De vooroorlogse hal van treinstation Naarden-Bussum ’had wel wat liefde nodig’ en wordt gerestaureerd. ’We moeten 1926 en 2022 bij elkaar zien te brengen’

Renovatie monumentaal stationsgebouw Naarden-Bussum

Gepubliceerd op

Deze week is gestart met de restauratiewerkzaamheden in de stationshal van treinstation Naarden-Bussum. Nadat de hele oostzijde eerder dit jaar in een geheel nieuw jasje werd gestoken, wordt de stationshal uit 1926 juist in de originele staat hersteld. „We gaan het zo restaureren zodat het weer vijftig jaar mee kan”, aldus Luuk Stammes, werkvoorbereider van aannemer K. Dekker.

Lopend door de stationshal zijn de voorbereidingen volop aan de gang. „Er zijn drie fasen, zeg maar drie blokken waarin werkzaamheden verdeelt kunnen worden; het schoonmaken, herstellen en schilderen”, legt stationsmanager Robert Yallop uit, terwijl hij rondloopt in de ruime door NS- architect Herman Schelling ontworpen stationshal. Het gebouw in kubistisch expressionistische stijl kenmerkt zich door de vele strakke lijnen. „Ik heb vijf stations in beheer en vind dit veruit de mooiste. Ik vind het lijnenspel zelf prachtig, maar je moet er wel van houden”, concludeert Yallop.

Het pand is gezamenlijk bezit van de NS en ProRail en een monumentaal pand. Aannemer K. Dekker zal de komende maanden gebruiken om alles weer in de staat van 1926 terug te brengen (kosten 500.000 euro). „Het begon natuurlijk met de aanpassing van de sporen. Dan moeten er toch dingen van zijn plaats of veranderd worden en dan gaat er een treintje lopen en komt van het een het ander”, vertelt Yallop over de reden van de restauratiewerkzaamheden waarbij deze week is begonnen met het afdekken van de vloeren, legt Stammes telefonisch uit. „We gaan onder andere met een hoogwerker naar binnen en willen de tegelvloer eronder niet beschadigen.”

Verstevigingen

Over de hele hal liggen de planken inderdaad al strak langs elkaar. Daarnaast is veel afgeplakt en om de lange kroonluchters in de hal is plastic aangebracht. Yallop: „Het plafond gaat ook geschilderd worden. Maar het aankomende weekend wordt eerst alles wat steen en metselwerk is, schoongemaakt.”

Dat gebeurt met een soort pasta. Stammes: „Dat brengen we erop aan en als we dat eraf halen is het schoon. Daarna gaan we oude reparaties herstellen. Daar waar het niet netjes gebeurd is, herstellen we nu opnieuw op een correcte manier.” Ook eventuele scheuren moeten worden gerepareerd. „In sommige gevallen brengen we ook verstevigingen aan tussen de voegen. Er is een tijd terug ook een plofkraak geweest en daarvan is ook nog wat schade.”

Dertig monsters

Ook wijkt de kleur van de stenen waarmee het gat toen gedicht is en ooit de pinautomaat zat, nogal af van de overige stenen. Uiteindelijk moet alles in de hal weer dezelfde originele steen gaan worden. Stammes: „We hebben dertig monsters moeten aanleveren om tot de steen te komen die goed past. Het was nogal een werk om de juiste glazuurlaag te krijgen.”

Ook om de oorspronkelijke kleur te vinden voor de buitenvensters, moest creatief te werk worden gegaan. „Op de tegeltjes van de klok aan de buitenzijde van het station is ooit dezelfde kleur gebruikt als op de kozijnen”, vertelt Stammes. „Van een van de tegeltjes is daarom wat verf afgeschraapt en dat is naar een laboratorium gestuurd en daarop is kleurenonderzoek gedaan. Zo weten we wat ooit de oorspronkelijke kleur was. We moeten namelijk werken met de materialen die toentertijd gebruikt werden.”

Toen en nu

„We moeten 1926 en 2022 bij elkaar zien te brengen”, legt Yallop de uitdaging uit. ,,We huren een speciale architect in die hierin gespecialiseerd is en aangeeft wat we kunnen gebruiken, wat niet en wat eventueel alternatieven zijn. Zo’n monumentaal pand geeft toch een bepaalde verplichting. Daar wil je goed voor zorgen.”

En dit station had duidelijk een beetje liefde nodig, merkte Yallop. Zo is ook alle elektriciteit een beetje ratjetoe. „Er zijn camera’s opgehangen, draden voor verlichting en vluchtwegbebording en elke keer is een gedeelte gedaan, dus dat is nu wat rommelig”, ziet Stammes. „We gaan dat integraal aanpakken en alles in een keer netjes wegwerken.”

Glimmend metaal

En dan kan het zelfs zo zijn dat het er niet mooier op wordt. ,,Die grijze plastic buis die daar naar een van die borden loopt ziet er nu redelijk onopvallend uit”, wijst Yallop naar twee lichtgevende borden boven de trappen, waarvan een een digitaal scherm met de vertrekkende treinen. ,,Omdat je moet werken met kleuren en materialen uit die tijd, kan het zijn dat de buis ernaartoe nu een glimmend metaal wordt en wel opvalt.”

Boven het digitale bord is overigens nog duidelijk te zien waar vroeger een ronde klok gehangen heeft. ,,Dat zijn typisch van die dingen die schoongemaakt gaan worden”, weet Yallop. Ook wijst hij naar verschillende plekken in de wand waar gaatjes zitten of een andere kleur steen is gebruikt. Ook de daklichten worden vanwege ARBO-regels voorzien van gelaagd glas, het dak gerepareerd en het glas voor de glas-in-loodramen aan de voorkant van stevig glas voorzien.

Vocht

Overigens zorgde vocht de afgelopen jaren voor de grootste problemen. Stammes: ,,Doordat er veel lood niet goed zat en er lekkages zaten in de dakbedekking is veel vochtschade ontstaan. Ook veel van de hemelwaterafvoeren, dat is een duur woord voor regenpijp, liepen inpandig. Dat leverde condens en ook vochtschade op. We hebben alle pijpen nu buiten aangebracht en kan het herstellen beginnen.”

En dan kan het zo zijn dat het er niet eens mooier op wordt. ,,Die grijze plastic buis die daar naar een van die borden loopt ziet er nu redelijk onopvallend uit”, wijst Yallop naar twee lichtgevende borden boven de trappen, waarvan een een digitaal scherm met de vertrekkende treinen. ,,Omdat je moet werken met materialen uit die tijd, kan het zijn dat de buis ernaartoe nu een glimmend metaal wordt en wel opvalt Het is een kwestie van smaak, maar sommigen zullen dat misschien minder mooi vinden.”

De buitengevel aan de oostzijde werd dit voorjaar al opgeleverd. Op 22 december moet de restauratie van de hal afgerond zijn. Of dat gaat lukken? , Stammes: ,,Jazeker! We willen met kerst thuis zijn.”

BRON: Noordhollands Dagblad

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Bouw Energieleverend Geluidsscherm start in oktober

Ontwikkeling en bouw Energieleverend Geluidsscherm

Gepubliceerd op

Met de laatste goedkeuring van de gemeenteraad voor de hogere kosten en de ondertekening van de aannemingsovereenkomst, start de bouw in oktober. Naar verwachting is het Energieleverend Geluidsscherm langs de Schagerweg, Huiswaarderweg en Nollenweg nog vóór de zomer van 2023 af. Het is een groot succes voor de bewoners van de wijken De Horn Zuid en Huiswaard-2.

‘Naast dat het Energieleverend Geluidsscherm geluidsvermindering oplevert, is het een mooi voorbeeldproject waarmee gemeente Alkmaar bijdraagt aan minder CO2-uitstoot. Als andere gemeenten en organisaties straks het Energieleverend Geluidsscherm namaken, levert dat landelijk nog meer opwekking van duurzame energie op. Dat past bij de vraag van het Rijk om snel en veel duurzame energie op te wekken.’ Wethouder Duurzaamheid – Robert te Beest

Tekenen aannemingsovereenkomst. V.l.n.r.: vertegenwoordiger ondernemers en Algemeen Directeur K_Dekker Ron Oudeman, wethouder Duurzaamheid Nicole Mulder, wethouder Vastgoed Robert te Beest
V.l.n.r: wethouder Duurzaamheid Nicole Mulder, wethouder Vastgoed Robert te Beest, bewoners Rolf van der Keijl en Ed Diepenmaat, vertegenwoordiger ondernemers en Algemeen Directeur K_Dekker Ron Oudeman
Planning

In augustus wordt de grond klaargemaakt voor de bouw. De ondernemers K_Dekker, Sunprojects, Krinkels BV en Sunconnect starten in oktober met de bouw van het scherm aan de Schagerweg. De bouw van de schermen aan de Huiswaarderweg en Nollenweg volgt snel. De laatste stappen zijn het plaatsen van de zonnepanelen en aansluiting op het net.

Voor minder geluidservaring komt er een scherm van 2,5 kilometer lang en 5 meter hoog. Een deel van het scherm langs de Huiswaarderweg en de Nollenweg wordt voorzien van een groenscherm met zonnepanelen op de top. De rond 4.300 zonnepanelen kunnen ongeveer 400 huishoudens van groene stroom voorzien.

Kosten, financiering en subsidies

Vanwege de prijsstijging van grondstoffen en transport kost Energieleverend Geluidsscherm uiteindelijk ongeveer 7,3 miljoen euro. De gemeente Alkmaar financiert om en nabij 3,85 miljoen en de Provincie Noord-Holland financiert € 295.828,-. Een deel wordt ook bekostigd met de EFRO-subsidie, dat is een bedrag van € 900.000,- . Mogelijk wordt dit bedrag nog verhoogd. Daarnaast betaalt de SDE-subsidie zich uit aan de hand van de hoeveelheid elektriciteit dat het scherm produceert. En dan zijn er  nog de inkomsten door de verkoop van de opgewekte stroom. Het Alkmaarse Energieleverend Geluidsscherm is voordeliger dan andere geluidsschermen: het kost ongeveer 60% van de markconforme marktprijs.

Participatie

Vanaf het eerste moment zijn stichting Animo en de bewoners van de wijken De Horn Zuid en Huiswaard-2 stap voor stap betrokken in het proces. De bewonersgroep ‘Belanghebbenden Bewonersgroep Geluidswal’ en stichting Animo hielpen met het ontwerpen van het scherm. Ook de bewonersinformatieavonden werden goed bezocht.

PROJECTINFORMATIE

Ontwikkeling en bouw Energieleverend Geluidsscherm

Alkmaar

Een geluidsscherm dat energie oplevert, doordat hij eigenlijk simpelweg gebouwd wordt met geïntegreerde zonnepanelen. Dat is het innovatieve Energieleverend Geluidsscherm dat K_Dekker heeft opgezet met drie andere partijen. Met de gemeente Alkmaar hebben we een bouwteamovereenkomst getekend om zo’n geluidsscherm te realiseren in Alkmaar. Het scherm dat in Alkmaar komt te staan is een pilotproject. Het prototype is een goed voorbeeld voor de verdere verkoop en ontwikkeling van Energieleverende Geluidschermen.

   

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Bouwwerkgevers over cao-akkoord: ‘Wil je personeel behouden, dan moet je daarvoor betalen’

Warmenhuizen

Gepubliceerd op

Terwijl de bouwkosten de pan uitrijzen, komt er volgend jaar een structurele loonsverhoging van 5 procent voor alle 110.000 werknemers die onder de cao Bouw en Infra vallen. Niet eerder werd in deze cao zo’n hoge loonstijging afgesproken. Wat vinden werkgevers van het cao-akkoord? ‘We moeten de pijn eerlijk verdelen’

Jarenlang schommelden de loonsverhogingen in de cao Bouw en Infra rond de 1 tot 1,5 procent. Binnen de huidige cao, die op 31 december afloopt, stegen de lonen in twee stappen met 4,5 procent en kregen werknemers een eenmalige uitkering van 1 procent van hun bruto jaarloon uitbetaald. Komend jaar is de loonstijging nog hoger en krijgen werknemers er 5 procent bij. Deze loongolf lijkt voor bedrijven op zijn zachtst gezegd ongelegen te komen in een periode van alsmaar oplopende bouwkosten.

Toch is GMB-directer Gerrit-Jan van de Pol ‘blij’ met het onderhandelaarsakkoord dat op 13 juni werd bereikt. “Iedereen heeft te maken met de stevige inflatie. Mensen maken zich zorgen over hun energierekening en de benzineprijzen. Deze loonsverhoging zorgt voor rust in een markt waar veel krapte is”, aldus Van de Pol.

Noodzaak

Waar cao-handelingen normaliter maandenlang duren, werd nu in enkele weken overeenstemming bereikt over de loonsverhoging voor komend jaar. Dit werd ingegeven door de noodzaak die cao-partijen zagen om duidelijkheid en zekerheid te bieden voor werkgevers en werknemers in een onrustige periode vol uitdagingen als de woningbouwopgave, de energietransitie en arbeidsmarktkrapte. “Het is handig dat we in onze begroting al uit kunnen gaan van de loonkosten voor komend jaar”, beaamt Van de Pol.

“In veel van onze contracten kunnen we een bepaald percentage van de aannemingssom indexeren. Op die manier kunnen we stijgende loonkosten deels opvangen. Maar andere kosten, zoals de energieprijzen die over de kop gaan, vallen hier buiten.”

Steentje bijdragen

Maar dit soort bijzondere financiële risico’s mogen niet eenzijdig bij één partij in de bouwketen worden neergelegd”, vindt Van de Pol. “Iedereen zal hieraan zijn steentje moeten bijdragen. Het is goed dat hierover afspraken zijn gemaakt.” De GMB-directeur doelt hiermee op de intentieverklaring ‘Samen doorbouwen in onzekere tijden’ die brancheverenigingen uit de bouw en het Rijk ondertekenden.

Hierin zijn uitgangspunten vastgelegd over hoe om te gaan met de kostenstijgingen en leveringsproblemen door de oorlog in Oekraïne. Ondernemers kunnen nu met de verklaring ‘op zak’ in gesprek met hun opdrachtgevers om in goed overleg afspraken te maken.

Grote klapper

“De pijn moet eerlijk worden verdeeld”, vindt ook Hans ter Steege, directeur van familiebedrijf Ter Steege Bouw Vastgoed. “Dit soort kostenstijgingen kun je niet alleen bij de bouwer of opdrachtgever neerleggen. Hierover zijn we met onze opdrachtgevers, onderaannemers en leveranciers in gesprek. Dat lukt als je langdurige relaties met elkaar hebt. Wat er nu in de wereld gebeurt, heeft niemand kunnen voorzien.”

De afgesproken loonsverhoging noemt hij ‘fors, maar onontkoombaar’. Ter Steege: “Die 5 procent erbij is een grote klapper. Maar deze loonsverhoging komt op het goede moment. We hebben allemaal met kostenstijgingen te maken, het is belangrijk dat we op deze manier perspectief kunnen bieden. Er liggen grote maatschappelijke uitdagingen op het gebied van de woningbouwopgave en de energietransitie. Als sector moeten we daarom attractief blijven. Daar hoort een goed salaris bij.”

Gezamenlijk belang

Dat cao-partijen het al in een vroeg stadium eens werden over de loonstijging voor 2023, biedt ook duidelijkheid voor opdrachtgevers, zegt Gerard Hoiting, directeur van Roelofs. “Zij hebben nu ook voldoende tijd om te anticiperen. Er is een gezamenlijk belang om onze mensen in de sector te behouden en op te leiden. Voor de lopende projecten ga ik ervan uit dat zij ons tegemoet zullen komen. Maar niet iedere opdrachtgever ziet noodzaak om te compenseren.” Daarom mag van de overheid meer worden verwacht om bouwers een helpende hand te bieden.

“Als sector kunnen we de huidige kostenstijgingen niet alleen oplossen. Het kabinet zou meer kunnen doen om de stijgende energieprijzen te compenseren. Neem bijvoorbeeld de onbelaste reiskostenvergoeding die werkgevers aan hun personeel mogen betalen, die staat al sinds 2006 vast op 19 cent!”

Oneerlijke concurrentie

Ook Fred Enterman, directeur van Rojo Steigerbouw, verwacht dat hij met opdrachtgevers om tafel zal moeten. “Alles wordt duurder: de boodschappen, benzine, energie. Ik snap daarom wel dat er een correctie komt voor het bouwpersoneel. We zullen met opdrachtgevers in gesprek moeten over de prijzen die we berekenen. Daarin nemen we mee dat we een cao-verhoging moeten doorvoeren. Maar zij klagen al omdat alles duurder wordt. Het wordt van kwaad tot erger.”

Vanwege de hoge inflatie vindt Enterman het logisch dat de lonen fors stijgen. “Wil je personeel aan je binden, dan moet je ervoor betalen. Zo eenvoudig is het. Maar ik heb er moeite mee dat niet ieder bedrijf de bouw-cao volgt. Terwijl dat wel zou moeten. De oneerlijke concurrentie wordt weer verder vergroot. Cao-partijen zouden samen met UWV Bouwnijverheid strenger moeten toezien op naleving van de cao. Er wordt nu vrijwel niet gehandhaafd.”

Bijdrage Ron Oudeman:

Met elkaar oplossen

“Extreme omstandigheden zullen we met elkaar moeten oplossen”, zegt Ron Oudeman, directeur van K_Dekker Bouw en Infra. “Wij doen daarom een beroep op onze opdrachtgevers om in redelijkheid en billijkheid met deze extreme prijsstijgingen om te gaan. Zelf nemen wij ook onze verantwoordelijkheid om met onze onderaannemers en leveranciers in redelijkheid en billijkheid om te gaan. Een voorbeeld: een onderaannemer die betonwerk bij ons heeft aangenomen, heeft met exorbitante prijsstijgingen te maken die ik hem niet kan aanrekenen. Als zijn kostprijzen met 15 procent gestegen zijn, dan wil ik een groot deel voor mijn rekening nemen. Deze toezegging moet ik snel doen om de voortgang van de projecten te borgen. Als hoofdaannemers nemen wij daarin risico’s in de verwachting dat opdrachtgevers ons tegemoet zullen komen en het grootste deel ook bijbetalen. Samen vormen onderaannemers, leveranciers, hoofdaannemers en opdrachtgevers de bouwketen, nu en in de toekomst. Daar hoort in deze moeilijke tijden een proactieve, redelijke en billijke houding bij van alle ketenpartners. We werken veel samen en je bent pas echt een partner als je elkaar ook in slechte tijden weet te vinden.”

Oudeman wil ook zijn bijna tweehonderd medewerkers de hand reiken nu de inflatie steeds verder oploopt. “Die cao-loonsverhoging compenseert normaliter alleen de inflatie. Mensen behouden hun koopkracht maar gaan er niet op vooruit. Op 1 januari kreeg iedereen er nog 3 procent bij. Maar vervolgens kwam de oorlog in Oekraïne en stegen de prijzen voor energie, boodschappen en brandstof. Sindsdien is dat hele kleine plusje omgedraaid naar een dikke, vette min. Onze koopkracht is een stuk achteruit gegaan. De 5 procent die nu is afgesproken, vind ik daarom aan de lage kant. Ook vind ik dat de loonsverhoging wat laat komt. In januari krijgt iedereen 2,5 procent en dan pas in juli nog een keer 2,5 procent. Dat is lang wachten als je nu al 5 procent in de min staat.”

Statement

K_Dekker laat de loonsverhoging daarom al vier maanden eerder – per 1 september – dan 1 januari van het nieuwe jaar ingaan. “Enerzijds wil ik hiermee een statement maken naar andere bouwwerkgevers. Goed voorbeeld doet goed volgen. Anderzijds wil ik mijn positie als warme werkgever hiermee een impuls geven. Ik zie het als een investering die zich hopelijk uitbetaalt in extra motivatie. Wij werken bij nacht en ontij, er wordt dus best wel wat van onze mensen verwacht.”

De extra loonkosten die K_Dekker dit jaar hiermee maakt, waren nog niet in de offertes voor lopende projecten verwerkt en neemt het bedrijf geheel voor eigen rekening. Oudeman: ‘‘Ik heb het besluit in overleg met mijn aandeelhouders genomen. Want deze extra loonsverhoging gaat ten koste van de winst. Maar een echt familiebedrijf gaat niet voor winstmaximalisatie op de korte termijn. Maar kiest voor continuïteit op langere termijn. Als je daartoe een paar euro’s moet inleveren op kortere termijn, dan moet je dat doen.”

BRON: Cobouw

Cobouw 5 juli PDF 

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Vakmanschap – dat leer je het beste in de praktijk

Heerhugowaard

Gepubliceerd op

Timmermanswerk is een echt ambacht. En dat leer je bij Espeq, het opleidingsinstituut voor de bouw. Én bij K_Dekker. De vakschool en de aannemer werken al 23 jaar nauw samen bij het opleiden van timmerlieden. “Het wemelt bij K_Dekker van oud-Espeq’ers.”

Roy Koopman is er daar een van. Op zijn zestiende ging hij via Espeq bij K_Dekker aan het werk en zestien jaar later zit hij er nog steeds, inmiddels als uitvoerder. Hoe kijkt hij terug op de periode als leerling? “Je bent de allerjongste in het team, een groentje, daar moet je je weg in vinden. Je moet wel een beetje tegen grapjes kunnen. De belangrijkste tip van mijn leermeester was dat goed belangrijker is dan snel, dat de snelheid vanzelf komt.” Dat geduld richting de leerlingen is typerend voor K_Dekker, ziet Ben Volmer. Als leerlingbegeleider bij Espeq komt hij regelmatig bij de bedrijven waar ‘zijn’ leerlingen zitten. “Een warme band tussen leermeester en leerling is echt een pre, zeker met het oog op het leerproces. Vertrouwen is cruciaal. Fouten maken hoort er ook bij, daar leer je van – al is dat soms makkelijker gezegd dan gedaan.”

Leerlingen van Espeq zijn over het algemeen echte doeners: jongens en (enkele) meisjes die een vak willen leren en zo snel mogelijk aan de slag willen in plaats van nog jaren in de schoolbanken. Bij Espeq halen ze een mbo-diploma op niveau 2, 3 of 4 via een BBL-traject (beroepsbegeleidende leerweg). “Dat houdt in dat ze vier dagen werken en één dag naar school gaan. Bij het ROC en het Horizoncollege volgen ze theorievakken als Nederlands en bouwkunde en bij het Espeq ook allerlei praktijkonderdelen, waar ze een portfolio over maken en aan het einde van de opleiding een proeve van bekwaamheid over af moeten leggen. De portfolio’s bestaan uit elf praktijkonderdelen voor niveau 2 en zeven onderdelen voor niveau 3. Dat doen ze op de bouw en in de praktijkhal van Espeq”, vertelt Ben Volmer. De leermeesters van K_Dekker zijn nauw betrokken bij het leertraject van hun leerlingen.

Leermeester aan zet

Dave Barendrecht is sinds een jaar leermeester bij K_Dekker. In een speciale cursus leerde hij via rollenspellen onder meer hoe je moet omgaan met een lastige leerling en hoe je een slechtnieuwsgesprek voert. Nu heeft hij een leuke leerling onder zijn hoede die versneld niveau 2 en 3 doet. “Ik was zelf ook Espeq-leerling bij K_Dekker van 2009 tot 2011. Uit eigen ervaring weet ik dat je het meeste leert door eerst zelf te proberen, door zelf een oplossing te bedenken. Dat is zeker niet altijd makkelijk, maar het werkt wel het beste.”

Elke Espeq-leerling die bij K_Dekker aan de slag gaat, wordt gekoppeld aan een persoonlijke leermeester. “Dat die twee een goede klik hebben is essentieel: in principe blijven leerling en leermeester de volledige leerperiode van twee, drie jaar bij elkaar”, vertelt Wil Pronk, de Espeq-coördinator bij K_Dekker. “Werken met Espeq-leerlingen is voor ons een bewuste keuze. We geloven er sterk in dat in elke leerling een vakman schuilt. Dat vraagt soms best wat van onze medewerkers omdat het vaak jonge mensen zijn die nog enorm moeten groeien, ook op persoonlijk vlak. Leermeesters leiden we dan ook op voor we ze koppelen aan een leerling. De animo om leermeester te worden is binnen K_Dekker de laatste jaren gegroeid.”

Eerst de basics

Leerlingen volgen een intake bij Espeq voor ze bij een bedrijf aan de slag gaan. “In twee tot ongeveer acht weken leren ze praktische (basis-)vaardigheden als stellen, uitzetten en omgaan met gereedschap. Ook werknemersvaardigheden als op tijd komen en duidelijk communiceren komen aan bod”, zegt Ben Volmer. Bij K_Dekker krijgen ze vervolgens een set persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) en een persoonlijk budget om K_Dekker werkkleding aan te schaffen. “We regelen een passessie – comfort telt ook – en ze krijgen een uitgebreide instructie over veilig werken. Dat is met afstand ons belangrijkste principe: we werken veilig of we werken niet”, vertelt Wil Pronk.

Op dat vlak – veilig werken – vullen Espeq en K_Dekker elkaar ook goed aan. K_Dekker hanteert een zeer hoge veiligheidsstandaard – het bedrijf is inmiddels gecertificeerd voor trede 4 op de Veiligheidsladder – en eist bijvoorbeeld ook van onderaannemers dat ze zich aan die standaard houden. “Bij Espeq zijn we ons bewust van het belang van veilig werken;  het is onderdeel van het curriculum. Input uit de praktijk is daarbij essentieel, dan gaat het onderwerp pas echt leven”, zegt Ben Volmer. De hoge veiligheidsstandaard van K_Dekker is voor Espeq het vertrekpunt – daar hebben álle leerlingen baat bij, en de bouwsector uiteindelijk ook.

Leerling in het vizier

De 17-jarige Tim Klein wist altijd al dat hij met zijn handen wilde werken. Bijna twee jaar geleden begon hij bij Espeq en K_Dekker en hij zit helemaal op zijn plek. “In het begin was echt alles nieuw voor me, maar na een week of vier wist ik bij bepaalde werkzaamheden precies hoe het moest. Dit najaar rond ik niveau 2 af, daarna doe ik nog niveau 3, zodat ik eventueel ook voorman kan worden.” De opleiding bij Espeq is vaak breder dan de praktijk bij K_Dekker, ziet hij. “Uitzetten van de bouw en deuren afhangen: dat leren we op school maar dat soort werk besteden ze bij K_Dekker vaak uit.”

Espeq heeft op dit moment zo’n 400 leerlingen in dienst, waarvan ongeveer 250 de timmeropleiding volgen. Zeven daarvan zijn gestationeerd bij K_Dekker. “Al sinds het begin van de samenwerking – bijna een kwart eeuw geleden dus – is K_Dekker een continue afnemer van leerlingen. Het bedrijf is enorm opleidingsgericht, dat merk je”, zegt Ben Volmer. De leerlingbegeleider brengt bezoeken aan de bouwplaats en bespreekt wat goed gaat en wat beter kan. Ook K_Dekker houdt de vinger aan de pols. “We organiseren elk jaar een pizzasessie voor alle Espeq-leerlingen. Hoe vinden ze het gaan? Hebben ze tips en suggesties? Met die input gaan we intern aan de slag of in gesprek met Espeq”, vertelt Wil Pronk.

Niet alleen jongeren, ook zij-instromers kunnen via Espeq een omscholingstraject volgen. Ben de Graaf is zo’n zij-instromer. “Ik werkte al als metselaar maar wil op termijn graag ook als uitvoerder aan de slag. Via-via kwam ik in contact met K_Dekker en die gaven aan dat ze me die kans wel wilden geven, maar dat ik dan ook mijn timmermansdiploma moest halen.” Eén avond in de week krijgt hij nu les, overdag werkt hij met een leermeester. Ben de Graaf volgt het versnelde traject voor niveau 2 en 3, en verwacht in 2023 te kunnen starten met niveau 4. “Op de opleiding gaat het er best serieus aan toe: we zijn allemaal heel gefocust, en geen 16 meer natuurlijk. Mijn werkervaring in de bouw is wel een voordeel: veel timmerwerk heb ik al gezien, dan pik je het toch makkelijker op.”

Oog voor de toekomst

Dat ze bij K_Dekker zo sterk gefocust zijn op het opleiden van nieuwe medewerkers is niet puur en alleen gestoeld op maatschappelijke verantwoordelijkheid. “Opleiden schept ook een band. Dat er zoveel oud-Espeq’ers nog steeds bij K_Dekker werken is daar een logisch gevolg van. Investeren in de medewerkers van de toekomst betaalt zich altijd uit”, zegt Wil Pronk. Tegelijkertijd is blijven leren vast onderdeel van de bedrijfsfilosofie – innovatie en groei zijn belangrijke speerpunten, en dat is al jaren zo. Dat weet Roy Koopman als geen ander. “Van jongste timmerman ben ik doorgegroeid naar voorman bij de afdeling kleinbouw. Inmiddels werk ik als uitvoerder. Je wordt bij K_Dekker echt gestimuleerd om professioneel gezien stappen te zetten, door te groeien en je ambities na te jagen. Dat is niet altijd makkelijk, maar wel goed. Voor mijzelf én voor het bedrijf.” Werkend leren als regelrechte succesformule. Dat kunnen Wil Pronk en Ben Volmer alleen maar beamen.

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

K_Dekker bouw & infra voert nieuwe bouw CAO eerder in!

Warmenhuizen

Gepubliceerd op

Momenteel zijn het voor heel veel mensen en sowieso voor onze gehele maatschappij financieel moeilijke tijden. Bedrijven -ook wij, vechten voor ons voortbestaan en de zekerheid voor ons personeel.

Deze extreme omstandigheden zullen we met elkaar moeten oplossen. Vandaar ook het appèl naar onze opdrachtgevers om in redelijkheid en billijkheid met deze extreme prijsstijgingen om te gaan. Wij als aannemers nemen ook onze verantwoordelijkheid om met onze onderaannemers en leveranciers in redelijkheid en billijkheid om te gaan.  Gezamenlijk zijn we verantwoordelijk voor een sterke en betrouwbare bouwbranche in goede, maar zeker ook in lastige tijden.

Wij als familiebedrijf en met ons vele familiebedrijven, zijn de pijlers van de bouwbranche en feitelijk de belangrijkste hoekstenen van onze gehele maatschappij. Onze kernwaarden TrotsSamenSuccesInspireren en Vooruitstrevend zijn niet zomaar gekozen. Ze vormen onze identiteit en het fundament van waaruit wij werken en zijn het DNA van onze organisatie.

Met onze bijna 200 medewerkers zijn wij gezamenlijk K_Dekker! Om onze kernwaarden kracht bij te zetten hebben onze familieaandeelhouders besloten om ook alle medewerkers de hand te reiken in deze moeilijke tijd.

K_Dekker laat de door Bouwend Nederland (en overige partijen) aangekondigde CAO verhoging per 1 januari 2023 al direct na de zomervakantie in gaan. Dat betekent dat onze medewerkers deze CAO verhoging al per 1 september 2022 zullen ontvangen.

Ons personeel vormt de ruggengraat van ons familiebedrijf en wij zijn er voor elkaar in goede maar zeker ook in lastiger tijden.

We moeten hier Samen doorheen, wij zijn Trots op onze medewerkers en willen daarom dit Vooruitstrevende gebaar maken.

Namens directie  &  familieaandeelhouders,

Ron Oudeman  &  Klaas Jan Dekker

Nieuwsbrief Bouwend Nederland: WERKGEVERS EN WERKNEMERS BEREIKEN ONDERHANDELINGSAKKOORD

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Feest! 25 jaar K_Dekker kleinbouw

Krabbendam

Gepubliceerd op

Vandaag bestaat K_Dekker kleinbouw 25 jaar! Afgelopen vrijdag hebben wij hier met collega’s bij stil gestaan op de werf in Krabbendam. Met K_Dekker kleinbouw zijn wij tevens ‘de kleine aannemer op de hoek’ en werken wij voor zowel particulieren, bedrijven en overheden in zowel nieuwbouw, renovatie en onderhoud.

Aannemingsbedrijf K. Dekker BV (opgericht in 1963) is in 1990 door de oprichter Klaas Dekker,  overgedragen aan Martin Jonker en aan beide zoons Jan-Gerrit en Klaas-Jan Dekker. Vanaf dat moment is K. Dekker BV verder gegaan als familiebedrijf van twee families. Het bedrijf professionaliseerde, groeide gestaag en behaalde de nodige certificaten. Hierdoor groeide ook de particuliere klantenkring. Persoonlijke betrokkenheid is een factor van belang in elk kleinschalig bouw- of renovatieproject. Om het imago van ‘kleine aannemer op de hoek’ te kunnen waarborgen, zijn we op 6 juni 1997 gestart met ons eigen kleinbouwbedrijf Dekker Bouw Bergen B.V., inmiddels K_Dekker kleinbouw. Zorgvuldigheid, aandacht voor de klant, persoonlijke betrokkenheid en vakmanschap stonden en staan nog altijd voorop, dus wij gaan op naar de volgende 25 jaar! In 2023 bestaat K_Dekker bouw & infra 60 jaar en zullen we uitgebreider stilstaan bij deze mijlpalen!

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Onveilig? Dan werk je maar niet.

Warmenhuizen

Gepubliceerd op

We werken veilig of we werken niet. Veel duidelijker kan een slogan niet zijn. Maar doen mensen dat ook echt: het hele werk stilleggen als het er niet veilig is? Bij K_Dekker wel, zegt hoofd KAM Rico Drost. “Het melden van onveilige situaties moedigen we aan. En dat je dan ook echt stopt met werken – dat vinden ze bij de directie juist een pre.”

Dat dat geen loze woorden zijn, constateerden ook de officials van de Veiligheidsladder. In februari promoveerden zij K_Dekker na een strenge audit naar de vierde trede – de op een na hoogste positie van het landelijke veiligheidskeurmerk. Concreet houdt het in dat medewerkers elkaar aanspreken op onveilig gedrag en dat er bij onveilige situaties direct actie wordt ondernomen: de onveilige situatie wordt opgelost voor er verder wordt gewerkt. “Alle medewerkers voelen zich verantwoordelijk voor hun eigen veiligheid en die van anderen. Veilig werken is bij K_Dekker niet bijzonder, maar eigenlijk doodgewoon”, stelt Rico Drost.

Iedereen alert

“Veiligheid varieert letterlijk van het voorkomen van pleisterongevallen tot aan zeer ernstige, fatale ongelukken. Nou is een schrammetje oplopen of een keertje struikelen over een losse steen zeker niet direct reden tot paniek, maar het is wél reden om alert te zijn. Want die losse steen zou ook tot een fatale val kunnen leiden”, legt Rico Drost uit. Veiligheidsbewustzijn is dan ook waar alles om draait. Het begint met constateren (hé, dat ging maar net goed), wordt dan reageren (laten we die losse stenen daar weghalen) en resulteert tenslotte in proactief optreden en preventieve maatregelen treffen (welke risico’s zien we ter plekke en hoe pakken we die aan). Een proces van lange adem. “Je wilt een permanente gedragsverandering bewerkstelligen en dat doe je niet in een week. Bovendien is het een continu proces, je moet altijd scherp blijven.” Extra trots zijn ze dan ook dat ze nu op die vierde trede staan – veiligheid zit bij K_Dekker na jaren consequent doorpakken nu stevig verankerd in het beleid, in de manier van werken én in de hoofden van de medewerkers.

Snel een appje sturen

Door veiligheid als iets heel gewoons te benaderen, moet je de drempel om iets te melden ook zo laag mogelijk houden. “Niemand wil een klikspaan zijn of continu met een opgeheven vinger naar collega’s wijzen. We benaderen meldingen dan ook niet als ‘moet je eens kijken wat hier fout ging’ maar grijpen de melding aan om te kijken hoe het beter kan”, vertelt Rico Drost. En dat werkt. Via een speciale app melden medewerkers, leveranciers en onderaannemers op een heel makkelijke manier onveilige situaties. Die melding gaat rechtstreeks naar de veiligheidsdesk op het hoofdkantoor van K_Dekker. Ook kunnen medewerkers altijd beslissen om een project onmiddellijk stil te leggen als er niet veilig gewerkt kan worden. “Recent nog had een onderaannemer op een project vooraf graafwerkzaamheden verricht, maar daarbij het talud te steil gemaakt. Het team van K_Dekker constateerde dat er risico was op instortingsgevaar, legde het werk neer en belde de projectleider. Die overlegde op zijn beurt met de onderaannemer die het probleem toen snel kwam oplossen.”

Veilige dagstart

Veiligheid is vast onderdeel van elke dagstart op een project. “Daar wordt besproken wat er die dag op de planning staat, wat de mogelijke risico’s zijn en welke extra maatregelen getroffen worden. Dat komt op het VGM-bord  te staan zodat iedereen die die dag op de bouwplaats komt dat ook weet”, zegt Rico Drost. De enthousiaste hoger veiligheidskundige raakt niet uitgepraat over veiligheid – een betere ambassadeur kun je je haast niet wensen. En hij is zeker niet de enige bij K_Dekker. Op kantoor én op de bouwplaats hebben collega’s het regelmatig over veiligheid en over kleinere en grotere risico’s. “Die openheid is cruciaal. Je moet je ook veilig voelen om risico’s te melden en onveilig gedrag te benoemen. Niemand wil een ongeluk! Onze MT-leden gaan samen met directieleden van onze onderaannemers elke maand langs bij verschillende projecten: bij die betrokkenheidsbezoeken wordt er ook altijd gepraat over veiligheid. Niet als controle maar als leermoment. Welke verbeteringen die elders zijn doorgevoerd kun je op deze locatie ook toepassen en andersom.”

Extern uitrollen

Door ervaringen en kennis te delen en van veiligheid een vast bespreekpunt te maken in zo ongeveer elk overleg, kan het niemand ontgaan dat veilig werken bij K_Dekker absolute prioriteit heeft. Ook leveranciers en onderaannemers niet. Zij moeten zich dan ook conformeren aan de veiligheidsstandaarden van K_Dekker. “We verwachten niet alleen dat ze persoonlijke beschermingsmiddelen dragen, maar willen ook dat ze zich houden aan alle afspraken en regels, dat ze risico’s melden en bij onveilige situaties op de rem trappen.”

En niet te vergeten: de bouwplaats wordt elke middag schoon en opgeruimd achtergelaten. Bepaald niet zonder reden, benadrukt Rico Drost. “Veilig begint met netjes en schoon!” Misschien zijn die opgeruimde werkplekken nog wel het meest zichtbare element van het veiligheidsbeleid van K_Dekker.

CERTIFICAAT VEILIGHEIDSLADDER TREDE 4

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Modulair en circulair bouwen i.s.m. ProRail B.V.

Gepubliceerd op

ProRail maakt de technische gebouwen, beter bekend als railgebonden gebouwen modulair, circulair, energieneutraal en fauna-inclusief. In totaal staan er zo’n 1500 van deze technische gebouwen langs het spoor in Nederland. De nieuwe generatie modulaire en circulaire gebouwen draagt bij aan de ambities op het gebied van duurzaamheid. Daarbij maakt dit het spoor meer toekomstbestendig. ProRail vindt het tijd om modulair en circulair te combineren, zodat alle (duurzaamheids)ambities samenkomen. Met dit programma laten we zien dat dit ook écht kan. ProRail staat ervoor open om samen met marktpartijen dit concept verder te ontwikkelen en K_Dekker is één van die marktpartijen.

Via deze link kunt u meer lezen over dit innovatieve programma.

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Bouwjournaal voor de kinderen van Kindcentrum Cornelis

Nieuwbouw Kindcentrum Cornelis

Gepubliceerd op

Hoe betrek je een zeer jonge groep eindgebruikers van een nieuwbouwproject? Met het maken van vlogs natuurlijk! In Uitgeest verrijst een nieuw Kindcentrum: KC Cornelis. Een prachtige nieuwe locatie om de hoek van de huidige, verouderde locatie. Regelmatig staan er groepen kinderen achter de bouwhekken om te kijken hoe de bouw van hun nieuwe school vordert. Vanuit K_Dekker stimuleren wij dit natuurlijk enorm, want we willen de jeugd blijven inspireren om later te kiezen voor een baan in de bouw of techniek!

Met het slaan van de eerste paal waren alle kinderen al nauw betrokken door per groep een “eigen” paal te slaan en we betrekken de kinderen ook in het bouwproces door het maken van vlogs i.s.m. de school. Tijdens elke mijlpaal in het bouwproces nemen we een video op die op de school en de mediakanalen gepresenteerd wordt. Hieronder zijn de verschillende afleveringen te bekijken.

PROJECTINFORMATIE

Nieuwbouw Kindcentrum Cornelis

Uitgeest

Bewegend leren en een gezonde school stimuleren de ontwikkeling van het kinderbrein: mede vanuit deze gedachte is het kindcentrum Cornelis in Uitgeest ontworpen. Het gebouw is energieneutraal gebouwd. K_Dekker heeft deze nieuwbouw in opdracht van onderwijsorganisatie Tabijn uitgevoerd. Een veelzijdig project, waarbij alle disciplines van K_Dekker aan bod kwamen: eerst het bouwrijp maken, waarna de nieuwbouw van het kindcentrum volgde. Tot slot de terreininrichting die het project afmaken.

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Trainee Dave Kaandorp: ‘Het was soms echt stretchen’

Vervangen drie (monumentale) bruggen Vijzelstraat

Gepubliceerd op

Hij heeft zo ongeveer alles gezien bij K_Dekker, de in december 2021 na drie jaar afgezwaaide trainee Dave Kaandorp (27). “Bouwkundige projecten zijn mijn absolute favoriet”, zegt hij stellig. Op zich geen verrassing: de voormalig student bouwkunde wist tijdens zijn opleiding al goed wat hij wilde. En wat niet. Toch kijkt hij met plezier terug op de civieltechnische en infraprojecten waar hij bij K_Dekker aan heeft meegewerkt. “Ik heb mijn blik op de bouw absoluut verbreed. Ik weet zeker dat me dat nog veel meer gaat brengen dan ik vooraf hoopte. Want eerlijk gezegd stond ik niet echt te trappelen voor bruggen en infra. Maar ik heb er wel heel veel van geleerd.” Samenwerken bijvoorbeeld. En vertrouwen op de expertise van je collega’s. “Een goed team samenstellen zodat je ook optimaal kunt sparren: dat zijn wel belangrijke winstpunten.”

Multidisciplinair traject

Trainees bij K_Dekker doorlopen in een periode van drie tot vijf jaar een intensief traject waarbij ze meewerken in de verschillende disciplines van het bedrijf, ongeacht hun studie of werkervaring. Het idee is dat ze zo breed kennis opdoen en actief het multidisciplinaire karakter van K_Dekker ervaren. Ook met het oog op hun eigen carrièrekansen bij het Warmenhuizense bouw- en infrabedrijf.

Uit de comfortzone

Dat Dave tijdens zijn traineeship uit zijn comfortzone moest stappen ziet hij als enorm waardevol. “Heel eerlijk: ik vond het in het begin ronduit lastig. Na een eerste bouwproject in Zwanenburg waar ik werkvoorbereiding, uitvoering en oplevering meemaakte en ontzettend veel heb geleerd, ging ik aan de slag bij een groot project in Amsterdam waar we drie monumentale bruggen aan de Vijzelstraat moesten vernieuwen. Ik moest daar echt leren om af te gaan op de kennis van anderen. Zo kwam ik wel goed in mijn rol. Plannen, overleggen, afstemmen en ad-hoc problemen oplossen: alles kwam voorbij. Wel fijn dat ik af en toe met ervaren collega’s kon sparren – het was soms echt even stretchen. De leercurve is heel steil. Ze verwachten van jou als trainee dat je initiatief neemt en zelfstandig zaken oppakt.” Er is niets mis mee om de lat voor jezelf zo hoog mogelijk leggen, vinden ze bij K_Dekker.

Toekomstplannen

Dave is nu projectcoördinator bij de divisie bouw. Zijn ambitie is om binnen drie jaar als projectleider te werken. “Dat ik als trainee zoveel verschillende kanten van het bedrijf heb ervaren zie ik als een groot voordeel. Ik weet van heel veel facetten van het bedrijf hoe het eraan toe gaat en kan makkelijker meedenken met collega’s van andere disciplines. Dat veelzijdige maakt het traineeship spannend én enorm waardevol.”

 

NIEUWSBRIEF

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.