bedrijfsleider Rick Bleeker vertellen hoe die ambitie op de bouwplaats vorm krijgt. Van elektrische kranen en slimme laadstrategieën tot AI en een veiligheidscultuur die tot in de haarvaten van de organisatie voelbaar is.






Wie met Timo Blind en Rick Bleeker spreekt, merkt al snel dat veiligheid geen afvinklijstje is, maar een overtuiging. K_Dekker behoort tot de eerste bouw- en infrabedrijven met Trede 5 op de Veiligheidsladder, en dat is volgens beiden geen eindpunt, maar een vertrekpunt.
“Veiligheid begint bij het management,” zegt Rick. “Als iets niet veilig kan, doen we het gewoon niet.” Die houding vertaalt zich naar de werkvloer, waar medewerkers elkaar actief aanspreken op gedrag en situaties. Volgens Timo is juist die cultuur het grootste verschil. “Mensen durven meldingen te maken, zonder dat ze bang zijn dat een collega daar last van krijgt. En ze komen met innovatieve ideeën om het steeds beter en slimmer te doen.” Opvallend is dat die benadering ook door partners wordt gewaardeerd. In plaats van meer regels ervaren onderaannemers juist meer overleg en samenwerking. Timo wijst erop dat die ontwikkeling geen vanzelfsprekendheid is, maar het resultaat van gericht sturen en blijven leren. “Voor mijn gevoel zijn we in het afgelopen jaar echt in de breedte sterker geworden,” zegt hij. “Waar het eerder op sommige plekken al goed zat, zie je nu dat het overal in de organisatie beter en consistenter wordt.”
Emissieloos bouwen als nieuwe norm
Parallel aan veiligheid werkt K_Dekker toe naar een emissieloze bedrijfsvoering in 2030. Vooral het materieelpark speelt daarin een sleutelrol, met Rick als aanjager. De keuze om te investeren in elektrische graafmachines was daarbij geen vanzelfsprekende. “De businesscase is nog niet rendabel,” erkent hij. “Maar je moet soms gewoon beginnen. Het tekent ook het ondernemerschap dat we bij K_Dekker hebben en uitdragen: risico’s nemen hoort daar ook bij.” Die keuze pakte verrassend goed uit. Machinisten bleken direct enthousiast. “Het draait stil, soepel en gecontroleerd. Eigenlijk wil niemand meer terug naar fossiel.” Wat begon als een voorzichtig scenario, groeit inmiddels sneller dan verwacht. Waar eerder werd gerekend op 20 procent emissieloos werken in 2026, ligt dat aandeel nu al richting de 25 tot 30 procent. Sterker nog: er zijn al klanten die K_Dekker speciaal benaderen omdat de aannemer uit Warmenhuizen emissieloos kán werken.
Slim omgaan met netcongestie
De grootste uitdaging zit niet in de machines, maar in de energievoorziening. Netcongestie dwingt tot creatieve oplossingen. “We plannen onze kranen zoveel mogelijk op locaties waar stroom beschikbaar is,” legt Rick uit. “En als dat niet kan, gebruiken we – als echte uitzondering – in sommige gevallen nog aggregaten op HVO100. De draaizekerheid op de volgende dag is namelijk essentieel voor het werk, want stilstaan is geen optie. En daarmee reduceren we alsnog zo’n 95 procent van de uitstoot. Overigens is dat een tijdelijke tussenoplossing omdat mobiele batterijen nog in ontwikkeling zijn. De verwachting is dat we vanaf komende zomer gebruik kunnen maken van deze mobiele batterij waardoor dit probleem ook weer verholpen is en we echt overal emmissieloos kunnen draaien. Ook op projecten zonder stroomaansluiting.” Binnen de organisatie wordt zelfs het laadgedrag van medewerkers meegenomen. “We stimuleren thuisladen door een hogere vergoeding te geven,” zegt Rick. “Zo benut je het netwerk ’s nachts en ontlast je de piek.”
Klantvraag als versneller
Opvallend is dat de markt de ontwikkeling inmiddels versnelt. Waar duurzaamheid eerder vooral intern werd gedreven, komt de vraag nu nadrukkelijk van opdrachtgevers. “Gemeenten, provincies en waterschappen vragen steeds vaker om emissieloos werken,” zegt Rick. “En ze zijn ook bereid om daarvoor te betalen of zelfs laadinfrastructuur te faciliteren.” Tegelijkertijd blijft het speelveld ongelijk. Niet elke opdrachtgever maakt dezelfde afweging. “Soms kiest men nog voor prijs boven kwaliteit, veiligheid en duurzaamheid,” constateert Timo. “Dat is de realiteit. Maar je ziet wel dat het langzaam kantelt.”
AI als stille revolutie
Naast materieel en energie speelt digitalisering een steeds grotere rol. Binnen K_Dekker wordt volop geëxperimenteerd met kunstmatige intelligentie. Timo ziet vooral kansen in de voorbereiding. “We kijken of we VGM-plannen en projectdocumentatie automatisch kunnen laten genereren. Waar je eerst vier of vijf uur mee bezig was, hoef je straks alleen nog te controleren.” Dat heeft direct impact op de werkdruk. “De administratieve last voor uitvoerders is enorm toegenomen,” zegt hij. “Als je dat kunt verminderen, krijgen ze weer tijd voor waar het echt om draait: het werk buiten.” Ook inkoopprocessen worden slimmer ingericht, bijvoorbeeld door offertes automatisch te vergelijken op basis van bestaande contracten.
Cultuur als fundament
Wat al deze ontwikkelingen verbindt, is de cultuur binnen het bedrijf. K_Dekker combineert volgens Rick “de professionaliteit en investeringskracht van het grootbedrijf met het ondernemerschap van het mkb”. Die combinatie werpt zijn vruchten af. Medewerkerstevredenheid ligt aantoonbaar boven de benchmark, en het bedrijf trekt relatief eenvoudig nieuw talent aan. “Mensgericht werken en investeren in veiligheid en duurzaamheid versterken elkaar,” zegt hij. “Dat zie je terug in hoe mensen hier werken en samenwerken.”
Richting 2030, en verder
De ambitie richting 2030 is helder, maar volgens Timo en Rick stopt het daar niet. Binnen de organisatie wordt al gekeken naar volgende stappen, bijvoorbeeld op het gebied van ketensamenwerking en circulaire materiaaltoepassingen. “Op sommige vlakken lopen we voorop, op andere nog niet,” zegt Timo nuchter. “Maar we blijven ontwikkelen.” Wat blijft, is de overtuiging dat veiligheid, duurzaamheid en innovatie geen losse thema’s zijn. Het zijn de pijlers onder een manier van werken die steeds meer de norm wordt. Rick sluit af: “Er zijn nog genoeg stappen die we kunnen maken en ook gáán maken.”
NIEUWSBRIEF
Van dakvervanging tot integrale stationsupgrade
Vervangen perronkap Station Heiloo
Gepubliceerd op 14 september 2026
Wat begon als een relatief eenvoudige ingreep aan de perronkap van station Heiloo, groeide gaandeweg uit tot een integrale vernieuwing van het station. In nauwe samenwerking tussen ProRail en K_Dekker werd niet alleen het dak vervangen, maar kreeg het gehele station een upgrade die recht doet aan zowel de historie als de hedendaagse eisen aan comfort, veiligheid en duurzaamheid.






“Het begon eigenlijk met de vraag om alleen de dakbedekking te vervangen,” vertelt John Nieuwstad, bouwmanager bij ProRail. “Maar van het één kwam het ander. Toen we beter keken, zagen we dat ook de constructie eronder niet overal meer voldeed. En als je dan toch bezig bent, ga je verder kijken: bestrating, outillage, zelfs de kiosk en het toiletgebouw.” Die ontwikkeling is ook zichtbaar in het eindresultaat. Het station kreeg een nieuwe perronkap, moderne inrichting, vernieuwde verlichting en een open, overzichtelijke uitstraling, met respect voor het historische karakter van de plek.
Van ontwerpvrijheid naar gezamenlijke optimalisatie
De opdracht bood K_Dekker ruimte om mee te denken over de uitvoering. Die ontwerpvrijheid werd actief benut. Volgens Nieuwstad zat daar een belangrijk deel van de meerwaarde. “Wij keken niet alleen naar het contract, maar stelden elkaar ook kritische vragen. Ik heb de aannemer ook gevraagd: wat kun je beter doen? Als het eindbeeld hetzelfde blijft en de kwaliteit gewaarborgd is, dan sta ik daar voor open.” Emile Kuijn, projectleider bij K_Dekker, herkent die werkwijze. “Je hoeft het niet altijd met elkaar eens te zijn. Het gaat erom hoe je met elkaar het gesprek voert en hoe je samen tot een oplossing komt. Dat bepaalt uiteindelijk het resultaat.” Die open houding leidde onder meer tot slimme uitvoeringskeuzes, zoals het zoveel mogelijk prefabriceren en off-site bewerken van staalconstructies. Daarmee werd niet alleen de kwaliteit beter beheersbaar, maar ook de uitvoering binnen de strakke spoorplanning haalbaar.
Bouwen onder tijdsdruk: 52 uur als maatstaf
Een bepalend element in het project waren de buitendienststellingen, de treinvrije periodes waarin het werk moest plaatsvinden. In Heiloo werd het werk verdeeld over meerdere van zulke periodes, met als hoogtepunt het plaatsen van de nieuwe kap. “Een buitendienststelling van 52 uur betekent dat je eigenlijk bijna een week werk in een weekend moet doen,” legt Nieuwstad uit. “Dat vraagt een totaal andere manier van voorbereiden en samenwerken.” Kuijn vult aan dat daarbij altijd één prioriteit centraal staat: “De veilige bereikbaarheid voor reizigers. Je kunt niet zomaar stoppen. Het perron moet na zo’n weekend gewoon weer veilig open.” Die druk maakt de voorbereiding cruciaal. In Heiloo werd daarom intensief gewerkt met zogeheten lean-sessies, waarin alle stappen, risico’s en afhankelijkheden vooraf tot in detail werden doorgenomen. “Je bespreekt alles: veiligheid, tijd, positie, wat iemand nodig heeft om te starten en waar hij eindigt. Dat zorgt ervoor dat de volgende partij direct door kan,” aldus Nieuwstad.
Risico’s beheersen, ruimte houden voor flexibiliteit
Bij een project als dit spelen risico’s een grote rol, met name bij complexe hijswerkzaamheden. Wind, logistiek en planning kunnen direct impact hebben op de uitvoering. Kuijn: “We kijken altijd: wat kan er misgaan? En wat doen we dan? Soms kun je stoppen zonder grote gevolgen, maar hier moest het perron gewoon weer open. Dan moet je scenario’s klaar hebben.” Ook hier speelde samenwerking een doorslaggevende rol. Beslissingen werden gezamenlijk genomen, met ruimte voor expertise van onder meer kraanleveranciers en uitvoerende partijen. Een opvallend onderdeel van het project was het hijswerk, uitgevoerd door Schot Verticaal Transport. De plaatsing van de nieuwe kapdelen groeide uit tot een klein spektakel voor de omgeving. Omwonenden volgden het werk vanaf hun balkons, terwijl de grote kraan de elementen op hun plek tilde. Die zichtbaarheid onderstreepte meteen de complexiteit van de operatie. De nieuwe perronkap werd namelijk niet ter plekke opgebouwd, maar grotendeels geprefabriceerd op een parkeerterrein direct naast het station. Daar werden de stalen delen samengebouwd tot grote secties, die vervolgens tijdens de buitendienststelling in één keer op hun definitieve positie werden gehesen. Die aanpak beperkte de werkzaamheden op het spoor zelf en verkortte de uitvoeringstijd aanzienlijk, maar vroeg tegelijkertijd om uiterste precisie in voorbereiding en uitvoering.
De menselijke factor als doorslaggevende succesfactor
Hoewel techniek, planning en logistiek bepalend zijn, ligt volgens beide partijen de echte sleutel tot succes elders. “Open communicatie, eigenaarschap en samen het werk doen,” vat Nieuwstad samen. “Als dat er niet is, krijg je een heel ander project.” Kuijn benadrukt het wederzijdse vertrouwen dat daarbij hoort: “We hebben ook werkzaamheden uitgevoerd zonder dat alles formeel al volledig was afgetekend. Dat kan alleen als je vertrouwen hebt in elkaar.” Die samenwerking vertaalt zich volgens Nieuwstad uiteindelijk in de uitvoering: “Dan wordt het geen samenspel van alleen kennis en kunde, maar een samenspel van vertrouwen. En dan kun je echt bouwen.”
Een ‘feestje’ als graadmeter
Voor Nieuwstad is er een opvallende graadmeter voor een geslaagd project: de sfeer tijdens de uitvoering. “Ik zeg altijd: een buitendienststelling moet een feestje zijn. Als de voorbereiding goed is en het vertrouwen er is, dan merk je dat meteen op de werkvloer.” In Heiloo kwam dat volgens beide partijen samen. Niet alleen door de technische prestatie, maar juist door de manier waarop het projectteam samenwerkte.
Resultaat: toekomstbestendig station met historische knipoog
Het vernieuwde station Heiloo werd in oktober 2025 opgeleverd en combineert een moderne uitstraling met verwijzingen naar het verleden. De nieuwe kap, geïnspireerd op historische voorbeelden, vormt daarbij het meest in het oog springende element. Voor zowel ProRail als K_Dekker is het project daarmee meer dan een geslaagde renovatie. Het laat zien hoe technische complexiteit, strakke planningen en publieke zichtbaarheid samenkomen in een project waarin samenwerking het verschil maakt. Zoals Kuijn het samenvat: “Dit was geen ‘u vraagt, wij bouwen’-project. Zonder samenwerking kun je dit simpelweg niet realiseren.”
PROJECTINFORMATIE
Vervangen perronkap Station Heiloo
Heiloo
K_Dekker realiseerde in opdracht van ProRail een compleet vernieuwde perronkap van 86 meter lang, voorzien van 71 zonnepanelen, biocomposiet randelementen en grotendeels opgebouwd uit hergebruikt staal van de oude constructie. Het station is nu niet alleen energieneutraal, maar zelfs energiepositief.
NIEUWSBRIEF
Vakmanschap en improvisatievermogen
Uitbreiding Winkelcentrum Broekerveiling
Gepubliceerd op 14 september 2026
De uitbreiding van winkelcentrum Broekerveiling in Langedijk is er niet eentje van rechttoe rechtaan bouwen. Wie het project van dichtbij volgt, ziet een bouwplaats waar dagelijks wordt geschakeld, aangepast en vooruitgedacht. Voor K_Dekker staan uitvoerders John Bakker en Jesper Sterkenburg samen aan het roer. Een duo dat qua leeftijd flink verschilt, maar op de bouwplaats opvallend goed op elkaar is ingespeeld.












De uitbreiding voegt circa 5.500 m² winkelruimte toe aan het bestaande centrum en vormt daarmee een belangrijke impuls voor het voorzieningenniveau in de regio. Tegelijkertijd betekent bouwen tegen en aan een bestaand winkelcentrum dat de complexiteit groot is. “Je werkt niet op een lege kavel, maar midden in een omgeving die gewoon doordraait,” vat Bakker de kern samen.
Generaties versterken elkaar
De samenwerking tussen Bakker en Sterkenburg vormt een rode draad door het project. Waar Bakker de ervaring meebrengt, laat de jonge Sterkenburg zien dat hij snel leert en verantwoordelijkheid pakt. Dat levert volgens beiden een natuurlijke dynamiek op. Bakker ziet hoe zijn jonge collega zich ontwikkelt en dat geeft vertrouwen. Als het nodig is springt hij bij, maar vaak is dat niet eens nodig. Sterkenburg staat zijn mannetje en pakt zijn rol op de bouwplaats overtuigend. Tegelijkertijd erkent hij dat hij veel leert van zijn oudere collega, juist in situaties waarin ervaring het verschil maakt.
Achterstand en complexe aansluiting
De bouw kende een moeizame start. Door een combinatie van factoren liep het project al snel zo’n twaalf weken achter op schema. Met name de aansluiting op het bestaande winkelcentrum bleek in de praktijk complexer dan vooraf was voorzien. Die aansluiting was namelijk niet volledig tot in detail uitgedacht. Dat betekende dat er pas een concreet plan kon worden gemaakt op het moment dat de uitvoering al vroeg om directe actie. Ontwerpen en bouwen liepen daardoor deels door elkaar heen, wat extra druk legde op zowel de voorbereiding als de uitvoering. Dat laatste vraagt om nauwkeurigheid en flexibiliteit tegelijk. Bestaande constructies, installaties en logistiek moeten op elkaar aansluiten, terwijl de nieuwbouw ondertussen doorloopt. Daar zit de echte complexiteit van dit project.
Dagelijks schakelen op de bouwplaats
Om het project weer op koers te krijgen, werd de aanpak aangescherpt. De planning werd teruggebracht naar dagniveau, waarbij werkzaamheden als een soort treintje achter elkaar werden georganiseerd. Elke schakel moest kloppen, anders stokte de voortgang direct. Die werkwijze vraagt om continue afstemming tussen alle betrokken partijen op de bouwplaats. Improvisatievermogen werd daarbij een sleutelwoord. Niet alles liep volgens plan, maar door snel te schakelen en oplossingen te bedenken, bleef de productie doorgaan. Een belangrijke rol was daarbij weggelegd voor de eigen vaklieden van K_Dekker. Tijdens de piek werkten zo’n twaalf timmerlieden tegelijk op het project. Die vaste kern zorgde voor continuïteit en kwaliteit, juist in een fase waarin de druk hoog lag.
Druk opvoeren zonder de sfeer te verliezen
Het inlopen van de achterstand vroeg om tempo maken. Tegelijkertijd was het volgens Bakker en Sterkenburg cruciaal om de sfeer op de bouwplaats goed te houden. Te veel druk kan averechts werken, zeker bij een project dat al onder spanning staat. Door duidelijk te communiceren, samen te werken en ruimte te houden voor overleg, bleef de teamgeest overeind. En dat bleek een voorwaarde om het project succesvol af te ronden.
Trots op resultaat
Uiteindelijk kijken beide uitvoerders met tevredenheid terug op de uitbreiding. Ondanks de moeizame start en de complexe uitvoering is het gelukt om zowel de planning als de kwaliteit op het gewenste niveau te brengen. De trots zit hem niet alleen in het eindresultaat, maar juist ook in de weg ernaartoe. Voor Bakker en Sterkenburg is het bovendien het bewijs dat een goed ingespeeld team, ongeacht leeftijd of ervaring, het verschil kan maken op de bouwplaats.
PROJECTINFORMATIE
Uitbreiding Winkelcentrum Broekerveiling
Broek op Langedijk
In Broek op Langedijk werkt K_Dekker aan een grootschalige uitbreiding van het bestaande winkelcentrum Broekerveiling. Het project, dat in april 2025 van start is gegaan, omvat circa 6.000 m² nieuwbouw verdeeld over twee bouwlagen, inclusief een parkeerdek op de verdieping. Met deze uitbreiding krijgt het winkelcentrum meer ruimte voor moderne retail, logistiek en bezoekerscomfort, terwijl de dagelijkse bedrijfsvoering van de bestaande winkels gewoon doorgaat.
NIEUWSBRIEF
‘Samen bouwen aan vertrouwen’
Warmenhuizen
Gepubliceerd op 14 september 2026
In de bouw verschuift de rol van de aannemer steeds vaker van uitvoerder naar partner. Zeker bij complexe binnenstedelijke projecten of werkzaamheden die moeten plaatsvinden terwijl een organisatie gewoon blijft doordraaien, is een traditionele opdrachtgever-opdrachtnemerrelatie niet langer voldoende. Succes ontstaat door samen te ontwerpen, risico’s vroegtijdig te bespreken en gezamenlijk keuzes te maken. Bij K_Dekker vormt die manier van werken de basis van vrijwel ieder bouwteam. “Maar we zijn natuurlijk wel een bouwbedrijf en geen bouwteambedrijf”, zeggen bouwteammanagers Bas Pronk en Robert Boender. “Een bouwteam is voor ons geen doel op zich, maar een middel om samen met opdrachtgevers, gebruikers en partners tot een beter eindresultaat te komen.”












Dat bouwen gebeurt steeds vaker in een omgeving waarin opdrachtgevers, gebruikers, bewoners, ingenieursbureaus en aannemers intensief met elkaar moeten samenwerken. Zeker bij complexe binnenstedelijke projecten of werken die doorgaan terwijl de dagelijkse bedrijfsvoering in stand moet blijven, groeit de behoefte aan een bouwteam. Niet omdat het makkelijker is, maar juist omdat de opgave ingewikkelder wordt. Boender ziet die ontwikkeling al jaren. “Je zou sommige projecten eigenlijk helemaal niet meer traditioneel op de markt moeten gooien met halve informatie”, zegt hij. “Dan duw je alle risico’s uiteindelijk toch richting aannemer. In een bouwteam kun je samen het ontwerp en de uitvoering veel beter uitwerken.”
Dichtbij
Juist dat gezamenlijke proces ziet K_Dekker als de grote kracht van bouwteams. Pronk: “Je zit veel dichter op je klant. Je bespreekt veel beter wat iemand precies wil, of het ontwerp klopt met de eisen en of de planning haalbaar is. Daardoor weet je op het moment van aanbieden eigenlijk al zeker dat het voorstel één op één aansluit op wat de opdrachtgever wil.” Dat voorkomt verrassingen tijdens de uitvoering. Volgens Boender ontstaat er bovendien veel meer transparantie. “Bij bouwteams worden offertes gedeeld, winstmarges besproken en risico’s inzichtelijk gemaakt. Je haalt de extremen eruit. Geen bizarre winsten, maar ook geen verliesgevende projecten. Het wordt voorspelbaarder voor iedereen.” Toch is het volgens beide mannen een misverstand dat een bouwteam automatisch betekent dat alle risico’s bij de aannemer liggen. Juist daar ontstaan soms spanningen. Pronk haalt een project aan waarbij tijdens het graven een ontwerpfout aan het licht kwam. “Dan krijg je te horen: ‘Ja, maar jullie zaten toch in een bouwteam?’ Alsof daarmee ineens alle verantwoordelijkheid verschuift. Natuurlijk proberen wij fouten vroegtijdig te signaleren. Maar als een architect of adviseur een fout maakt die niemand eerder heeft gezien, dan blijft dat wel degelijk hun verantwoordelijkheid.”
Schuren
Volgens Pronk hoort die duidelijkheid juist óók bij samenwerken. “Soms mag het best even schuren. Liever nu een lastig gesprek, dan straks ruzie tijdens de uitvoering.” Die openheid past volgens hem bij de cultuur van K_Dekker. Grote opdrachtgevers als ProRail, Waternet en GVB waarderen dat juist, merken de twee. Zeker omdat veiligheid en kwaliteit binnen het bedrijf zwaar wegen. “We zijn soms best een eigenwijze aannemer”, zegt Pronk lachend. “Maar we willen het wel goed doen. Niet met de goedkoopste partij die toevallig beschikbaar is.” Dat betekent ook dat K_Dekker kritisch kijkt naar aanbestedingen waarin prijs nog steeds te dominant is. Boender: “Als zeventig procent van de beoordeling op prijs zit, dan investeren wij daar niet zomaar meer tienduizenden euro’s in.” Volgens hem zie je gelukkig steeds vaker dat opdrachtgevers kiezen voor andere contractvormen, zoals tweefasecontracten of bouwteams, waarin kwaliteit, samenwerking en uitvoerbaarheid zwaarder meewegen.
Complexiteit
De projecten waar K_Dekker momenteel aan werkt laten zien waarom die aanpak steeds belangrijker wordt. Zo werkt Boender met Waternet aan een bijzonder project onder het Amsterdamse Rokin, waar een oude bergbezinkkelder opnieuw in gebruik wordt genomen. De bouwplaats is nauwelijks groter dan tien bij tien meter en bevindt zich onder een fietsstalling, vlak naast metro-infrastructuur. “Dan ben je ineens met beheerders, verkeersstromen, rioleringen en waterafvoer bezig. Je ontdekt continu nieuwe dingen. Dat maakt het uitdagend.” Pronk noemt juist de langdurige samenwerking met opdrachtgevers een van de mooiste kanten van bouwteams. “Je leert echt het bedrijf achter het project kennen. Hoe processen lopen, wat belangrijk is voor de klant en waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Dat gaat veel verder dan alleen bouwen.” Dat zie je bijvoorbeeld ook terug bij projecten voor GVB, waar K_Dekker meedenkt over het vervangen van een overkapping boven een metrostation terwijl de metro’s blijven rijden. Of bij de Eurostar-terminal onder Amsterdam Centraal, waar na een lang traject onlangs ook de opdracht voor de nieuwe lounge definitief werd verstrekt. Projecten waarin techniek, logistiek, veiligheid en gebruikerservaring continu samenkomen.
Volhouden
Tegelijkertijd erkennen beide mannen dat bouwteams veel tijd en energie vragen. Soms zelfs jarenlang, zonder garantie dat een project uiteindelijk wordt uitgevoerd. Pronk vertelt over een driejarig bouwteamtraject voor een dakrenovatie bij NRG PALLAS in Petten. Er werd intensief ontworpen, gerekend en onderzocht hoe de werkzaamheden konden plaatsvinden terwijl de medische processen in het gebouw doorgingen. Uiteindelijk besloot de opdrachtgever het plan toch niet uit te voeren. “Dan ben je drie jaar bezig geweest met planmakerij”, zegt Pronk. “En uiteindelijk wil je natuurlijk gewoon bouwen.” Toch overheerst geen cynisme. Integendeel. Zowel Pronk als Boender geloven dat de bouwsector juist meer behoefte krijgt aan dit soort samenwerkingen. Vooral bij complexe projecten waar techniek, omgeving en bedrijfsvoering steeds sterker met elkaar verweven raken. Het vraagt wel iets van alle partijen: duidelijke keuzes, wederzijds begrip en het besef dat samenwerken niet betekent dat verantwoordelijkheden verdwijnen. Of zoals Pronk het samenvat: “Een bouwteam werkt alleen als iedereen eerlijk blijft over wat hij wil, wat hij verwacht en waar de risico’s liggen. Dan kun je samen echt betere projecten maken.”
NIEUWSBRIEF
Renovatie Theater De Vest: bouwen aan zekerheid in een kwetsbare omgeving
Renovatie Theater De Vest
Gepubliceerd op 14 september 2026
Een lekkende gevel, een versleten foyer en een strakke deadline: de renovatie van Theater De Vest in Alkmaar vroeg om meer dan alleen technisch vakmanschap. Door te kiezen voor een bouwteam-aanpak en een intensieve samenwerking tussen opdrachtgever en aannemer, werd het project niet alleen tijdig opgeleverd, maar ook beter aangepakt dan in eerste instantie voorzien.












De aanleiding voor de renovatie lag in een combinatie van technische en functionele tekortkomingen. De bestaande gevel van het theater, opgebouwd uit grote glasvlakken, kampte al geruime tijd met lekkages. Water drong tot meters diep de foyer in en tastte de onderliggende constructie aan. Tegelijkertijd voldeed de entree niet meer aan de eisen van deze tijd: smalle draaideuren beperkten de doorstroming en vormden een risico in noodsituaties. Voor directeur Naud van Geffen was het duidelijk dat uitstel geen optie meer was. “Dit was al jaren een wens. De eerste plannen dateren van vóór corona, maar door allerlei omstandigheden bleef het liggen. Op een gegeven moment moet je doorpakken.” De renovatie bood bovendien de kans om het gebouw toekomstbestendig te maken, zonder vooruit te lopen op een grotere verbouwing die op termijn wordt voorzien.
Bouwteam als fundament
Voor de uitvoering werd gekozen voor een bouwteamconstructie, waarbij K_Dekker al in een vroeg stadium werd betrokken. Volgens projectleider Pascal van der Geest lag daar de sleutel tot het succes. “In april 2024 zijn we gestart met een grondige opname van het gebouw. We hebben letterlijk tegels gelicht om te zien hoe ver de schade doorliep. Op basis daarvan hebben we een advies opgesteld en meteen aangegeven: dit moet je niet overhaast doen.” Waar aanvankelijk werd gedacht aan uitvoering binnen enkele maanden, adviseerde K_Dekker om het project een jaar op te schuiven. Die extra voorbereidingstijd maakte het mogelijk om ontwerp, techniek en planning zorgvuldig op elkaar af te stemmen. “Je hebt invloed op hoe details worden uitgewerkt. Niet achteraf corrigeren, maar vooraf zorgen dat het klopt en uitvoerbaar is,” aldus Van der Geest.
Werken onder tijdsdruk, zonder concessies
De uitvoering vond plaats in drie fasen, waarbij de nadruk lag op de gevel en foyer (fase A) en de sanitaire voorzieningen (fase B). De werkzaamheden startten in mei 2025 en moesten vóór de start van het nieuwe theaterseizoen zijn afgerond. Dat betekende bouwen in een omgeving die deels in gebruik bleef. Tijdens voorstellingen moesten noodroutes beschikbaar blijven en werd het werk tijdelijk stilgelegd of aangepast. “Die deadline was keihard,” zegt Van Geffen. “Voorstellingen liggen jaren van tevoren vast. Uitlopen was simpelweg geen optie.” Toch werd de planning gehaald, vrijwel op de week nauwkeurig. Volgens Van der Geest is dat geen toeval: “Als je in het voortraject alles goed organiseert, kun je in de uitvoering strak sturen. Dat is precies wat een bouwteam mogelijk maakt.”
Technische ingrepen met zichtbaar effect
De renovatie omvatte meer dan alleen het vervangen van de gevel. De bestaande constructie werd volledig verwijderd en vervangen door een nieuwe, beter geïsoleerde gevel met kleinere glasvlakken en drievoudige beglazing. Daarnaast werd de volledige foyervloer vernieuwd. Tijdens de uitvoering kwam een extra probleem aan het licht: de bestaande zandcementvloer bleek grotendeels te zijn vergaan. In plaats van herstel werd gekozen voor volledige vervanging, inclusief vloerverwarming. “In zo’n geval kun je het maar beter direct goed doen” zegt Van der Geest. “Half werk betekent dat je over een paar jaar opnieuw bezig bent. Nu ligt er een vloer die weer jarenlang mee kan.” Ook op het gebied van comfort en energieprestatie zijn stappen gezet. De foyer is minder gevoelig voor opwarming en tocht, en biedt meer gebruiksmogelijkheden voor het theater.
Lokale samenwerking en korte lijnen
Opvallend in het project is de inzet van lokale partners. Voor staal, interieurbouw, afbouw en installaties werd grotendeels gewerkt met vaste partijen uit de regio. Volgens Van der Geest is dat een bewuste keuze: “Je werkt met partijen die je kent en vertrouwt. Dat zorgt voor snelheid en duidelijkheid. Zeker in een project met zo’n strakke planning is dat essentieel.”
Resultaat: een opener en toekomstbestendig theater
Voor het theater zelf is het resultaat direct merkbaar. De entree is ruimer en gastvrijer, de foyer functioneert beter en biedt nieuwe mogelijkheden voor programmering. Van Geffen: “We horen het publiek letterlijk binnenkomen: ‘wauw’. Dat zegt genoeg. We hebben geen voorstellingen hoeven schrappen en nul klachten gehad. Dat is misschien wel het grootste compliment.”
Les voor de praktijk
De renovatie van Theater De Vest laat zien dat juist bij middelgrote, technisch complexe projecten de keuze voor een bouwteam het verschil kan maken. Door aannemer en opdrachtgever vroegtijdig te laten samenwerken, ontstaat ruimte voor betere oplossingen en een realistischer planning. Of zoals Van der Geest het samenvat: “Het mooiste werk is werk zonder verrassingen. En die voorkom je niet achteraf, maar aan de voorkant.”
PROJECTINFORMATIE
Renovatie Theater De Vest
Alkmaar
Theater De Vest aan het Canadaplein in Alkmaar heeft een ingrijpende vernieuwing ondergaan. De gevel, entree en foyer zijn door K_Dekker volledig gemoderniseerd om het theater klaar te maken voor de toekomst, met aandacht voor duurzaamheid, comfort en toegankelijkheid.
NIEUWSBRIEF
Cultuur en mensen: de kracht van een familiebedrijf
Uitbreiding en modernisering kantoor K_Dekker
Gepubliceerd op 14 september 2026
Wie K_Dekker van dichtbij bekijkt, ziet meer dan een bouwbedrijf. Achter de projecten, de groei en de professionalisering zit een organisatie waarin mensen en onderlinge betrokkenheid een centrale rol spelen. Die cultuur is niet ontstaan uit beleid alleen, maar uit een lange familiegeschiedenis, waarin waarden als samen doen en verantwoordelijkheid nemen van generatie op generatie zijn doorgegeven.












“K_Dekker wordt sinds 5 jaar geleid door een volledige externe directie en aan ons als 3e generatie wordt wel eens gevraagd naar onze rol” zegt Lydia Groot-Jonker, die als STAK-bestuurder en certificaathouder betrokken is bij het bedrijf. “Het STAK-bestuur houdt toezicht op en is een klankbord voor de directie. Hierbij is er aandacht voor de cijfers maar ook voor de cultuur en de continuïteit op lange termijn. Als groep certificaathouders voelen we vooral de verantwoordelijkheid. Niet alleen voor het bedrijf, maar ook voor alle mensen die hier werken en hun gezinnen. We zijn actief betrokken en vinden het belangrijk dat we de organisatie en de mensen echt kennen. Ook de volgende generatie betrekken we hierbij.”
Samen doen, samen vooruit
Die betrokkenheid sluit goed aan bij de cultuur waar één van de kernwaarden samen is. Niet als woord op de muur, maar als dragende pijler binnen onze organisatie. “Dat zit echt in het DNA van het bedrijf,” zegt Marieke Wisse (HR-manager). “We zijn gegroeid en professioneler geworden, maar we willen die menselijke maat vasthouden. Dat betekent dat je elkaar kent, dat je elkaar ziet en dat je er bent op belangrijke momenten.” De betrokkenheid is ook zichtbaar bij bijeenkomsten, ongeacht welke, waar de opkomst steevast hoog is, maar ook in de manier waarop collega’s met elkaar omgaan. Of het nu gaat om een huwelijk, een geboorte of een overlijden, er is aandacht voor elkaar. Ook initiatieven als de jaarlijkse pensionadodag onderstrepen die verbondenheid. Oud-medewerkers blijven zo onderdeel van ons bedrijf. Hetzelfde geldt voor families van medewerkers, die regelmatig betrokken worden bij sociale activiteiten. Het bedrijf strekt zich daarmee uit voorbij de werkvloer alleen.
Groeien zonder het karakter te verliezen
De afgelopen jaren is K_Dekker stevig gegroeid. Met meer dan tweehonderd medewerkers en een steeds bredere portefeuille aan projecten, neemt ook de complexiteit toe. Juist in die groei ligt volgens Marieke een belangrijke uitdaging. “Hoe zorg je dat je professioneel blijft ontwikkelen, zonder dat je afstandelijk wordt? Dat is iets waar we continu mee bezig zijn. We investeren veel in opleiding en ontwikkeling, bijvoorbeeld via het traineeprogramma. Daarmee geven we jonge mensen de kans om zich breed te oriënteren en echt onderdeel te worden van de organisatie.” Die aandacht voor ontwikkeling sluit aan bij de veelzijdigheid binnen het bedrijf. Van timmerlieden tot projectleiders, van jonge instromers tot ervaren krachten, en steeds vaker ook vrouwen in de bouw. “We willen een afspiegeling zijn van de samenleving,” zegt Marieke. “En vooral een plek waar iedereen zich kan ontwikkelen en zich thuis voelt en gehoord wordt.”
Een nieuw thuishonk
De cultuur van K_Dekker krijgt ook fysiek vorm in het vernieuwde kantoor in Warmenhuizen. Wat begon als een noodzakelijke uitbreiding, groeide uit tot een plek waar ontmoeting en samenwerking centraal staan. Het gebouw is meer dan een werkplek. Het is een thuishonk, waar collega’s elkaar treffen, overleggen en samenkomen. De traditionele receptie maakt plaats voor een centrale ontmoetingsruimte, met ruimte voor informele gesprekken en spontane interactie. “Het moet een plek zijn die recht doet aan onze mensen,” klinkt het vanuit de organisatie. “Niet alleen functioneel, maar ook warm.” Die gedachte sluit naadloos aan bij de visie van K_Dekker als familiebedrijf. De certificaathouders investeren bewust in de uitbreiding en vernieuwing van het kantoor, met oog voor werkplezier, goede werkomstandigheden en de mensen die het bedrijf maken. Zo wordt gebouwd aan een toekomstbestendige organisatie waarin continuïteit en verbondenheid centraal staan.
Trots als verbindende factor
Wat uiteindelijk het meest opvalt, is de trots die binnen K_Dekker voelbaar is. Trots op het werk, op de projecten, maar vooral op elkaar. Die trots wordt niet uitbundig geëtaleerd, maar zit in kleine dingen: in de manier waarop collega’s elkaar aanspreken, in de bereidheid om samen een stap extra te zetten en in de betrokkenheid die verder gaat dan het werk alleen. Of, zoals Lydia het samenvat: “We zijn hier niet alleen voor onszelf. We doen het samen.” En precies daarin schuilt de kracht van het familiebedrijf. Niet alleen in de structuur, maar in de mensen die het iedere dag vormgeven.
PROJECTINFORMATIE
Uitbreiding en modernisering kantoor K_Dekker
Warmenhuizen
Na ruim tien jaar in ons huidige pand groeit K_Dekker verder en dat vraagt om uitbreiding en modernisering van ons hoofdkantoor in Warmenhuizen. We hebben de eerste voorbereidingen voor deze verbouwing al getroffen.
NIEUWSBRIEF
Beweegbare fiets- en voetgangersbrug Willemsoord Den Helder
Bouw beweegbare fiets- en voetgangersbrug Willemsoord
Gepubliceerd op 14 september 2026
De nieuwe fiets- en voetgangersbrug tussen het stadshart van Den Helder en Willemsoord is meer dan een functionele verbinding. Het is een zorgvuldig ontworpen schakel in de stedelijke ontwikkeling, waarin techniek, esthetiek en samenwerking samenkomen. Aannemer K_Dekker realiseerde de beweegbare brug in bouwteamverband met opdrachtgever Zeestad.












Projectleider Emile Kuijn kijkt met zichtbaar plezier en trots terug op het resultaat. “Als alles samenkomt – techniek, ontwerp en uitvoering – dan ontstaat er iets waar je trots op kunt zijn. Dit is zo’n project.”
Verbinding tussen twee werelden
De brug vormt een directe route tussen het winkelhart en de voormalige Rijkswerf Willemsoord, die zich steeds nadrukkelijker ontwikkelt tot tweede centrumgebied van de stad.
Volgens Jan Sicco Abma, projectleider realisatie bij Zeestad, was die verbinding al jarenlang gewenst. “Willemsoord is voor Den Helder echt een tweede hart geworden. Met het stadhuis, horeca, cultuur en evenementen. Dan moet je die plek ook logisch en aantrekkelijk verbinden met de binnenstad.” De brug is nadrukkelijk ontworpen voor langzaam verkeer. Daarmee vervangt hij een minder comfortabele oversteek en biedt hij een brede, veilige route voor fietsers en voetgangers. “Waar je vroeger een beetje moest manoeuvreren, heb je nu een ruime en vanzelfsprekende entree naar Willemsoord,” zegt Abma. “Dat maakt echt verschil in hoe mensen de stad ervaren.”
Ontwerp dat ‘altijd al klopte’
Het ontwerp van landschapsarchitect West 8 speelt daarin een belangrijke rol. De brug moest niet alleen functioneel zijn, maar ook passen in het maritieme karakter van de omgeving. Dat is terug te zien in de materialisatie en detaillering: slank ontworpen staal, een warme dekafwerking en een leuning met koperachtige uitstraling en bijzondere details. Het bewegingswerk en contragewicht zijn grotendeels uit het zicht weggewerkt, waardoor een rustig en strak beeld ontstaat.
Kuijn: “Je wilt dat zo’n brug er niet uitziet als een technisch object, maar als iets dat vanzelfsprekend onderdeel is van de plek. Dat zit in de grote lijnen, maar juist ook in de details.” Abma herkent dat: “Sommige keuzes van de architect waren best stevig verdedigd. Maar als het er dan ligt, zie je: het klopt gewoon. Alsof die brug er al jaren ligt.”
Bouwteam als sleutel tot balans
De brug kwam tot stand in een bouwteamconstructie, waarin ontwerp, techniek en budget continu tegen elkaar zijn afgewogen. Dat proces vergde volgens beide partijen een lange adem. Het project kende momenten waarop budget en ambitie niet vanzelf samenkwamen. “Dan moet je met elkaar zoeken,” zegt Abma. “Wat is essentieel, waar kun je vereenvoudigen en waar juist niet? Dat vraagt vertrouwen. ”Kuijn vult aan: “Je hebt altijd een bepaald ‘wisselgeld’. Dingen die je anders doet om ruimte te maken voor wat echt belangrijk is. Uiteindelijk draait het om keuzes maken die het project als geheel beter maken.” Die gezamenlijke zoektocht resulteerde in een ontwerp dat zowel uitvoerbaar als karaktervol bleef.
Techniek uit het zicht
Technisch gezien is de brug uitgevoerd als stalen basculebrug van circa vijf meter breed, opgebouwd uit meerdere vaste en beweegbare delen. Een belangrijk uitgangspunt was dat de techniek ondergeschikt moest zijn aan het beeld. Het bewegingsmechanisme is daarom grotendeels weggewerkt onder het brugdek. Kuijn: “Dat vraagt extra aandacht in engineering en uitvoering. Alles moet kloppen, terwijl je het uiteindelijk niet meer ziet. Maar juist dat maakt het verschil.” Ook in de uitvoering is gekozen voor efficiëntie. Grote delen van de stalen constructie zijn geprefabriceerd en vervolgens op locatie gemonteerd, om de hinder voor de omgeving te beperken.
Werken in een levende omgeving
De bouw vond plaats midden in een gebied dat volop in gebruik bleef. Dat betekende intensief afstemmen met stakeholders zoals de museumhaven en omliggende voorzieningen. “Je hebt daar boten, evenementen, bezoekers,” zegt Abma. “Dan moet je continu schakelen. Wanneer kan iets wel, wanneer niet?” Volgens Kuijn zit daar ook de kracht van de samenwerking. “We kijken niet alleen naar het contract, maar ook naar de omgeving. Soms is het een kleine moeite om iets mogelijk te maken. Dat helpt enorm in de relatie.” Die houding werd volgens de opdrachtgever duidelijk zichtbaar in de praktijk. “Het zijn vaak de kleine dingen,” aldus Abma. “Bereidheid om mee te denken, om iets te faciliteren. Dat maakt het verschil.”
Vakmanschap en nieuwe generatie
Op het werk kwamen ervaring en nieuwe aanwas samen. Naast ervaren krachten speelde ook een trainee een zichtbare rol in het project. “Je ziet iemand groeien tijdens zo’n project,” zegt Abma. “Dat is mooi om mee te maken. Het laat ook zien dat vakmanschap wordt doorgegeven. ”Voor Kuijn is dat vanzelfsprekend. “We willen een organisatie zijn waar mensen zich ontwikkelen. Daar zijn dit prachtige projecten voor.”
Direct onderdeel van de stad
Sinds de oplevering is de brug direct intensief in gebruik genomen. Volgens Abma werd dat al zichtbaar bij de eerste evenementen. “De dag na de opening zat de brug al vol met mensen. Alsof het er altijd al was. Dan weet je dat het klopt.” De brug draagt daarmee niet alleen bij aan bereikbaarheid, maar ook aan de beleving van het gebied. Het uitzicht over de museumhaven en de flaneerkade maken het tot een plek waar mensen blijven hangen. Kuijn: “Dat is misschien wel het mooiste. Dat het niet alleen een verbinding is, maar ook een plek op zichzelf en echt wel een icoon waar we trots op zijn.”
Resultaat van gedeelde verantwoordelijkheid
Terugkijkend benadrukken zowel opdrachtgever als aannemer het belang van samenwerking. “Het gaat om begrip voor elkaars rol en verantwoordelijkheid,” zegt Kuijn. “Als je dat hebt, kom je verder.” Abma sluit zich daarbij aan: “Uiteindelijk bouw je dit samen. En dan is het mooi als er iets staat waar iedereen trots op kan zijn.” Met de nieuwe brug heeft Den Helder er niet alleen een infrastructuurproject bij, maar ook een zichtbaar stuk stedelijke kwaliteit – een verbinding die letterlijk en figuurlijk werkt.
PROJECTINFORMATIE
Bouw beweegbare fiets- en voetgangersbrug Willemsoord
Den Helder
In Den Helder heeft K_Dekker in opdracht van Zeestad CV/BV de bouw van een iconische beweegbare fiets- en voetgangersbrug tussen het winkelhart en Willemsoord in Den Helder gerealiseerd. Deze brug vormt een essentiële verbinding tussen het winkelhart en Willemsoord, waardoor de historische Rijkswerf nog meer onderdeel wordt van het stadscentrum.