Veiligheid, innovatie en duurzaamheid: bouwen richting 2030

Warmenhuizen

Gepubliceerd op

Bij K_Dekker komen veiligheid, duurzaamheid en innovatie steeds nadrukkelijker samen. Niet als losse thema’s, maar als één samenhangende koers richting 2030. Hoofd KAM Timo Blind en bedrijfsleider Rick Bleeker vertellen hoe die ambitie op de bouwplaats vorm krijgt. Van elektrische kranen en slimme laadstrategieën tot AI en een veiligheidscultuur die tot in de haarvaten van de organisatie voelbaar is.

Wie met Timo Blind en Rick Bleeker spreekt, merkt al snel dat veiligheid geen afvinklijstje is, maar een overtuiging. K_Dekker behoort tot de eerste bouw- en infrabedrijven met Trede 5 op de Veiligheidsladder, en dat is volgens beiden geen eindpunt, maar een vertrekpunt.

“Veiligheid begint bij het management,” zegt Rick. “Als iets niet veilig kan, doen we het gewoon niet.” Die houding vertaalt zich naar de werkvloer, waar medewerkers elkaar actief aanspreken op gedrag en situaties. Volgens Timo is juist die cultuur het grootste verschil. “Mensen durven meldingen te maken, zonder dat ze bang zijn dat een collega daar last van krijgt. En ze komen met innovatieve ideeën om het steeds beter en slimmer te doen.” Opvallend is dat die benadering ook door partners wordt gewaardeerd. In plaats van meer regels ervaren onderaannemers juist meer overleg en samenwerking. Timo wijst erop dat die ontwikkeling geen vanzelfsprekendheid is, maar het resultaat van gericht sturen en blijven leren. “Voor mijn gevoel zijn we in het afgelopen jaar echt in de breedte sterker geworden,” zegt hij. “Waar het eerder op sommige plekken al goed zat, zie je nu dat het overal in de organisatie beter en consistenter wordt.”

Emissieloos bouwen als nieuwe norm

Parallel aan veiligheid werkt K_Dekker toe naar een emissieloze bedrijfsvoering in 2030. Vooral het materieelpark speelt daarin een sleutelrol, met Rick als aanjager. De keuze om te investeren in elektrische graafmachines was daarbij geen vanzelfsprekende. “De businesscase is nog niet rendabel,” erkent hij. “Maar je moet soms gewoon beginnen. Het tekent ook het ondernemerschap dat we bij K_Dekker hebben en uitdragen: risico’s nemen hoort daar ook bij.” Die keuze pakte verrassend goed uit. Machinisten bleken direct enthousiast. “Het draait stil, soepel en gecontroleerd. Eigenlijk wil niemand meer terug naar fossiel.” Wat begon als een voorzichtig scenario, groeit inmiddels sneller dan verwacht. Waar eerder werd gerekend op 20 procent emissieloos werken in 2026, ligt dat aandeel nu al richting de 25 tot 30 procent. Sterker nog: er zijn al klanten die K_Dekker speciaal benaderen omdat de aannemer uit Warmenhuizen emissieloos kán werken.

Slim omgaan met netcongestie

De grootste uitdaging zit niet in de machines, maar in de energievoorziening. Netcongestie dwingt tot creatieve oplossingen. “We plannen onze kranen zoveel mogelijk op locaties waar stroom beschikbaar is,” legt Rick uit. “En als dat niet kan, gebruiken we – als echte uitzondering – in sommige gevallen nog aggregaten op HVO100. De draaizekerheid op de volgende dag is namelijk essentieel voor het werk, want stilstaan is geen optie. En daarmee reduceren we alsnog zo’n 95 procent van de uitstoot. Overigens is dat een tijdelijke tussenoplossing omdat mobiele batterijen nog in ontwikkeling zijn. De verwachting is dat we vanaf komende zomer gebruik kunnen maken van deze mobiele batterij waardoor dit probleem ook weer verholpen is en we echt overal emmissieloos kunnen draaien. Ook op projecten zonder stroomaansluiting.” Binnen de organisatie wordt zelfs het laadgedrag van medewerkers meegenomen. “We stimuleren thuisladen door een hogere vergoeding te geven,” zegt Rick. “Zo benut je het netwerk ’s nachts en ontlast je de piek.”

Klantvraag als versneller

Opvallend is dat de markt de ontwikkeling inmiddels versnelt. Waar duurzaamheid eerder vooral intern werd gedreven, komt de vraag nu nadrukkelijk van opdrachtgevers. “Gemeenten, provincies en waterschappen vragen steeds vaker om emissieloos werken,” zegt Rick. “En ze zijn ook bereid om daarvoor te betalen of zelfs laadinfrastructuur te faciliteren.” Tegelijkertijd blijft het speelveld ongelijk. Niet elke opdrachtgever maakt dezelfde afweging. “Soms kiest men nog voor prijs boven kwaliteit, veiligheid en duurzaamheid,” constateert Timo. “Dat is de realiteit. Maar je ziet wel dat het langzaam kantelt.”

AI als stille revolutie

Naast materieel en energie speelt digitalisering een steeds grotere rol. Binnen K_Dekker wordt volop geëxperimenteerd met kunstmatige intelligentie. Timo ziet vooral kansen in de voorbereiding. “We kijken of we VGM-plannen en projectdocumentatie automatisch kunnen laten genereren. Waar je eerst vier of vijf uur mee bezig was, hoef je straks alleen nog te controleren.” Dat heeft direct impact op de werkdruk. “De administratieve last voor uitvoerders is enorm toegenomen,” zegt hij. “Als je dat kunt verminderen, krijgen ze weer tijd voor waar het echt om draait: het werk buiten.” Ook inkoopprocessen worden slimmer ingericht, bijvoorbeeld door offertes automatisch te vergelijken op basis van bestaande contracten.

Cultuur als fundament

Wat al deze ontwikkelingen verbindt, is de cultuur binnen het bedrijf. K_Dekker combineert volgens Rick “de professionaliteit en investeringskracht van het grootbedrijf met het ondernemerschap van het mkb”. Die combinatie werpt zijn vruchten af. Medewerkerstevredenheid ligt aantoonbaar boven de benchmark, en het bedrijf trekt relatief eenvoudig nieuw talent aan. “Mensgericht werken en investeren in veiligheid en duurzaamheid versterken elkaar,” zegt hij. “Dat zie je terug in hoe mensen hier werken en samenwerken.”

Richting 2030, en verder

De ambitie richting 2030 is helder, maar volgens Timo en Rick stopt het daar niet. Binnen de organisatie wordt al gekeken naar volgende stappen, bijvoorbeeld op het gebied van ketensamenwerking en circulaire materiaaltoepassingen. “Op sommige vlakken lopen we voorop, op andere nog niet,” zegt Timo nuchter. “Maar we blijven ontwikkelen.” Wat blijft, is de overtuiging dat veiligheid, duurzaamheid en innovatie geen losse thema’s zijn. Het zijn de pijlers onder een manier van werken die steeds meer de norm wordt. Rick sluit af: “Er zijn nog genoeg stappen die we kunnen maken en ook gáán maken.”

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Van dakvervanging tot integrale stationsupgrade

Vervangen perronkap Station Heiloo

Gepubliceerd op

Wat begon als een relatief eenvoudige ingreep aan de perronkap van station Heiloo, groeide gaandeweg uit tot een integrale vernieuwing van het station. In nauwe samenwerking tussen ProRail en K_Dekker werd niet alleen het dak vervangen, maar kreeg het gehele station een upgrade die recht doet aan zowel de historie als de hedendaagse eisen aan comfort, veiligheid en duurzaamheid.

“Het begon eigenlijk met de vraag om alleen de dakbedekking te vervangen,” vertelt John Nieuwstad, bouwmanager bij ProRail. “Maar van het één kwam het ander. Toen we beter keken, zagen we dat ook de constructie eronder niet overal meer voldeed. En als je dan toch bezig bent, ga je verder kijken: bestrating, outillage, zelfs de kiosk en het toiletgebouw.” Die ontwikkeling is ook zichtbaar in het eindresultaat. Het station kreeg een nieuwe perronkap, moderne inrichting, vernieuwde verlichting en een open, overzichtelijke uitstraling, met respect voor het historische karakter van de plek.

Van ontwerpvrijheid naar gezamenlijke optimalisatie

De opdracht bood K_Dekker ruimte om mee te denken over de uitvoering. Die ontwerpvrijheid werd actief benut. Volgens Nieuwstad zat daar een belangrijk deel van de meerwaarde. “Wij keken niet alleen naar het contract, maar stelden elkaar ook kritische vragen. Ik heb de aannemer ook gevraagd: wat kun je beter doen? Als het eindbeeld hetzelfde blijft en de kwaliteit gewaarborgd is, dan sta ik daar voor open.” Emile Kuijn, projectleider bij K_Dekker, herkent die werkwijze. “Je hoeft het niet altijd met elkaar eens te zijn. Het gaat erom hoe je met elkaar het gesprek voert en hoe je samen tot een oplossing komt. Dat bepaalt uiteindelijk het resultaat.” Die open houding leidde onder meer tot slimme uitvoeringskeuzes, zoals het zoveel mogelijk prefabriceren en off-site bewerken van staalconstructies. Daarmee werd niet alleen de kwaliteit beter beheersbaar, maar ook de uitvoering binnen de strakke spoorplanning haalbaar.

Bouwen onder tijdsdruk: 52 uur als maatstaf

Een bepalend element in het project waren de buitendienststellingen, de treinvrije periodes waarin het werk moest plaatsvinden. In Heiloo werd het werk verdeeld over meerdere van zulke periodes, met als hoogtepunt het plaatsen van de nieuwe kap. “Een buitendienststelling van 52 uur betekent dat je eigenlijk bijna een week werk in een weekend moet doen,” legt Nieuwstad uit. “Dat vraagt een totaal andere manier van voorbereiden en samenwerken.” Kuijn vult aan dat daarbij altijd één prioriteit centraal staat: “De veilige bereikbaarheid voor reizigers. Je kunt niet zomaar stoppen. Het perron moet na zo’n weekend gewoon weer veilig open.” Die druk maakt de voorbereiding cruciaal. In Heiloo werd daarom intensief gewerkt met zogeheten lean-sessies, waarin alle stappen, risico’s en afhankelijkheden vooraf tot in detail werden doorgenomen. “Je bespreekt alles: veiligheid, tijd, positie, wat iemand nodig heeft om te starten en waar hij eindigt. Dat zorgt ervoor dat de volgende partij direct door kan,” aldus Nieuwstad.

Risico’s beheersen, ruimte houden voor flexibiliteit

Bij een project als dit spelen risico’s een grote rol, met name bij complexe hijswerkzaamheden. Wind, logistiek en planning kunnen direct impact hebben op de uitvoering. Kuijn: “We kijken altijd: wat kan er misgaan? En wat doen we dan? Soms kun je stoppen zonder grote gevolgen, maar hier moest het perron gewoon weer open. Dan moet je scenario’s klaar hebben.” Ook hier speelde samenwerking een doorslaggevende rol. Beslissingen werden gezamenlijk genomen, met ruimte voor expertise van onder meer kraanleveranciers en uitvoerende partijen. Een opvallend onderdeel van het project was het hijswerk, uitgevoerd door Schot Verticaal Transport. De plaatsing van de nieuwe kapdelen groeide uit tot een klein spektakel voor de omgeving. Omwonenden volgden het werk vanaf hun balkons, terwijl de grote kraan de elementen op hun plek tilde. Die zichtbaarheid onderstreepte meteen de complexiteit van de operatie. De nieuwe perronkap werd namelijk niet ter plekke opgebouwd, maar grotendeels geprefabriceerd op een parkeerterrein direct naast het station. Daar werden de stalen delen samengebouwd tot grote secties, die vervolgens tijdens de buitendienststelling in één keer op hun definitieve positie werden gehesen. Die aanpak beperkte de werkzaamheden op het spoor zelf en verkortte de uitvoeringstijd aanzienlijk, maar vroeg tegelijkertijd om uiterste precisie in voorbereiding en uitvoering.

De menselijke factor als doorslaggevende succesfactor

Hoewel techniek, planning en logistiek bepalend zijn, ligt volgens beide partijen de echte sleutel tot succes elders. “Open communicatie, eigenaarschap en samen het werk doen,” vat Nieuwstad samen. “Als dat er niet is, krijg je een heel ander project.” Kuijn benadrukt het wederzijdse vertrouwen dat daarbij hoort: “We hebben ook werkzaamheden uitgevoerd zonder dat alles formeel al volledig was afgetekend. Dat kan alleen als je vertrouwen hebt in elkaar.” Die samenwerking vertaalt zich volgens Nieuwstad uiteindelijk in de uitvoering: “Dan wordt het geen samenspel van alleen kennis en kunde, maar een samenspel van vertrouwen. En dan kun je echt bouwen.”

Een ‘feestje’ als graadmeter

Voor Nieuwstad is er een opvallende graadmeter voor een geslaagd project: de sfeer tijdens de uitvoering. “Ik zeg altijd: een buitendienststelling moet een feestje zijn. Als de voorbereiding goed is en het vertrouwen er is, dan merk je dat meteen op de werkvloer.” In Heiloo kwam dat volgens beide partijen samen. Niet alleen door de technische prestatie, maar juist door de manier waarop het projectteam samenwerkte.

Resultaat: toekomstbestendig station met historische knipoog

Het vernieuwde station Heiloo werd in oktober 2025 opgeleverd en combineert een moderne uitstraling met verwijzingen naar het verleden. De nieuwe kap, geïnspireerd op historische voorbeelden, vormt daarbij het meest in het oog springende element. Voor zowel ProRail als K_Dekker is het project daarmee meer dan een geslaagde renovatie. Het laat zien hoe technische complexiteit, strakke planningen en publieke zichtbaarheid samenkomen in een project waarin samenwerking het verschil maakt. Zoals Kuijn het samenvat: “Dit was geen ‘u vraagt, wij bouwen’-project. Zonder samenwerking kun je dit simpelweg niet realiseren.”

 

PROJECTINFORMATIE

Vervangen perronkap Station Heiloo

Heiloo

K_Dekker realiseerde in opdracht van ProRail een compleet vernieuwde perronkap van 86 meter lang, voorzien van 71 zonnepanelen, biocomposiet randelementen en grotendeels opgebouwd uit hergebruikt staal van de oude constructie. Het station is nu niet alleen energieneutraal, maar zelfs energiepositief.

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Vakmanschap en improvisatievermogen

Uitbreiding Winkelcentrum Broekerveiling

Gepubliceerd op

De uitbreiding van winkelcentrum Broekerveiling in Langedijk is er niet eentje van rechttoe rechtaan bouwen. Wie het project van dichtbij volgt, ziet een bouwplaats waar dagelijks wordt geschakeld, aangepast en vooruitgedacht. Voor K_Dekker staan uitvoerders John Bakker en Jesper Sterkenburg samen aan het roer. Een duo dat qua leeftijd flink verschilt, maar op de bouwplaats opvallend goed op elkaar is ingespeeld.

De uitbreiding voegt circa 5.500 m² winkelruimte toe aan het bestaande centrum en vormt daarmee een belangrijke impuls voor het voorzieningenniveau in de regio. Tegelijkertijd betekent bouwen tegen en aan een bestaand winkelcentrum dat de complexiteit groot is. “Je werkt niet op een lege kavel, maar midden in een omgeving die gewoon doordraait,” vat Bakker de kern samen.

Generaties versterken elkaar

De samenwerking tussen Bakker en Sterkenburg vormt een rode draad door het project. Waar Bakker de ervaring meebrengt, laat de jonge Sterkenburg zien dat hij snel leert en verantwoordelijkheid pakt. Dat levert volgens beiden een natuurlijke dynamiek op. Bakker ziet hoe zijn jonge collega zich ontwikkelt en dat geeft vertrouwen. Als het nodig is springt hij bij, maar vaak is dat niet eens nodig. Sterkenburg staat zijn mannetje en pakt zijn rol op de bouwplaats overtuigend. Tegelijkertijd erkent hij dat hij veel leert van zijn oudere collega, juist in situaties waarin ervaring het verschil maakt.

Achterstand en complexe aansluiting

De bouw kende een moeizame start. Door een combinatie van factoren liep het project al snel zo’n twaalf weken achter op schema. Met name de aansluiting op het bestaande winkelcentrum bleek in de praktijk complexer dan vooraf was voorzien. Die aansluiting was namelijk niet volledig tot in detail uitgedacht. Dat betekende dat er pas een concreet plan kon worden gemaakt op het moment dat de uitvoering al vroeg om directe actie. Ontwerpen en bouwen liepen daardoor deels door elkaar heen, wat extra druk legde op zowel de voorbereiding als de uitvoering. Dat laatste vraagt om nauwkeurigheid en flexibiliteit tegelijk. Bestaande constructies, installaties en logistiek moeten op elkaar aansluiten, terwijl de nieuwbouw ondertussen doorloopt. Daar zit de echte complexiteit van dit project.

Dagelijks schakelen op de bouwplaats

Om het project weer op koers te krijgen, werd de aanpak aangescherpt. De planning werd teruggebracht naar dagniveau, waarbij werkzaamheden als een soort treintje achter elkaar werden georganiseerd. Elke schakel moest kloppen, anders stokte de voortgang direct. Die werkwijze vraagt om continue afstemming tussen alle betrokken partijen op de bouwplaats. Improvisatievermogen werd daarbij een sleutelwoord. Niet alles liep volgens plan, maar door snel te schakelen en oplossingen te bedenken, bleef de productie doorgaan. Een belangrijke rol was daarbij weggelegd voor de eigen vaklieden van K_Dekker. Tijdens de piek werkten zo’n twaalf timmerlieden tegelijk op het project. Die vaste kern zorgde voor continuïteit en kwaliteit, juist in een fase waarin de druk hoog lag.

Druk opvoeren zonder de sfeer te verliezen

Het inlopen van de achterstand vroeg om tempo maken. Tegelijkertijd was het volgens Bakker en Sterkenburg cruciaal om de sfeer op de bouwplaats goed te houden. Te veel druk kan averechts werken, zeker bij een project dat al onder spanning staat. Door duidelijk te communiceren, samen te werken en ruimte te houden voor overleg, bleef de teamgeest overeind. En dat bleek een voorwaarde om het project succesvol af te ronden.

Trots op resultaat

Uiteindelijk kijken beide uitvoerders met tevredenheid terug op de uitbreiding. Ondanks de moeizame start en de complexe uitvoering is het gelukt om zowel de planning als de kwaliteit op het gewenste niveau te brengen. De trots zit hem niet alleen in het eindresultaat, maar juist ook in de weg ernaartoe. Voor Bakker en Sterkenburg is het bovendien het bewijs dat een goed ingespeeld team, ongeacht leeftijd of ervaring, het verschil kan maken op de bouwplaats.

 

PROJECTINFORMATIE

Uitbreiding Winkelcentrum Broekerveiling

Broek op Langedijk

In Broek op Langedijk werkt K_Dekker aan een grootschalige uitbreiding van het bestaande winkelcentrum Broekerveiling. Het project, dat in april 2025 van start is gegaan, omvat circa 6.000 m² nieuwbouw verdeeld over twee bouwlagen, inclusief een parkeerdek op de verdieping. Met deze uitbreiding krijgt het winkelcentrum meer ruimte voor moderne retail, logistiek en bezoekerscomfort, terwijl de dagelijkse bedrijfsvoering van de bestaande winkels gewoon doorgaat.

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Cultuur en mensen: de kracht van een familiebedrijf

Uitbreiding en modernisering kantoor K_Dekker

Gepubliceerd op

Wie K_Dekker van dichtbij bekijkt, ziet meer dan een bouwbedrijf. Achter de projecten, de groei en de professionalisering zit een organisatie waarin mensen en onderlinge betrokkenheid een centrale rol spelen. Die cultuur is niet ontstaan uit beleid alleen, maar uit een lange familiegeschiedenis, waarin waarden als samen doen en verantwoordelijkheid nemen van generatie op generatie zijn doorgegeven.

“K_Dekker wordt sinds 5 jaar geleid door een volledige externe directie en aan ons als 3e generatie wordt wel eens gevraagd naar onze rol” zegt Lydia Groot-Jonker, die als STAK-bestuurder en certificaathouder betrokken is bij het bedrijf.  “Het STAK-bestuur houdt toezicht op en is een klankbord voor de directie. Hierbij is er aandacht voor de cijfers maar ook voor de cultuur en de continuïteit op lange termijn. Als groep certificaathouders voelen we vooral de verantwoordelijkheid. Niet alleen voor het bedrijf, maar ook voor alle mensen die hier werken en hun gezinnen. We zijn actief betrokken en vinden het belangrijk dat we de organisatie en de mensen echt kennen. Ook de volgende generatie betrekken we hierbij.”

Samen doen, samen vooruit

Die betrokkenheid sluit goed aan bij de cultuur waar één van de kernwaarden samen is. Niet als woord op de muur, maar als dragende pijler binnen onze organisatie. “Dat zit echt in het DNA van het bedrijf,” zegt Marieke Wisse (HR-manager). “We zijn gegroeid en professioneler geworden, maar we willen die menselijke maat vasthouden. Dat betekent dat je elkaar kent, dat je elkaar ziet en dat je er bent op belangrijke momenten.” De betrokkenheid is ook zichtbaar bij bijeenkomsten, ongeacht welke, waar de opkomst steevast hoog is, maar ook in de manier waarop collega’s met elkaar omgaan. Of het nu gaat om een huwelijk, een geboorte of een overlijden, er is aandacht voor elkaar. Ook initiatieven als de jaarlijkse pensionadodag onderstrepen die verbondenheid. Oud-medewerkers blijven zo onderdeel van ons bedrijf. Hetzelfde geldt voor families van medewerkers, die regelmatig betrokken worden bij sociale activiteiten. Het bedrijf strekt zich daarmee uit voorbij de werkvloer alleen.

Groeien zonder het karakter te verliezen

De afgelopen jaren is K_Dekker stevig gegroeid. Met meer dan tweehonderd medewerkers en een steeds bredere portefeuille aan projecten, neemt ook de complexiteit toe. Juist in die groei ligt volgens Marieke een belangrijke uitdaging. “Hoe zorg je dat je professioneel blijft ontwikkelen, zonder dat je afstandelijk wordt? Dat is iets waar we continu mee bezig zijn. We investeren veel in opleiding en ontwikkeling, bijvoorbeeld via het traineeprogramma. Daarmee geven we jonge mensen de kans om zich breed te oriënteren en echt onderdeel te worden van de organisatie.” Die aandacht voor ontwikkeling sluit aan bij de veelzijdigheid binnen het bedrijf. Van timmerlieden tot projectleiders, van jonge instromers tot ervaren krachten, en steeds vaker ook vrouwen in de bouw. “We willen een afspiegeling zijn van de samenleving,” zegt Marieke. “En vooral een plek waar iedereen zich kan ontwikkelen en zich thuis voelt en gehoord wordt.”

Een nieuw thuishonk

De cultuur van K_Dekker krijgt ook fysiek vorm in het vernieuwde kantoor in Warmenhuizen. Wat begon als een noodzakelijke uitbreiding, groeide uit tot een plek waar ontmoeting en samenwerking centraal staan. Het gebouw is meer dan een werkplek. Het is een thuishonk, waar collega’s elkaar treffen, overleggen en samenkomen. De traditionele receptie maakt plaats voor een centrale ontmoetingsruimte, met ruimte voor informele gesprekken en spontane interactie. “Het moet een plek zijn die recht doet aan onze mensen,” klinkt het vanuit de organisatie. “Niet alleen functioneel, maar ook warm.” Die gedachte sluit naadloos aan bij de visie van K_Dekker als familiebedrijf. De certificaathouders investeren bewust in de uitbreiding en vernieuwing van het kantoor, met oog voor werkplezier, goede werkomstandigheden en de mensen die het bedrijf maken. Zo wordt gebouwd aan een toekomstbestendige organisatie waarin continuïteit en verbondenheid centraal staan.

Trots als verbindende factor

Wat uiteindelijk het meest opvalt, is de trots die binnen K_Dekker voelbaar is. Trots op het werk, op de projecten, maar vooral op elkaar. Die trots wordt niet uitbundig geëtaleerd, maar zit in kleine dingen: in de manier waarop collega’s elkaar aanspreken, in de bereidheid om samen een stap extra te zetten en in de betrokkenheid die verder gaat dan het werk alleen. Of, zoals Lydia het samenvat: “We zijn hier niet alleen voor onszelf. We doen het samen.” En precies daarin schuilt de kracht van het familiebedrijf. Niet alleen in de structuur, maar in de mensen die het iedere dag vormgeven.

PROJECTINFORMATIE

Uitbreiding en modernisering kantoor K_Dekker

Warmenhuizen

Na ruim tien jaar in ons huidige pand groeit K_Dekker verder en dat vraagt ​​om uitbreiding en modernisering van ons hoofdkantoor in Warmenhuizen. We hebben de eerste voorbereidingen voor deze verbouwing al getroffen.

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

GMB en K_Dekker: bouwen aan water én verbinding

Heemskerk

Gepubliceerd op

In Heemskerk realiseren GMB en K_Dekker de capaciteitsuitbreiding van het drinkwaterproductiebedrijf, voor opdrachtgever PWN. In de Combinatie Zuiver Bouwen (CZB) versterken de beide familiebedrijven zo de toekomstige drinkwatervoorziening in Noord-Holland.

Bert Post (teamleider techniek bij GMB) en Wim Noordzij (bedrijfsleider K_Dekker) werken nauw samen op dit complexe meerjarige project. Bert: “Door onze expertises, disciplines en capaciteit te bundelen, kunnen wij ook projecten met deze brede scope aan. Samen hebben we immers alles in huis; van betonbouw, civiele techniek en infrastructuur tot installatie- en leidingtechnieken.”

De bedrijven werkten al vaker samen, maar in Heemskerk voor het eerst in een gelijkwaardige combinatie. “Voor opdrachtgever PWN zijn geen aparte bedrijven,” vertelt Wim. “We opereren als één partij. Dat geeft vertrouwen en maakt het proces overzichtelijk.”

 

Uitdagende markt

De samenwerking is een uitkomst in een markt waarin weinig partijen dergelijke opdrachten zelfstandig kunnen uitvoeren. Bert: “Door samen te werken, maken we dingen mogelijk die voor één bedrijf te groot zijn. Terwijl we wendbaar en betrokken blijven.” Wim knikt bevestigend: “De platte organisaties en de langetermijnfocus, geeft ons ook de slagkracht om te investeren in goede ideeën.”

Zachte factoren, harde resultaten

Het succes van de samenwerking? “We zijn beide familiebedrijven,” vertelt Wim. “Dat voel je, de lijnen zijn kort en mensen kennen elkaar. Iedereen voelt zich ook verantwoordelijk, niet alleen voor het werk, maar ook voor elkaar. En we delen een bepaalde nuchterheid en openheid.” Hij lacht, “Dus als er iets schuurt dan spreken we dat uit en gaan weer door.” Bert knikt: “Iedereen voelt zich vrij om zich uit te spreken. Daar selecteren we de teamleden ook op. Alleen dan kun je echt samenwerken.”

Lerende teams, gedeelde trots

De intensieve samenwerking levert niet alleen resultaat voor de opdrachtgever, maar ook groei voor beide bedrijven. “We leren veel van elkaar,” zegt Wim. “Soms praktische dingen, zoals slimme oplossingen op de bouwplaats. En soms zit het in hoe je samenwerkt met een klant of hoe je een team opbouwt.” Bert knikt: “Een samenwerking is veel meer dan het verdelen van werk. Als je het echt samen doet, krijgen je dingen voor elkaar die anders onmogelijk blijven. Dat is zowel voor het project als voor je bedrijf een groot voordeel.”

De gezamenlijkheid wordt ook echt gevoeld door de betrokkenen. Die wordt namelijk niet alleen uitgedrukt in een gezamenlijk logo of hesje, maar ook door samen successen te vieren. Bert: “Toen de bedrijven allebei 60 jaar bestonden hebben we dat samen gevierd. Dan zie je dat er echt een gedeelde trots ontstaat.”

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

De UK terminal op Amsterdam Centraal

Nieuwbouw Eurostar UK Terminal

Gepubliceerd op

In het oostelijke deel van Amsterdam Centraal Station heeft K_Dekker in opdracht van NS Stations de gloednieuwe UK-terminal opgeleverd. Een bijzonder project, niet alleen vanwege de technische complexiteit, maar ook vanwege de politieke druk, strakke planning, en de unieke bouwlocatie: recht onder het spoor, terwijl het treinverkeer dag en nacht doorging.

“Je moet je voorstellen dat boven onze hoofden de treinen bleven rijden, terwijl wij daaronder een compleet nieuwe terminal bouwden,” vertelt Eric Langedijk, projectleider bij K_Dekker. “De al bestaande constructie moest bestand zijn tegen enorme krachten en alle bewegingen op kunnen vangen, zeker bij een noodstop van twee treinen tegelijk. Theoretisch kan de bak dan vijf centimeter bewegen. Daar moet je echt op anticiperen.”

Bouwen terwijl het ontwerp nog leeft

De bouw begon nog voordat het ontwerp volledig was afgerond. “Een risicovolle keuze,” erkent Arthur de Groot, technisch ontwikkelaar bij NS Stations. “Maar nodig vanwege de deadline. Er was een enorme politieke druk om de Eurostar-treinen op tijd weer te laten rijden.”

Een flexibel ontwerpteam werkte met man en macht aan het definitieve ontwerp, terwijl K_Dekker alvast begon met de uitvoering. “We hadden een engineeringsbureau voor het uitvoeringsontwerp, maar tijdens de uitvoering kwamen er nog allerlei wijzigingen en aanvullingen bij,” aldus Langedijk. “Dat vergt veel flexibiliteit van iedereen: bouwers, ontwerpers en onderaannemers.”

Vast team, nachtlogistiek en slimme samenwerking

Vanwege de complexiteit en beperkte ruimte, koos K_Dekker voor vaste partners die het station goed kenden. De logistiek was een uitdaging op zich. Materialen werden in een hub net buiten de ring verzameld, om ’s nachts naar het station te worden gebracht. “Zo konden we elke ochtend starten zonder overlast voor reizigers,” zegt De Groot.

Dagelijks overleg met andere bouwers die tegelijkertijd op het altijd drukke station (en zelfs in dezelfde passage van het station) aan het werk zijn – ProRail, BAM, Strukton – was noodzakelijk. “Amsterdam Centraal is momenteel één grote bouwplaats. Je moet elkaar de ruimte geven en continu afstemmen,” aldus Langedijk. “Gelukkig kenden veel mensen elkaar. Dat helpt.”

Esthetiek en functionaliteit voor reiziger én personeel

De nieuwe terminal is een wereld van verschil met de vorige situatie. “Vroeger stond je als Eurostar-reiziger in een tijdelijke huisvesting op een winderig perron buiten de sporenkap. Nu heb je een ruime, comfortabele en mooi vormgegeven terminal,” aldus De Groot. “Ook voor het personeel is er nu een fatsoenlijke pauze- en kleedruimte.”

Reizigers passeren na het scannen van hun ticket en de nodige secirity checks eerst de Nederlandse douane en vervolgens de Britse grenscontrole. Daarna komen ze via lift of roltrap uit op het juiste perron. “Een groot voordeel voor mindervaliden en reizigers met veel bagage,” zegt Langedijk.

Beveiliging als bouwkundige uitdaging

De terminal huisvest naast reizigers ook gevoelige ruimtes van de Koninklijke Marechaussee en de Britse grenscontrole. “De beveiligingseisen waren extreem,” zegt De Groot. “We mochten niet eens weten welke apparatuur er werd gebruikt. Er zijn onderdelen gebouwd waarvan we niet eens weten wat het precies is. Alleen een schets, geen papieren document.”

Om aan de Engelse veiligheidseisen te voldoen, zijn wanden, plafonds en vloeren versterkt met staal. “De constructie moet bij wijze van spreken bestand zijn tegen een aanval met een vrachtwagen,” zegt Langedijk. Ook zijn er vier serverruimtes gebouwd, waarvan de inrichting en toegang aan strenge regels zijn gebonden.

Business lounge in aantocht

De huidige terminal is slechts het eerste deel van de totale ontwikkeling. In een volgende fase – aangeduid als fase 1B – wordt gewerkt aan een aparte business lounge. “Daar zit minder urgentie op, omdat deze niet essentieel is voor het reguliere reizigersproces,” legt De Groot uit. “Maar hij is wél belangrijk voor de zakelijke markt.”

De gevel van deze toekomstige lounge is inmiddels gebouwd; de verdere inrichting wordt voorbereid in bouwteamverband. “We moesten de bouw in eerste instantie uitstellen vanwege een ander project van ProRail, maar dat deel wordt nu alsnog afgemaakt,” aldus Langedijk. Naar verwachting kan de bouw van de lounge relatief eenvoudig worden opgepakt. Daarmee krijgt de terminal een passende aanvulling voor reizigers die meer comfort en zakelijke voorzieningen zoeken.

Trots op samenwerking en resultaat

Ondanks de druk, technische eisen en de continue aanwezigheid van reizigers, is het project op tijd opgeleverd. “Dat is alleen gelukt omdat iedereen – van opdrachtgever tot onderaannemer – zich flexibel opstelde,” zegt De Groot. “Geen gedoe, geen juridische strijd, maar samen de schouders eronder.”

Langedijk sluit zich daarbij aan: “Je hebt altijd risico’s, maar door transparantie en overleg kun je die samen managen. Zo hoort het te gaan.”

Inmiddels is de terminal volop in gebruik en worden de laatste puntjes op de i gezet. De Eurostar rijdt, de reizigers zijn tevreden, en Amsterdam Centraal is een stuk toekomstbestendiger geworden. “Maar,” besluit De Groot, “hier is het nooit echt klaar. Het station blijft zich aanpassen aan de tijd.”

 

PROJECTINFORMATIE

Nieuwbouw Eurostar UK Terminal

Amsterdam Centraal Station

In het oostelijke deel van Amsterdam Centraal Station heeft K_Dekker de nieuwe Eurostar UK Terminal gebouwd. Dit ambitieuze project moet Eurostar-reizigers naar Londen een eersteklasgevoel geven in het hart van Amsterdam Centraal. En daar kwam het nodige bij kijken.

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Nieuwbouw wielstellenfabriek, draaistellenloods en een opslaghal NS

Haarlem

Gepubliceerd op

Tussen de monumentale werkplaatsen van NS Treinmodernisering in Haarlem, waar ooit de eerste treinen van Nederland vertrokken richting Amsterdam, wordt volop gewerkt aan de toekomst. Hier verrijzen onder regie van BBA en in uitvoering door K_Dekker een nieuwe wielstellenfabriek, draaistellenloods en een opslaghal van maar liefst 6.000 vierkante meter. Middenin de bedrijvigheid van het operationele spoorbedrijf, en te midden van nog vele andere projecten, voltrekt zich een indrukwekkend staaltje bouwkunst.

“Het is echt een bijzondere plek,” zegt Jesper Sterkenburg, uitvoerder namens K_Dekker. “Je werkt letterlijk tussen de historie, maar ook tussen de continuïteit van de Nederlandse spoorwegen. De fabriek moet doordraaien, want stilstand betekent hier niet alleen inkomstenverlies, maar uiteindelijk ook uitval van treinen.”

Rick Siebers, die namens BBA als gedelegeerd opdrachtgever de bouwdirectie voert, beaamt dat: “De productie mag geen moment stilvallen. Het vereist een enorme mate van afstemming en flexibiliteit, zeker omdat hier niet één project speelt, maar tientallen deelprojecten door verschillende aannemers.”

Drukke bouwplaats

De bouwplaats is een georganiseerde chaos. Heftrucks, vrachtwagens, hoogwerkers en bouwkranen delen de ruimte met treinstellen die dag en nacht in onderhoud zijn. “De bouwplaats is ongeveer net zo groot als het gebouw zelf,” vertelt Jesper. “Materieel past soms nauwelijks binnen het hek. Dan staat een hoogwerker buiten de bouwgrens en moeten we streng zijn. Maar de veiligheid staat altijd voorop.”

De samenwerking tussen de verschillende partijen op het terrein is volgens beiden essentieel. “We hebben een gezamenlijke transportplanning en een coördinator bij de poort,” legt Jesper uit. “Jamal wordt ingehuurd door K_Dekker en bedient voor K_Dekker de poort voor alle transporten. De transportplanning heeft K_Dekker ook zelf opgezet. Ze stellen Jamal beschikbaar voor transporten van de NS en andere aannemers op het terrein. Naast het transport voert Jamal controle op de bouwplaats van K_Dekker op het gebied van VGM (veiligheid gezondheid en milieu).”

Historische grond

De bouw vindt plaats op historische bodem. “Voordat we konden starten, zijn uitgebreide onderzoeken gedaan naar niet-gesprongen explosieven en archeologische vondsten,” zegt Rick. “Gelukkig is er niets gevaarlijks gevonden, maar het onderstreept wel de bijzondere locatie waar we werken.”

Die historie levert soms ook spanningen op. De stad Haarlem is als het ware om het NS-terrein heen gegroeid, wat leidt tot een ingewikkelde verhouding met de omgeving. “We hebben regelmatig contact met buurtbewoners,” aldus Rick. “Een bouwproject van deze omvang midden in de stad levert altijd klachten op. Maar tegelijkertijd zorgt NS hier voor heel veel werkgelegenheid.”

Technische uitdagingen

De complexiteit zit niet alleen in de locatie, maar ook in de techniek. “De nieuwe hal krijgt onder meer bovenloopkranen, zware funderingen en een innovatieve installatie om draaistellen te reinigen met droogijs,” vertelt Jesper enthousiast. “Daarnaast worden ook alle leidingen, goten en putten in eigen beheer gerealiseerd, iets wat normaal gesproken vaak prefab wordt aangeleverd.”

Prefab bouwen bleek hier nauwelijks mogelijk. “Alles wordt ter plekke opgetrokken,” zegt Jesper. “De staalconstructie, sandwichpanelen, betonvloeren – we doen het allemaal hier zelf, in weer en wind.” Hij benadrukt dat vooral de logistieke puzzel uitdagend is: “Je moet bedenken dat we werken in een gebied waar elke vierkante meter telt, met een continue stroom van treinen, onderhoudsploegen en goederenverkeer om ons heen. Soms moesten we onze kraan ’s nachts verplaatsen om de dagelijkse bedrijfsvoering van NS niet te hinderen.”

Ook het weer speelde een rol. “De hoge grondwaterstand en overvloedige regenval maakten het betonstorten en funderen extra complex. Iedere stap moest zorgvuldig worden afgestemd, zodat we geen vertraging opliepen,” vertelt hij. “Dat vergt niet alleen vakmanschap, maar ook een ijzersterke samenwerking tussen alle betrokken partijen.”

Samenwerking als sleutel

Zowel Jesper als Rick roemen de samenwerking. “We zijn allebei praktisch ingesteld,” zegt Jesper. “Geen ellenlange mails, maar korte lijnen. We stappen gewoon even bij elkaar binnen als er iets is. Dat werkt niet alleen sneller, maar voorkomt ook veel misverstanden. Soms botsen we wel eens even, maar het gaat nooit over personen. Altijd over het werk en over hoe we samen tot de beste oplossing kunnen komen.”

Rick vult aan: “Je moet eerlijk en direct kunnen zijn, zeker op zo’n complex project met zoveel partijen en belangen. Alleen dan kom je verder. Vertrouwen is daarin essentieel. Als er iets speelt, leggen we het direct op tafel. Zo blijft de samenwerking transparant en doelgericht.” Hij vervolgt: “Juist door die openheid en het wederzijdse respect houden we de vaart erin. En ondanks de druk en de hectiek kunnen we gelukkig ook samen lachen, dat maakt het werk een stuk prettiger.”

Vooruitkijken

De komende maanden worden spannend. De aansluiting van de nieuwe hal op de bestaande infrastructuur moet vlekkeloos verlopen. Dat betekent dat elk detail moet kloppen: van de exacte positionering van installaties tot de correcte afstemming van transport- en veiligheidsroutes. Ook start binnenkort de installatie van geavanceerde fabrieksmachines, waarvoor internationale partijen betrokken zijn uit onder meer Duitsland en Slowakije. “Dat wordt nog een uitdaging,” zegt Rick. “Zeker omdat sommige machines uniek zijn en voor het eerst in Nederland worden toegepast. Maar we zijn goed voorbereid en werken nauw samen met alle betrokken leveranciers en specialisten.”

Ondertussen kijken beide heren ook verder vooruit en maken zij al plannen voor de toekomst. “Na deze hal volgen nog meer projecten op het terrein,” vertelt hij. “Een parkeergarage, een kantoorgebouw, verduurzaming van bestaande panden… En daarnaast moeten er ook bestaande hallen deels worden gesloopt en opnieuw opgebouwd.” Hij voegt eraan toe: “De logistieke puzzel wordt dus nog complexer, maar tegelijkertijd zien we het als een enorme kans om dit historische terrein toekomstbestendig te maken. We zijn voorlopig nog niet klaar.”

 

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Hoe K_Dekker bouwt aan de eigen werkplek van de toekomst

Warmenhuizen

Gepubliceerd op

Ruim tien jaar na de oplevering van het eigen kantoor in Warmenhuizen is dit jaar opnieuw de schop de grond ingegaan.  Langs de Kanaalweg, waar het hoofdkantoor van K_Dekker Bouw & Infra al sinds 2012 staat, verrijst in rap tempo een uitbreiding die niet alleen fysieke ruimte biedt, maar ook een spiegel is van de ambities van het familiebedrijf. “We bouwen niet alleen aan stenen, we bouwen aan de toekomst,” zegt Klaas Jan Dekker, bestuurder van Dekker Bouwgroep. “Het moet een kantoor worden dat recht doet aan onze mensen, onze visie en onze manier van werken.”

Ruimte voor groei en samenwerking

De groei van de organisatie vroeg om meer werkplekken, betere faciliteiten en een vernieuwde en uitdagende werkomgeving. De uitbreiding verdubbelt de lengte van het pand aan de Kanaalweg en trekt het geheel recht tot drie verdiepingen. Daarmee komt er niet alleen meer ruimte, maar ook meer logica in de indeling van het gebouw. “Een flinke uitbreiding,” beaamt uitvoerder Gijs van der Sluijs. “Maar eentje die naadloos aansluit bij wie we zijn en hoe we werken. Het voelt alsof we het kantoor opnieuw uitvinden.”

Een bouwplaats tussen de bureaus

Op de bouwplaats heerst een gecontroleerde dynamiek. Bouwvakkers van K_Dekker en vaste partners werken geconcentreerd, tussen de steigers, betonmolens en hijskranen. Ondanks het feit dat het kantoor volledig in gebruik blijft, verloopt de bouw voorspoedig. “Het is een uitdaging, maar dat maakt het ook mooi,” aldus Gijs. “Je werkt letterlijk midden tussen je collega’s. Dat vraagt om strakke communicatie en planning. We proberen de overlast zoveel mogelijk te beperken, en dat lukt tot nu toe behoorlijk goed.”

Het nieuwe werken krijgt vorm

Binnen het project is veel aandacht voor flexibiliteit. De nieuwe werkplekken zijn ingericht volgens de principes van het nieuwe werken: aanlandplekken, belcellen, zithoeken en concentratieruimtes wisselen elkaar af. “We hebben geleerd van de coronatijd,” zegt Klaas Jan. “Mensen willen autonomie, maar ook verbinding. De nieuwe inrichting ondersteunt dat.”
De traditionele receptie maakt plaats voor een multifunctionele lounge, waar medewerkers en bezoekers elkaar ontmoeten voor koffie, overleg of even een rustmoment. “We willen de ontmoeting centraler maken,” legt Klaas Jan uit. “Zodat je elkaar tegenkomt, even een kop koffie pakt en snel iets bespreekt. Dat soort toevallige ontmoetingen zijn vaak het meest waardevol en efficiënt.”

Bouwen aan duurzaamheid

Duurzaamheid loopt als een groene draad door het project. Het bestaande pand was al gasloos en uitgerust met zonnepanelen, ledverlichting en duurzame materialen. De nieuwbouw doet daar niet voor onder. “Luchtdicht, koudebrugvrij en toekomstbestendig,” somt Gijs op. “We maken gebruik van hoogwaardige isolatie, slimme installaties en een flinke uitbreiding van de technieken in de kelder, zoals luchtbehandeling en warmtepompen.”

Ook het energieverbruik is onderwerp van zorgvuldige afstemming. “We bereiden ons voor op volledige elektrificatie van ons wagenpark,” aldus Klaas Jan. “Daarvoor zijn niet alleen meer laadpunten nodig, maar ook een zwaardere stroomaansluiting. We denken zelfs na over de inzet van batterijen voor piekbelasting.”

Digitalisering als fundament

Ook op het gebied van digitalisering is een flinke stap gezet. De bestaande bouw werd ingemeten en in 3D gemodelleerd, zodat het nieuwe ontwerp naadloos kon worden aangesloten. “Met BIM kunnen we vooraf zien waar knelpunten zitten,” vertelt Gijs. “Dat maakt het werk efficiënter en voorkomt fouten. Zelfs timmerlieden vragen nu om het 3D-model om te zien hoe een aansluiting precies moet. Dat is echt een verandering ten opzichte van voorheen, toen alles met platte tekeningen ging.”

De trots van een familiebedrijf

De bouw wordt overigens niet stiekem naar achteren geschoven als er elders een klus tussendoor komt. “Juist omdat het ons eigen kantoor is, wil iedereen dat het goed gebeurt,” zegt Klaas nJan. “En dat merk je aan alles. Het projectteam zit er vol overgave in. We hebben een klein maar betrokken team dat alles regelt, van ontwerp tot logistiek.”

De aanpak is exemplarisch voor de cultuur van K_Dekker. Van strak georganiseerde bouwplaatsen tot medewerkers die hun directeur aanspreken op het niet dragen van een helm: veiligheid, betrokkenheid en trots op het werk zijn tastbaar aanwezig. “Ik was onder de indruk toen een jonge collega mij aansprak op mijn persoonlijke beschermingsmiddelen,” vertelt Klaas Jan “Dat is precies de cultuur die we willen: elkaar aanspreken, elkaar helpen beter te worden.”

Ook Gijs herkent die houding. “Het is precies als bij een willekeurige opdrachtgever, echter iedereen weet dat dit óns kantoor is. Dat voel je. We zijn extra scherp, extra gemotiveerd. Dit is ook een beetje onze etalage, dus je wilt dat alles klopt. Iedereen zet toch een extra stapje erbij.”

Vooruitkijken en afronden

Tegen de zomer moet de nieuwbouw klaar zijn en kunnen de collega’s tijdelijk verhuizen om vervolgens ook het bestaande deel te renoveren. De planning is strak. “We moeten in de bouwvak de verhuizing doen, anders loopt het spaak,” aldus Gijs. “Maar we hebben het onder controle. Er ligt een doordacht plan en we hebben er alle vertrouwen in.”

Met de uitbreiding en renovatie investeert het bedrijf niet alleen in bakstenen, maar vooral in mensen. “We willen een plek waar mensen graag werken,” zegt Klaas Jan “Geen gouden stoelen, maar een prettige, praktische omgeving. Daar geloven we in als familiebedrijf: lange termijn, betrokkenheid, kwaliteit.”

Aan de Kanaalweg wordt dus niet alleen gebouwd aan een groter kantoor, maar ook aan een fundament voor de toekomst van K_Dekker. Een fundament dat stevig staat, net als het familiebedrijf zelf. “We zijn geen bedrijf van grootspraak, maar als we iets doen, doen we het goed,” besluit Klaas Jan “En dat geldt misschien wel in het bijzonder voor dit project, ons eigen huis.”

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Bouwen aan de toekomst van Beemsterkaas

De Beemster

Gepubliceerd op

In het hart van de Beemsterpolder, omringd door werelderfgoed, ligt de kaasmakerij van CONO Kaasmakers. Hier, op deze historische grond, wordt de beroemde Beemsterkaas geproduceerd — een proces dat diepgeworteld is in traditie, maar tegelijkertijd blijft vernieuwen. Een recent voorbeeld van deze innovatie is de ingebouwde liftinstallatie in de poedermakerij en de aanleg van een nieuwe hygiënesluis, gerealiseerd in samenwerking tussen CONO en bouwbedrijf K_Dekker.

“Onze melkstroom is constant,” vertelt Tijs Roeland, Manager Techniek & Projecten bij CONO, terwijl hij langs imposante melkbuizen loopt. “Elke dag ontvangen we hier 1,1 miljoen liter melk. Koeien geven immers 24/7 melk, en wij kunnen simpelweg niet even stoppen. De productie moet dus altijd doorlopen, ook tijdens bouwprojecten. Stilstand is simpelweg geen optie.”

Rick Zutt, bedrijfsleider kleinbouw bij K_Dekker, onderstreept de bijzondere dynamiek van het project: “We zijn heel vroeg in het proces aangehaakt. Alles is prefab voorbereid om de bouwtijd op locatie zo kort mogelijk te houden. De lift moest midden in de productietoren komen, zonder dat we de productie stil konden leggen. Dat vergt een enorme mate van voorbereiding en precisie.”

De rol van de poedermakerij

De poedermakerij vormt een essentiële schakel binnen CONO. Hier wordt melk die niet direct tot kaas wordt verwerkt, zorgvuldig omgezet in melkpoeder, zodat elke liter optimaal benut wordt. “De fallback-optie,” noemt Tijs het met een glimlach. “En ook die poeder is een waardevol product dat we actief in de markt zetten.”

Het proces vraagt om uiterste precisie: de melk wordt eerst gezuiverd, vervolgens geconcentreerd en uiteindelijk gedroogd tot poeder. Dit poeder wordt ingezet voor uiteenlopende toepassingen. Tijs legt uit: “Het stelt ons in staat om flexibel te zijn in de markt en maximale waarde te halen uit onze melkstromen. Geen druppel gaat verloren.” De poedermakerij draait continu, net als de rest van de fabriek, en is daarmee een onmisbare schakel in het streven van CONO naar volledige benutting en duurzaamheid van hun producten.

Techniek en voorbereiding: de nieuwe liftinstallatie

Om de liftinstallatie succesvol te integreren, werd de bouwplek zorgvuldig afgeschermd met robuuste stalen frames en luchtdichte folies. Zelfs het bestaande noodtrappenhuis moest tijdelijk worden vervangen. “Veiligheid staat hier altijd op de eerste plaats,” benadrukt Tijs. “We werken met strikte hygiëne-eisen en elke stap moet minutieus worden gepland en uitgevoerd, elke dag opnieuw.”

Van buitenaf oogt de kaasmakerij bescheiden, maar schijn bedriegt: ondergronds strekt het complex zich uit tot wel tien meter diepte. “Onze fabriek is eigenlijk binnenstebuiten gebouwd,” glimlacht Tijs. “Waar je normaal naar boven bouwt, zijn wij de grond in gegaan. Dat maakt het werk uitdagender, maar biedt tegelijkertijd unieke voordelen op het gebied van temperatuurbeheersing en duurzaamheid.”

Een groot deel van de operatie draaide om uiterste precisie en doordachte voorbereiding. “We hebben een volledige 3D-scan van de ruimte gemaakt,” vertelt Rick. “Alles moest tot op de millimeter kloppen. Als de liftinstallatie niet had gepast, zaten we met een immens probleem. Daarom is alles in 3D ontworpen en in de fabriek geprefabriceerd.” Met een kraan werden het trappenhuis en de liftinstallatie uiteindelijk via een speciaal geopend dakdeel naar binnen gehesen. Binnen zes weken was de klus geklaard, zonder ook maar één dag productieverlies.

Flexibiliteit en samenwerking

Naast de lift werkte K_Dekker ook intensief mee aan de vernieuwing van de kristallisatietanks. Deze tanks spelen een cruciale rol in het proces waarbij restproducten uit de kaasproductie verder worden verwaard. “We werken steeds vaker met tijdelijke productieschema’s,” licht Tijs toe. “Dan produceren we bijvoorbeeld vloeibare producten in plaats van poeder om renovatiewerkzaamheden mogelijk te maken. Dit vergt een enorme flexibiliteit van onze medewerkers.”

De samenwerking tussen CONO en K_Dekker wordt gekenmerkt door een gedeelde visie op duurzaamheid, veiligheid en transparantie. “Niet iedere aannemer kan zomaar binnen deze muren werken,” benadrukt Tijs. “Je moet begrijpen hoe kritisch voedselveiligheid hier is. Iedere handeling telt mee.”

Vooruitblik: elektrificatie

De blik is echter ook stevig op de toekomst gericht. Zo werkt CONO momenteel aan een volledige elektrificatie van de fabriek. “We gebruiken nu nog veel stoom,” legt Tijs uit, terwijl hij wijst naar de immense installaties. “Maar met onze nieuwe, versterkte stroomaansluiting kunnen we straks alles via warmtepompen en elektrische boilers doen. Daarmee zetten we een enorme stap richting CO2-reductie.”
Door restwarmte slim terug te winnen, wordt bovendien veel energie bespaard. “En het mooiste is,” lacht Tijs trots, “de smaak en kwaliteit van onze Beemsterkaas blijven exact hetzelfde. Daar doen we geen enkele concessie aan. De consument zal niets merken, behalve dan dat onze kaas nog duurzamer geproduceerd wordt.”

Vakmanschap en samenwerking

 Wat is het geheim van CONO? Tijs hoeft niet lang na te denken: “Nuchterheid, vakmanschap en nooit concessies doen aan kwaliteit. We werken met passie en respect voor ons product. En dat proef je terug in iedere hap Beemsterkaas.”

De samenwerking met K_Dekker geldt inmiddels als een schoolvoorbeeld van hoe moderne bouwprojecten in complexe voedselomgevingen kunnen slagen. Rick vat het treffend samen: “Als je elkaar snel weet te vinden, problemen direct benoemt en samen zoekt naar oplossingen, kun je samen echt hele mooie dingen bouwen. Dat is waar ons partnerschap op gestoeld is, en dat zie je terug in de samenwerking.”

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

De toekomst van spoorinfra – Modulaire onderstations als nieuwe standaard

Nieuwbouw modulair onderstation (MOS)

Gepubliceerd op

De karakteristieke Inktpot, het grootste bakstenen gebouw van Nederland met zijn indrukwekkende 22 miljoen gemetselde stenen, vormt het decor van een gesprek over een bijzondere innovatie. Gelegen aan het Utrechtse Moreelsepark, naast station Utrecht Centraal, doet dit rijksmonument dienst als hoofdkantoor van ProRail. Opvallend detail: een 12 meter brede vliegende schotel, ontworpen door kunstenaar Marc Ruygrok, siert nog steeds het dak als overblijfsel van de kunstmanifestatie Panorama 2000.

Binnen, in een van de vergaderzalen, schuiven vier betrokkenen aan tafel: systeemspecialist Stijn Debets, bouwmanager Wouter de Groot en technisch projectleider Robert Roosemalen van ProRail en projectleider Lennard Avery van K_Dekker bouw & infra. Ze bespreken een ontwikkeling die stilaan revolutionair te noemen valt binnen de spoorbouw: modulaire onderstations langs het spoor.

Wouter de Groot opent het gesprek: “Het project wordt in de ontwerp- en voorbereidingsfase begeleid door een technisch projectleider, maar zodra we de uitvoering ingaan, komt bouwmanagement aan zet. Mijn taak is ervoor te zorgen dat alles volgens planning en specificaties verloopt.”

Stijn Debets vult aan vanuit zijn perspectief als systeemspecialist: “Mijn rol richt zich vooral op regelgeving, beleid en het initiëren van innovaties binnen ProRail. Dit modulaire concept is een essentiële stap naar standaardisatie en duurzaamheid. We bouwen iets voor de lange termijn, waarin flexibiliteit en toekomstbestendigheid centraal staan.”

Het modulaire systeem dat wordt ontwikkeld, bestaat uit prefab gebouwmodules die elders worden geproduceerd en voorgebouwd met installaties en vervolgens naar de uiteindelijke bouwlocatie worden getransporteerd en geassembleerd. “We hebben al enkele modules volledig voorgebouwd klaarstaan in Beverwijk,” vertelt Lennard Avery. “Deze modules zijn nagenoeg plug-and-play, getest en volledig klaar voor transport.”

De voordelen van standaardisatie

De voordelen van dit innovatieve systeem zijn duidelijk. “Door modulair te bouwen, verkorten we aanzienlijk de bouwtijd op locatie,” zegt Lennard. “Daarnaast biedt het systeem grote voordelen qua duurzaamheid. Alles is demontabel en herbruikbaar.”

Technisch projectleider Robert Roosemalen benadrukt het belang van doorlopende verbetering: “We werken continu aan het optimaliseren van het ontwerp. Recentelijk hebben we bijvoorbeeld aanpassingen doorgevoerd zoals betere kabelgeleidingen en efficiëntere module-indelingen. Dit doen we door praktijkervaringen direct mee te nemen in het ontwerp.”

Deze aanpak borduurt voort op de basis die in een eerdere editie van Bouwbericht al werd beschreven. Destijds zetten Robert Roosemalen en Jaap ter Voort van K_Dekker uiteen hoe modulair bouwen de weg vrijmaakt voor standaardisatie en duurzaamheid binnen ProRail. De nadruk lag toen op het initiële ontwerp en de ambitieuze doelstellingen voor hergebruik, recycling en circulair bouwen. De huidige voortgang toont aan hoe deze visie inmiddels steeds concreter wordt gerealiseerd.

Naar massaproductie van onderstations

De ambities reiken verder dan één of twee locaties. “Vanaf 2027 gaan we jaarlijks zestig tot tachtig modules produceren,” aldus Stijn. “Dit vergt een speciale productielijn vergelijkbaar met die van de automobielindustrie. Daarom bereiden we momenteel een Europese aanbesteding voor, waarmee we in 2026 willen starten.”

Bouwmanager De Groot voegt hieraan toe dat flexibiliteit essentieel blijft: “Elke locatie is uniek, maar door standaardisatie en modulariteit kunnen we snel inspelen op specifieke behoeften, zonder in te leveren op kwaliteit.”

Omgaan met praktische uitdagingen

Tijdens het gesprek komen ook praktische uitdagingen aan bod, zoals gemeentelijke vergunningsprocedures die soms onverwacht lang duren, en de continue behoefte aan flexibiliteit in het ontwerp. Gemeentes hebben soms bijvoorbeeld specifieke wensen over de architectuur, zoals een afwijkend dakontwerp, dat niet direct aansluit bij het gestandaardiseerde modulaire systeem. Dit soort situaties vraagt om creativiteit en diplomatie in het overleg met lokale overheden. Daarnaast speelt de keuze voor materialen een grote rol; duurzame oplossingen evolueren snel, waardoor het belangrijk blijft regelmatig het ontwerp tegen het licht te houden en verbeteringen te implementeren.

Een optimistische blik op de toekomst

Ondanks deze uitdagingen overheerst vooral optimisme onder de deelnemers. Stijn Debets vertelt trots: “We hebben nu iets ontwikkeld dat écht toekomstbestendig is en dat bovendien aansluit bij belangrijke duurzaamheidsdoelstellingen, zoals die van het klimaatakkoord van Parijs.”

Het enthousiasme is duidelijk voelbaar, niet alleen binnen ProRail zelf, maar ook vanuit de bredere sector. Netbeheerders, andere infrastructurele organisaties en lightrailmaatschappijen tonen inmiddels serieuze interesse in het concept en volgen de voortgang nauwlettend.

Met een scherp oog voor detail, duurzaamheid en gebruiksgemak manifesteert het modulaire onderstation zich nadrukkelijk als een toonbeeld van innovatie binnen de infrastructuursector. De flexibiliteit en de mogelijkheid om modules eenvoudig te vervangen of te upgraden biedt aanzienlijke voordelen voor onderhoud en levensduur. Bovendien benadrukken de deelnemers dat de productie van modules buiten de bouwlocatie leidt tot minder overlast naar de omgeving en een kortere bouwtijd, wat weer positief bijdraagt aan maatschappelijke acceptatie.

Waar vorig jaar vooral de theoretische mogelijkheden en de startfase van deze revolutionaire bouwmethode werden toegelicht, zien we een jaar later dat theorie en praktijk daadwerkelijk samenkomen. De schroefpalen worden in mei aangebracht, de modules gaan in juli naar de bouwplaats en in september operationeel. De gezamenlijke inspanningen en ambities laten zien dat modulair bouwen alles in zich heeft om de nieuwe standaard te worden voor technische gebouwen langs het spoor, en mogelijk zelfs daarbuiten.

 

PROJECTINFORMATIE

Nieuwbouw modulair onderstation (MOS)

Den Haag

In Den Haag Noord bouwt ProRail met K_Dekker aan een bijzonder project: het eerste onderstation van Nederland dat helemaal modulair en circulair is. Dit betekent dat het station uit losse onderdelen bestaat die hergebruikt kunnen worden, en dat het op een milieuvriendelijke manier wordt gebouwd. Samen met K_Dekker laat ProRail zien hoe je op een slimme en duurzame manier stations kunt maken.

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.